Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/4.4.2
4.4.2 Limited fund en damages class action
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS593776:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Klonoff & Bilich 2000, p. 41 — 155.
Klonoff & Bilich 2000, p. 41-61, MCL 2004, p. 270-2. Anders: Mulheron 2004, p. 322-37 die na een beknopte, maar scherpe analyse te hebben gegeven van de problemen van 'objectieve' en meer `subjectieve' class definities, een lans breekt voor het gebruik van laatstgenoemde.
Klonoff & Bilich 2000, p. 74-89, Mulheron 2004, p. 165-6, 169-70, 178-88,
Klonoff & Bilich 2000, p. 108-55, Mulheron 2004, p. 275-308.
Bijvoorbeeld Newberg & Conte 2004, hfd. 3: p. 290 blijven vasthouden aan het onderscheid. Zie voorts Mulheron 2004, p. 194 noot 186 voor verdere verwijzingen. Interessant is om te zien hoe twee andere common law jurisdicties geprobeerd hebben om te verhinderen dat dit vereiste de certificatie van een class illusoir zou maken. Ze hebben een `negative list' met criteria ontwikkeld die voor een aantal specifieke gevallen (wanprestatie: breach of contract en verkeerde voorstelling van zaken: misrepresentation) aangeeft dat het commonality vereiste niet aan een ontvankelijkverklaring in de weg kan staan: Mulheron 2004, p. 170-8.
Klonoff & Billich 2000, p. 61-74, Newberg & Conte 2004, hfd.3: §3.3-3.6, Mulheron 2004, p. 115-6, 121-6, 129-30, 244. Hoewel de wet geen minimumgetal bevat wordt over het algemeen aangenomen dat een class die uit meer dan 25-30 personen bestaat groot genoeg is. Anderzijds zijn er voorbeelden van classes met meer dan 300 claimanten die niet-ontvankelijk zijn verklaard, terwijl er ook voorbeelden zijn, waarin het om 18 class leden ging en de actie op dit punt ontvankelijk werd verklaard. Dat zullen echter de uitzonderingen op de regel zijn. Mulheron 2004, p. 117-21, 126-9 behandelt andere common law-benaderingen van dit vereiste.
Klonoff & Billich 2000, p. 89-108, Mulheron 2004, p. 210-1, 309-18.
Klonoff & Bilich 2000, p. 107.
Dat is de predominance toets. Klonoff & Bilich 2000, p. 224-36. Daar treft men in essentie soortgelijke discussies aan als in het Engelse model ten aanzien van de toe te passen selectiecriteria voor test cases. Mulheron 2004, p. 190-1, 193-210.
Klonoff & Bilich 2000, p. 236 — 260, Mulheron 2004, p. 219-70.
Mulheron 2004, p. 337-62, Klonoff & Bilich 2000, p. 377-420, MCL 2004, p. 285 e.v.
Klonoff & Bilich 2000, p. 403-4, 511 e.v., MCL 2004, p. 268-9.
Klonoff & Bilich 2000, p. 602-65, MCL 2004, p. 250, 308 e.v.
Over sell-out ofwel sweetheart-settlements zie ook Tzankova 2005, p. 111-21.
Omdat dit rechtsvergelijkende hoofdstuk thematisch is opgezet en de regeling niet aan de hand van de wettelijke bepalingen wordt behandeld, worden de belangrijkste aspecten van de limited fund class actions en de damages class actions hierna geïntegreerd puntsgewijs genoemd, in de chronologische volgorde waarin daarover in de formele fase beslist dient te worden. Hierdoor krijgt de lezer toch nog zicht op de structuur van de wettelijke regeling. Deze volgorde kan in een procedure dus op enig moment worden doorbroken voor de toepassing van de in de vorige paragraaf genoemde preliminaire inhoudelijke toets.
