Medezeggenschap en de spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht
Einde inhoudsopgave
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/2.4.2.1:2.4.2.1 Het Mijnreglement
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/2.4.2.1
2.4.2.1 Het Mijnreglement
Documentgegevens:
Mr. J.J.M. van Mierlo, datum 01-08-2013
- Datum
01-08-2013
- Auteur
Mr. J.J.M. van Mierlo
- JCDI
JCDI:ADS486214:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van den Bergh 1924, p. 56.
Voluit was dit het Besluit van 22 september 1906, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de wet van 27 april 1904 (Staatsblad Nº 73), houdende nadere bepalingen betreffende de mijnontginning, met wijziging der wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois Nº. 285).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bescheiden vorm van medezeggenschap doet begin twintigste eeuw de intrede in het mijnwezen. Juist in het mijnwezen, omdat, zoals Van den Bergh het in 1924 uitdrukt, de mijnarbeid bijzondere gezondheidsrisico’s met zich bracht, die de noodzaak van een vorm van medezeggenschap voor de betrokken werknemers reeds in een vroegtijdig stadium deden voelen.1 Bij Koninklijk Besluit van 22 september 1906, Stb 248, werd het zo zogenaamde Mijnreglement vastgesteld.2 Van dit reglement hebben de artikelen 267-272 (Hoofdstuk X) betrekking op arbeiderscommissies, waarvan de instelling verplicht werd gesteld in mijnen waar in de regel meer dan 100 werknemers in dienst waren (art. 267). Het behoorde tot de taak van deze commissie wensen, bezwaren en klachten betreffende de veiligheid, de gezondheid en de arbeid, voor zover die gegrond voorkwamen, ter kennis van de bestuurders van de mijn te brengen (art. 267). Op die bestuurders rustte de verplichting de arbeiderscommissie eens in de vier weken in de gelegenheid te stellen de wensen, bezwaren en klachten kenbaar te maken. Achteraf kan men spreken van een voor die tijd vooruitstrevende vorm van medezeggenschap.