Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/4.5.5.2.2
4.5.5.2.2 De beperking van de keuzevrijheid van de schuldenaar door de schuldeiser
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS368742:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Rechtbank Zwolle 9 september 1998, Prg. 1998, 5075, r.o. 7.
Vgl. de conclusie van A-G Van Oosten voor het Vliegtuigvleugel-arrest (NJ 1968, 102). Hij merkte ten aanzien van het verweer van Zentveld dat het personeel van Fokker aan hem zou hebben opgedragen zijn kraan op een manier te bedienen die hij zelf niet wenste op dit, indien juist bevonden, tot toerekening van het risico aan Fokker zou moeten leiden.
HR 25 maart 1966, ECLI:NL:PHR:1966:AC4642, NJ 1966, 279 (Moffenkit).
Idem.
Lid 2 ziet op feitelijke ter beschikking stelling door de opdrachtgever, maar de gevolgen hiervan (geen verschuiving van het risico naar de aannemer, tenzij een waarschuwingsplicht is geschonden) zijn volgens lid 3 ook van toepassing op de situatie dat de opdrachtgever de keuzevrijheid van de aannemer beperkt door voor te schrijven welke zaken de aannemer dient te gebruiken bij de uitvoering van de verbintenis. Asser/Van den Berg 7-VI 2017/91: ‘het voorschrijven van een materiaal dat ongeschikt is voor het doel waarvoor het is bestemd, [valt] te beschouwen als een verkeerde ontwerpkeuze van de opdrachtgever die krachtens art 7:760 lid 3 BW voor zijn rekening komt’. Dit geldt overigens slechts voor incidentele ongeschiktheid.
Rechtbank ’s-Hertogenbosch 15 juni 2005, ECLI:NL:RBSHE:2005:AT7382 en Rechtbank ’s-Hertogenbosch 15 juni 2005, JBPr 2005, 75, met nt. J.S. Kortmann. Verdere verloop: Gerechtshof ’s- Hertogenbosch 28 augustus 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2385.
Rechtbank Limburg 31 mei 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:4985.
Rechtbank Limburg 31 mei 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:4985, r.o. 4.9.
De waarschuwingsplicht van de aannemer vloeit voort uit artikel 7:754 BW.
Broekema-Engelen, GS Verbintenissenrecht, art. 6:77 BW, aant. 17.
De verplichting van de hulpverlener om te handelen in overeenstemming met de professionele standaard mag niet wijken voor de wensen van de patiënt; Leenen, Dute & Legemaate 2017, p. 105.
Broekema-Engelen, GS Verbintenissenrecht, art. 6:77 BW, aant. 17.
Ook op de schuldeiser kan onder omstandigheden een waarschuwingsplicht rusten. Zie daarover de volgende paragraaf onder ‘wederzijdse deskundigheid’.
Toerekening aan de schuldenaar van de ongeschikte hulpzaak zou onredelijk kunnen zijn indien zijn keuzevrijheid ten aanzien van de te gebruiken zaak is beperkt. Een beperking van de keuzevrijheid kan zich voordoen indien niet de schuldenaar, maar de schuldeiser de zaak heeft uitgekozen.1 Aan de aansprakelijkheid van de schuldenaar ligt onder meer ten grondslag dat het risico op schade door een ongeschikte zaak voor rekening van degene moet komen die dat risico in het leven roept (door die zaak uit te kiezen en te gebruiken). Als de schuldeiser de te gebruiken zaak uitkiest, dan roept die partij het risico van ongeschiktheid van die zaak in het leven en niet de schuldenaar die deze zaak slechts gebruikt op voorschrift van zijn wederpartij. Het risico dient in een dergelijk geval voor rekening van de schuldeiser te komen.2 Dit blijkt reeds uit het Moffenkit-arrest uit 1966.3 De Hoge Raad overwoog:4
‘dat de aanbesteder in ieder geval niet voor rekening van de aannemer kan laten gebreken welke uitsluitend het gevolg zijn van de ondeugdelijkheid van door de aannemer op voorschrift van de aanbesteder van derden betrokken materiaal’.
Deze regel is inmiddels in artikel 7:760 BW opgenomen. Lid 1 bevat een aansprakelijkheid van de aannemer voor de zaken die hij bij de uitvoering van de verbintenis gebruik en krachtens lid 2 jo. lid 3 geldt daarop een uitzondering in geval van een beperking van de keuzevrijheid door de opdrachtgever.5
In het kader van artikel 6:77 BW is de invloed van de beperking van de keuzevrijheid van de schuldenaar aan de orde in een procedure over de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het anticonceptiemiddel Implanon.6 Veel vrouwen hadden zelf voor het product Implanon gekozen. Toen ze na de implantatie van het anticonceptiemiddel alsnog zwanger werden, stelden ze niet alleen de producent, maar ook de hulpverleners aansprakelijk. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van de hulpverleners op grond van artikel 6:77 BW oordeelde de Rechtbank ’s-Hertogenbosch dat de in artikel 6:77 BW neergelegde aansprakelijkheid voor ongeschikte hulpzaken alleen geldt bij keuzevrijheid van de schuldenaar om naar eigen inzicht hulpmiddelen in te schakelen.
