Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/7.9.4
7.9.4 De rol van de nationale rechter
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500894:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 13 november 1990, nr. C-106/89, Jur. 1990, p. 1-4135(Marleasing).
M.b.t. de agressienorm of de professionele toewijding bestaat helemaal geen rechtspraak.
Garde en Haravon 2006, p. 2; Stuyck, Terryn en Van Dyck 2006, p. 131-132. Zie ook Eriksson en Coberg 2007, p. 101, die een 'Race to the Court' hadden verwacht waarin de lidstaten hun 'national' understandings of the Directive' veilig zouden proberen te stellen tegenover het HvJ.
Tot op heden is er overigens slechts een vraag gesteld m.b.t. de richtlijn en niet m.b.t een onduidelijke term doch de compatibiliteit van een nationale regeling met de richtlijn (toepassingsbereik): Y7B-VAB, Galarea en Plus.
Ving Sverige.
478. De rechter dient de nationale omzettingswetgeving conform de richtlijn uit te leggen.1 Daarbij maakt hij gebruik van de richtlijn (zonder deze direct toe te passen) maar ook van de rechtspraak van het HvJ. De bestaande rechtspraak van het HvJ (te denken valt aan de referentieconsument of het besluitcriterium) biedt onvoldoende houvast met het oog op de maximale harmonisatiedoelstelling van de richtlijn. Voor de agressienorm bevat zij bijvoorbeeld geen enkel aanknopingspunt.2 De verwachting is dat een groot aantal prejudiciële vragen zal worden gesteld.3 Daarom zou, gelet op de lengte van de procedure en de hoeveelheid onduidelijkheden, een risico van verstopping bestaan.4 Gezien het tot nu toe beperkte aantal prejudiciële procedures met betrekking tot de onduidelijke termen in het consumentenacquis, lijkt deze verwachting niet helemaal gerechtvaardigd. Vooralsnog is slechts één vraag gesteld over de betekenis van een open begrip uit de Richtlijn OHP.5