Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.9.2:3.9.2 Vijf voorwaarden voor een organisatie om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.9.2
3.9.2 Vijf voorwaarden voor een organisatie om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577554:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 3.7.2 kwam reeds naar voren aan welke eisen dient te zijn voldaan om te kunnen spreken van een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb. In de onderhavige paragraaf ga ik nader in op de voorwaarden om als organisatie als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Uit artikel 1:2 lid 1 en lid 3 Awb kan worden afgeleid dat een organisatie aan vijf voorwaarden moet voldoen om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.
In de eerste plaats moet de betreffende organisatie in beginsel een rechtspersoon zijn. Het meest voor de hand ligt de vereniging of stichting. Buitenlandse rechtspersonen kunnen ook als belangenorganisaties optreden. Naast individuele natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen echter ook entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid belanghebbende zijn, gelet op het gebruik van het woord degene in artikel 1:2 lid 1 Awb. Schlössels wijst daarbij op het feit dat die kans klein is gezien het vereiste van een eigen, persoonlijk belang.1
In de tweede plaats dient de rechtspersoon algemene of collectieve belangen te behartigen. Dit is niet hetzelfde als het behartigen van gebundelde belangen of het behartigen van individuele leden.2
In de derde plaats dient de behartiging van genoemde belangen te blijken uit de doelstellingen van de rechtspersoon en uit de feitelijke werkzaamheden. De doelstelling zal bij een vereniging of stichting veelal blijken uit de statuten.
Bij het ontbreken van formele doelstellingen zou kunnen worden volstaan met feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon die kunnen worden ondersteund met notulen etc.3 Louter feitelijke werkzaamheden zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om van een bestendige doelstelling te kunnen spreken.
In de vierde plaats moet de rechtspersoon op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb de aangevoerde algemene of collectieve belangen 'in het bijzonder' behartigen. Deze eis hangt samen met het beginsel van de representativiteit, dat vereist dat de doelstelling van een organisatie voldoende representatief moet zijn voor het belang in kwestie. Reeds uit de doelstelling van de rechtspersoon moet kunnen worden afgeleid dat de organisatie zich het belang in kwestie zou kunnen aantrekken.4
In de vijfde plaats moet het aangevoerde belang rechtstreeks bij het bestreden besluit zijn betrokken, gelet op de samenhang tussen het derde en het eerste lid van artikel 1:2 Awb.