Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.4.4.1
4.4.4.1 Inhoud en aard
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS390950:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Besluiten van een Belgische beursgenoteerde vennootschap met betrekking tot buitenlandse verbonden vennootschappen vallen ook onder het toepassingsbereik. Dit geldt niet voor besluiten met betrekking tot Belgische dochtervennootschappen. De Belgische dochtervennootschap dient uiteraard wel zelf aan art. 524 W.Venn. uitvoering te geven indien zij zelfstandig aan de criteria voldoet.
Ingevolge art. 524 § 6 W.Venn. kan slechts de vennootschap de nietigheid vorderen.
De Wulf (2003b), art. 524, nr. 61.
De onafhankelijke bestuurders moeten onafhankelijk zijn in de absolute betekenis van het woord. Dat betekent dat zij geen relatie met de vennootschap mogen onderhouden die hun onafhankelijkheid in het gedrang kan brengen. Deze criteria zijn neergelegd in art. 524 lid 4 jo. 526ter W.Venn.
Parl. St. Kamer 2000/01, nr. 1211/1, p. 24.
Een beursgenoteerde NV moet drie onafhankelijke bestuurders benoemen indien de NV over controlerende aandeelhouders beschikt én het bestuur tot bepaalde handelingen wenst over te gaan (art. 524 W.Venn.). Het betreft een toetsing van bepaalde beslissingen of verrichtingen van een beursgenoteerde vennootschap die betrekkingen met andere groepsvennootschappen tot onderwerp hebben (groepsinterne acties). Gedacht kan worden aan het besluit van de beursgenoteerde vennootschap om een overeenkomst te sluiten met de moeder of een zustervennootschap.1 De procedure houdt kort gezegd in dat de raad van bestuur het voorgenomen besluit voorlegt ter beoordeling van een comité van drie onafhankelijke bestuurders en één of meer onafhankelijke experts. Dit comité verstrekt aan de raad van bestuur een advies. Dit advies is niet dwingend. De raad van bestuur kan handelen naar eigen inzicht. Dit betekent niet dat de raad van bestuur de procedure kan overslaan. De bepaling heeft een dwingend karakter: overtreding wordt gesanctioneerd met de nietigheid van het genomen besluit.2 Strikt genomen legt de wet aan beursgenoteerde NV’s niet rechtstreeks de verplichting op onafhankelijke bestuurders te benoemen. De vennootschap moet slechts zorgen dat zij over onafhankelijke bestuurders beschikt waarneer zij een handeling in het kader van art. 524 W.Venn. verricht. Aangezien het moeilijk voorstelbaar is dat een beursgenoteerde vennootschap nooit in een dergelijke situatie terecht komt, neemt men aan dat beursgenoteerde vennootschappen feitelijk te allen tijde verplicht zijn tot benoeming over te gaan.3
De benoeming van de onafhankelijke bestuurders geschiedt – net als bij de andere bestuurders – door de algemene vergadering op voordracht van het bestuur. Anders is dat art. 524 lid 4 W.Venn. thans bepaalt dat de benoeming van de kandidaten (bedoeld zal zijn de naam van de kandidaten) ter kennisgeving aan de ondernemingsraad wordt medegedeeld voorafgaand aan de benoeming door de algemene vergadering. De wetgever heeft getracht een bijzondere categorie bestuurders te creëren die bij de uitoefening van hun taak met ruimere stakeholders belangen rekening houden. Deze speciale rol vindt bevestiging in de criteria waaraan een bestuurder moet voldoen om als onafhankelijk bestuurder zijn rol te kunnen vervullen.4 Een nadere bevestiging biedt de memorie van toelichting. In lijn met het rapport van de Commissie De Grauwe vermeldt de memorie van toelichting: ‘Deze voorwaarde strekt ertoe ook de werknemers te informeren over de problematiek van de onafhankelijke bestuurders en hen te betrekken bij de objectivering van het ondernemingsbestuur. De onafhankelijke bestuurder wordt daarbij aangeduid tot de bewaker van de belangen van de onderneming, met inbegrip van haar werknemers en van de andere stakeholders. Nochtans vertegenwoordigt hij enkel de vennootschap. Hij wordt gekozen als vertrouwenspersoon, die moet helpen verzekeren dat het bestuur van de onderneming gevoerd wordt rekening houdend met het belang van de onderneming zelf.’5 Een aantal Belgische auteurs meent desondanks dat de onafhankelijke bestuurders geen bijzondere categorie van bestuurders vormen. Zij wijzen erop dat op de onafhankelijke bestuurders geen afzonderlijk statuut of aansprakelijkheidsregime van toepassing is. Voorts valt volgens de auteurs niet te verdedigen dat de onafhankelijk bestuurder – die net als de andere bestuurders door de algemene vergadering wordt benoemd en ontslagen – in zijn rol opeens met een meer objectieve blik naar de besluitvorming kijkt.