In het Amerikaanse regime staan de 'class' en de 'class vertegenwoordiger', ook wel `named plaintiff genoemd, centraal. Een benadeelde (de class vertegenwoordiger) kan namens anderen die niet steeds op voorhand geïdentificeerd hoeven te zijn (de class), maar die zich wel in een soortgelijke situatie bevinden, in rechte vorderen dat een beweerde schadeveroorzaker de geleden schade aan die schadelijders vergoedt. Dit is in feite een a-typische vertegenwoordigingsfiguur, omdat deze niet gebaseerd is op de wil van de vertegenwoordigde, maar op de beslissing van de vertegenwoordiger om zich ook de belangen van anderen die gelijkgesitueerd zijn, aan te trekken. Deze 'vertegenwoordigingsfiguur' wordt geconstrueerd door middel van eisen, waaraan de class vertegenwoordiger, zijn vordering en zijn belangenbehartiger dienen te voldoen. Dit a-typische vertegenwoordigingskarakter maakt het model kwetsbaar, omdat er sprake kan zijn van intern conflicterende belangen. Men heeft geprobeerd dit op te vangen door een hele reeks eisen voor de toepassing van class action te ontwikkelen.
Een class action begint met een verzoek van een kandidaat class vertegenwoordiger aan de rechter, strekkend tot ontvankelijkverklaring (certification), van de groep (class) schadelijders in een collectieve schadevergoedingsactie. Dat verzoek dient aan de volgende vereisten te voldoen.
Algemene formele vereisten
Aan de verschillende typen class actions worden verschillende vereisten gesteld, vandaar ook de relevantie van de afbakeningsdiscussies: de vereisten voor ontvankelijkverklaring van damages class actions zijn bijvoorbeeld zwaarder dan die voor class actions waarin een verklaring voor recht wordt verzocht. Er zijn echter ook voorwaarden, algemene vereisten, die voor alle typen class actions gelden en waaraan in ieder geval voldaan dient te zijn. Deze zijn voor een deel ontwikkeld in de rechtspraak en voor een deel volgen ze uit de wet.1
De twee vereisten die in de rechtspraak zijn ontwikkeld2 zijn dat een class definieerbaar moet zijn, dat wil zeggen een duidelijk omlijnde groep individuen moet betreffen, die echter niet op voorhand geïdentificeerd behoeven te worden. De omschrijving van de groep mag niet te ruim (over-inclusive) zijn. Iemands lidmaatschap van de class dient op basis van objectieve maatstaven te kunnen worden vastgesteld en mag niet afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de subjectieve beleving van de betrokkene of andere subjectief invulbare elementen. Daarnaast dient de class vertegenwoordiger daadwerkelijk lid te zijn van de class in ieder geval ten tijde van het starten van de class action. Hij dient op dat moment een aantoonbaar belang te hebben bij de uitkomst.
De twee belangrijkste wettelijke vereisten zijn `commonality'3 en `adequacy of representation'.4 Het eerste houdt kort gezegd in dat de leden van de gedefinieerde class een gemeenschappelijke juridische vraag of een gemeenschappelijk feitelijk complex moeten hebben. Bij damages class actions dienen de gemeenschappelijke kwesties bovendien overheersend te zijn, maar deze toets wordt in de chronologische behandeling pas later aangelegd. Het is daarom niet duidelijk in hoeverre de eis van `commonality' in dat type class actions een zelfstandige betekenis heeft naast de eis die net werd genoemd.5 De `adequaatheid van de vertegenwoordiging' heeft zowel betrekking op de persoon van de class vertegenwoordiger en zijn vordering, als op de kwaliteiten van de rechtsbij standverlener die hem begeleidt. Dit punt komt in 4.5.2 en 4.5.3 aan bod.
