Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/4.4.3
4.4.3 Tussenconclusie
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS597281:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Banoff & Duval 1984, p. 128 en noot 255. Zie ook Rule 23 (c) (1) (c ) die is geïntroduceerd met de wetswijziging van december 2003.
Vermeldenswaard in dit verband is de uitkomst van de in de vorige noot aangehaalde empirische studie van Banoff & Duval 1984, p. 128, waar geconcludeerd wordt dat een vereenvoudiging van de toepassingscriteria, hoe nuttig ze ook om andere redenen mocht zijn, niet tot een wezenlijke lastenverlichting zou leiden: Since the burdens imposed by securities class actions are not, to any great extent, the result of time expended on the class aspects, streamlining class action procedures is unlikely to effect any considerable reduction in the burdens that class action impose. In particular, proposals to clarify and simplify the criteria for class certification, however meritorious they may be for other reasons, are likely to be successful in reducing the burdens imposed by class ations only insofar as they lead to a reduction in the number of cases in which a class is certified.'
Op basis van het bovenstaande en de door mij in relatie daarmee bestudeerde literatuur over Rule 23 kom ik tot twee tussenconclusies. De eerste is dat het verloop van de formele certificatie fase redelijk complex is. De concrete invulling van veel vereisten is niet eenduidig, terwijl veel vereisten elkaar overlappen,1 hetgeen meer twistpunten en dus meer aanvullende discussies kan opleveren. Hierdoor is het verloop van deze fase allerminst voorspelbaar, terwijl één van de doelstellingen van class action voorspelbaarheid van de procedure was. Een uitvoerige en gedetailleerde regeling van class action biedt daar dus geen garantie voor.2 Opvallend is bovendien het verschil met het Engelse regime, dat slechts zes bepalingen telt. Dat verschil kan op zichzelf verklaard worden met de veel verdergaande werking van class action in vergelijking met de GLO, ofwel opt out versus opt in. De kritiek bij de Engelse regeling is echter dat de regeling juist te summier is en daardoor veel aan duidelijkheid te wensen overlaat.
De tweede tussenconclusie is dat de meeste discussies die in de literatuur en in de rechtspraak over de class action worden gevoerd naar mijn mening uiteindelijk herleid kunnen worden tot vier, niet gelijkwaardige, thema's. Er is een onderlinge wisselwerking en enige overlap, maar omwille van de duidelijkheid zal ik ze separaat behandelen. Ik ontkom er echter niet aan om bij sommige onderwerpen over en weer te verwijzen. De vier thema's duid ik aan als: day in court, geheel gelijk aan som der delen?, dynamiek van schaalvergroting en de rol van de rechter. Ze komen in de hierna volgende paragrafen (4.5-4.8) aan bod.