Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.7:2.7 Conclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.7
2.7 Conclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501085:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De concluderende opmerkingen over de belangen (paragraaf 2.3.5) en bezwaren (paragraaf 2.4.3) van open normen hebben ertoe geleid om in dit onderzoek de keuze voor open normen te concretiseren in twee criteria: ruimte en rechtsonzekerheid. Dat er meer belangen en bezwaren te noemen zijn en dat ruimte en rechtsonzekerheid te nuanceren zijn, neemt niet weg dat deze beide criteria de pro’s en contra’s van open normen kernachtig weergeven. Uit de uiteenlopende beschouwingen die in dit hoofdstuk zijn weergegeven, komt naar voren dat in de rechtsleer aan beide criteria de meeste aandacht is gegeven. Dat maakt de relevantie van deze criteria aannemelijk.
De conclusie uit het voorafgaande is dat het wetgevingsbeleid veel meer grond biedt voor het opnemen dan voor het schrappen van open normen. Dit betekent dat eventuele voorstellen tot beperking van open normen een veel overtuigender pleidooi vergen dan voorstellen tot handhaving c.q. uitbreiding ervan. Dit sluit aan bij de mening in de praktijk dat open normen adequaat dan wel functioneel zijn.
In paragraaf 1.3 is de vraag gesteld wat de belangen zijn (ofwel: de functie is) van open normen en wat de bezwaren zijn om te volstaan met een open norm. Op die vraag is in het onderhavige hoofdstuk een antwoord gegeven. Het codificeren van open normen dient het belang van deregulering. De open normen verminderen zowel de (gestelde) regelgroei als de druk die door regels wordt ervaren. Ook geven de open normen een impuls aan de communicatieve wetgeving, waarbij de nadere normering aan de praktijk wordt overgelaten. Het is overigens niet zo dat iedereen op gelijke wijze aan dit communicatieve proces kan deelnemen.
Tot slot is als voordeel van open normen aan de orde gesteld dat zij ruimte scheppen, niet alleen voor de rechter, maar ook voor overheidsinstanties en private partijen. De ruimte voor laatstgenoemde bestaat soms uit zelfregulering. De ruimte voor de overheidsinstanties biedt soms een ruimere competentie als deze niet nauwgezet geregeld is.
Dat open normen de rechter ruimte bieden, is vaak de meest voor de hand liggende gedachte. De open norm geeft hem meer beoordelingsvrijheid.
De in dit hoofdstuk behandelde bezwaren zijn het spanningsveld met de leer van de trias politica en de mogelijke afbreuk aan rechtszekerheid.
De genoemde ruimte als voordeel en de rechtsonzekerheid als nadeel vormen de grondslag voor het onderzoek dat in het vervolg van dit proefschrift aan de orde komt.