Twee andere wettelijke vereisten zijn nummerosity6en typicality.7Het eerste heeft betrekking op de omvang van de class. Het moet aantoonbaar zijn dat het om een grote hoeveelheid beweerde schadelijders gaat en dat voeging van partijen geen optie is. Om de laatstgenoemde reden zou men zich kunnen afvragen of dit vereiste geen onderdeel zou kunnen zijn van de hierna nog te bespreken eis van `superiority' (voorkeurstest). In de praktijk wordt voor het bewijs van de omvang van de class genoegen genomen met feiten van algemene bekendheid, ervaring en gezond verstand, statistieken en andere indirecte bewijzen. Slechts als de verweerder gemotiveerd onderbouwt waarom getwijfeld zou kunnen worden aan de grootte van de class, bijvoorbeeld omdat met de meeste schadelijders reeds individuele schikkingen zijn bereikt, lijkt een actie op dit punt te stranden. `Typicality' houdt in dat de claim van de vertegenwoordiger(s) typerend, ofwel representatief dient te zijn voor de class. In de literatuur is de vraag gesteld in hoeverre deze eis een zelfstandige betekenis heeft naast commonality en adequacy of representation.8
Tot zover de algemene vereisten. Indien daaraan voldaan is, worden vervolgens de specifieke bepalingen voor de limited fund en damages class action toegepast.
Specifieke formele vereisten
Als bij de rechter de indruk bestaat (of het aantoonbaar is) dat de voor verhaal beschikbare financiële middelen ontoereikend zijn om alle vermoedelijke schadelijders volledig schadeloos te stellen, wordt het regime van de `limited fund class action' gevolgd. Dit houdt in dat alle schadelijders die onder de gecertificeerde definitie van de class vallen, gebonden zijn aan de rechterlijke uitspraak of aan een door de rechter goedgekeurde regeling, zelfs indien zij niet op de hoogte waren van de procedure. Zij hebben niet de mogelijkheid om zich van de werking van die uitspraak of regeling te distantiëren (no `opt out' ofwel no exit-mogelijkheid); Zijn de voor verhaal beschikbare financiële middelen wél toereikend om alle vermoedelijke schadelijders volledig schadeloos te stellen, dan volgt een toetsing aan de bijzondere vereisten van de reguliere `damages class action': de vertegenwoordiger dient aan te tonen dat in het desbetreffende massaschadegeval de gemeenschappelijke kwesties de individuele kwesties overheersen9en dat het class action mechanisme in vergelijking met andere beschikbare instrumenten, zoals het proefproces of voeging van partijen en zaken de beste processuele methode is om met het desbetreffende massaschadegeval om te gaan, de zogenaamde voorkeurstest (superiority).10Deze komt in 4.5.5 aan bod.
Als aan alle vereisten is voldaan, dient nog het kennisgevingsvoorschrift (notice) te worden nageleefd door diegene die de actie instelt. Dit voorschrift moet het voor potentiële class leden mogelijk maken om zich van de class te distantiëren (opt out). Laten ze dat na, dan zijn ze gebonden aan de uitkomst in de class action.11 Deze notice en mogelijkheid tot opt-out gelden in beginsel niet bij de limited fund class action, maar kunnen onder omstandigheden en indien de rechter dat bepaalt ook daar worden toegepast.12 Notice en opt out komen in 4.5.4 aan bod.
Zoals gezegd kan na de certificatiefase de inhoudelijke beoordeling beginnen, maar in de regel wordt na certificatie geschikt. Een eventuele collectieve schikking dient door de rechter te worden goedgekeurd. Dat gebeurt nadat een kennisgeving aan de afwezige class leden heeft plaatsgehad dat de rechter voornemens is om de schikking goed te keuren en potentiële leden van de class uitgenodigd zijn om hun bezwaren kenbaar te maken. Het is echter ook mogelijk dat partijen eerst buiten de rechter om overeenstemming proberen te bereiken over de certificatie van een class en de inhoud van een schikking, en beide verzoeken tegelijkertijd ter goedkeuring aan de rechter voorleggen: de zogenaamde `settlement classes'.13 Deze worden met meer argwaan bekeken, omdat ze mogelijk een zogenaamde `sell-out' ofwel `sweethart-settlemene -bevatten. De collectieve schikking komt in 4.7.2 in beide varianten aan bod.14