Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.6.1:9.6.1 Financiële noodsituatie vennootschap
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.6.1
9.6.1 Financiële noodsituatie vennootschap
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349479:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders Kemperink, Timmerman bundel 2015, p. 204.
Zie bijv. HR 19 oktober 2001, NJ 2002/92 m.nt. Maeijer (Skygate) en HR 25 februari 2011, NJ 2011/ 335 m.nt. Van Schilfgaarde (Inter Access Groep B.V.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is denkbaar dat de stichting continuïteit ingrijpt in een financiële noodsituatie waarin de vennootschap verkeert? Te denken valt aan een situatie waarin bepaalde besluiten door de algemene vergadering genomen moeten worden die van levensbelang zijn voor de vennootschap en waarmee een ondergang van de vennootschap kan worden voorkomen. Bijvoorbeeld het aantrekken van additioneel kapitaal in de vorm van een claimemissie. Blijkt dat een groot aantal aandeelhouders tegen zo’n claimemissie is, omdat een aanzienlijke verwatering dreigt, dan is voorstelbaar dat de hulp van de stichting ingeroepen wordt. Indien het stichtingsbestuur zich ervan vergewist dat de vennootschap in acute financiële moeilijkheden verkeert of op omvallen staat en de continuïteit van de onderneming in gevaar is en met een succesvolle claimemissie de vennootschap van een financiële ondergang kan worden afgewend, dan is heel wel mogelijk dat de stichting de optie uitoefent.1 Het stichtingsbestuur zou daarbij moeten vaststellen dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn dan de uitgifte van beschermingsprefs. Dat in een dergelijke situatie het principe van “nood-breekt-wet” moet kunnen worden toegepast, blijkt ook uit de jurisprudentie van de OK over noodzaakfinanciering.2