De Rechtbank Limburg oordeelde in gelijke zin in een procedure over de aansprakelijkheid voor schade ontstaan door het gebruik van ongeschikte lijm bij het bouwen van straatmeubilair.7 De schuldenaar had in deze zaak een andere soort lijm gebruikt dan hij normaliter gebruikte, omdat de schuldeiser extra personeel aan de schuldenaar had geleverd en dit (ongeschoolde) personeel niet met de lijm kon werken die de schuldenaar normaliter gebruikte. Hierdoor heeft de schuldeiser volgens de rechtbank de keuzevrijheid van de schuldenaar beperkt.8 Door de gedragingen van de schuldeiser is de schuldenaar overgestapt op de (uiteindelijk) ongeschikte lijmsoort. Deze situatie is volgens de rechtbank gelijk te stellen met de situatie waarin de opdrachtgever ‘voorschrijft een bepaald – naar later blijkt naar zijn aard (functioneel) ongeschikt – materiaal te gebruiken’. De gevolgen van de door de opdrachtgever ‘voorgeschreven’ ongeschikte lijm, dienen voor zijn rekening te komen, aldus de rechtbank. De rechtbank laat in het midden of het hier om een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk gaat en oordeelt dat toerekening aan de schuldenaar in beide gevallen onredelijk is; in het eerste geval op grond van de tenzij-formule van artikel 6:77 BW en in het tweede geval op grond van artikel 7:760 lid 3 BW.
Op grond van artikel 7:760 BW inzake aanneming van werk komt de schuldenaar geen beroep op het ontbreken van keuzevrijheid toe in geval van de schending van een waarschuwings-/zorgplicht. Indien de schuldeiser de ongeschikte zaken heeft gekozen, maar de schuldenaar een ‘waarschuwingsplicht heeft geschonden of anderszins met betrekking tot deze gebreken in deskundigheid of zorgvuldigheid tekort is geschoten’, dan komen de gevolgen van de ondeugdelijke uitvoering van het werk toch voor rekening van de schuldenaar.9 Dit zal ook bij een beroep op de tenzij-formule van artikel 6:77 BW gelden.10 Indien de schuldeiser het gebruik van een bepaalde zaak voorschrijft en de schuldenaar weet of behoort – met het oog op zijn deskundigheid – te weten dat deze zaak ongeschikt is voor de uitvoering van de verbintenis, dan zal hij zich niet tegen aansprakelijkheid kunnen verweren met een beroep op gebrek aan keuzevrijheid indien hij de schuldeiser niet heeft ingelicht over deze ongeschiktheid. Indien de schuldenaar een hulpverlener is, zoals in de Implanon-zaak, dan bestaat er in de relatie tot de schuldeiser – de patiënt – (doorgaans) een groot verschil in deskundigheid. In samenhang met de op de hulpverlener rustende zorgplicht, leidt dit ertoe dat een gebrek aan keuzevrijheid minder snel kan worden aangenomen. De hulpverlener is als deskundige doorgaans beter in staat dan de patiënt om de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van een bepaalde zaak in te schatten. Indien hij meent dat een door de patiënt gekozen zaak ongeschikt is, zal hij de patiënt daarover dienen in te lichten en desnoods het gebruik van die zaak dienen te weigeren.11 Verzaakt hij daarin, dan zal hem geen beroep op de tenzij-formule vanwege een gebrek aan keuzevrijheid toekomen.12
Samengevat is een beroep op de tenzij-formule door de schuldenaar in beginsel gerechtvaardigd indien de schuldeiser de te gebruiken zaak heeft voorgeschreven. De schuldeiser roept in een dergelijk geval het risico in het leven en dient dat risico te dragen. Dit kan anders zijn indien op de schuldenaar een waarschuwingsplicht rust.13 Hiervan kan sprake zijn bij een discrepantie in deskundigheid tussen de schuldenaar en schuldeiser. De schuldenaar die de schuldeiser niet inlicht over de ongeschiktheid van de door de schuldeiser voorgeschreven zaak zal zich niet snel op een gebrek aan keuzevrijheid kunnen beroepen. Ook op de schuldeiser kan onder omstandigheden een waarschuwingsplicht rusten. Zie daarover de volgende paragraaf.
Een beperking van de keuzevrijheid van de schuldenaar is ook denkbaar in geval van een verplichte aanbesteding of op grond van het vergoedingsregime van een verzekeraar. Deze omstandigheden komen in de volgende paragraaf nader aan bod