Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.5.2:8.5.2 Uitstel van de prestatie
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.5.2
8.5.2 Uitstel van de prestatie
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196863:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. nr. 217-221. De voorziening kan schade berokkenen, onafhankelijk van de vraag of de prestatie na expiratie als nakoming kan worden aangemerkt. Nieuwe Weme wijst op de noodzaak voor de koper om gedurende de opschorting van een transactie de koopprijs paraat te houden, zonder zekerheid dat de transactie doorgaat (M.P. Nieuwe Weme, annotatie bij OK 3 mei 2007, JOR 2007/143, nr. 12).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[294] Onmiddellijke voorzieningen zijn tijdelijk van aard. Een onmiddellijke voorziening kan het nakomen van een verbintenis dus slechts gedurende een bepaalde periode belemmeren. De prestatie wordt uitgesteld tot na expiratie van de onmiddellijke voorziening. Veruit de meeste onmiddellijke voorzieningen worden getroffen “voor de duur van het geding”. Dat brengt mee, dat bij het treffen van een maatregel niet vaststaat wanneer zij precies tot een einde zal komen. Bij aanvang van de voorziening valt daarom vaak niet te bepalen tot wanneer de prestatie wordt uitgesteld. Het is afhankelijk van de verbintenis of na het tijdsverloop nog gepresteerd kan worden. Uitgestelde prestaties die niet als tekortkoming in de nakoming worden aangemerkt vallen in beginsel buiten het besproken onderwerp.1 Bij het aftasten van de contouren van concrete objectieve normen, worden hierna een paar voorzieningen besproken waarbij uitstel van de prestatie een rol speelde.