Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/7.9.3
7.9.3 De rol van het HvJ
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS498479:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Vrey 2004, p. 5.
Zie over de ml van het HvJ: Eriksson en ()berg 2007, p. 99-101.
In gelijke zin: concl. A-G Mengozzi voor Ving Sverige, r.o. 24.
Roth 1998, p. 141-142.
Eriksson en ()berg 2007, p. 100. Dit valt gelet op de actieve rol van het HvJ bij de uitleg van de misleidingsnorm en het feit dat het bij de Richtlijn OHP niet om een contractuele norm gaat, echter niet direct te verwachten. De misleidingsnorm is in de vrijverkeerrechtspraak veelvuldig uitgelegd (en zelfs toegepast). De internemarktbetekenis van deze norm vormde een doorslaggevende overweging voor het HvJ om zijn uitlegrol te vervullen.
Anders dan bij de uitleg van de misleidingsnorm wordt de interne marktdoelstelling nauwelijks vooropgesteld.
Plus, r.o. 54. Wanneer geen sprake is van een praktijk uit de zwarte lijst.
Ving Sverige.
477. De maximum harmonisatiedoelstelling van de richtlijn zorgt ervoor dat de afhankelijkheid van, en dus de druk op de interpretatieve taak van het Hof toeneemt.1 Het is aan het HvJ om Europa 'les moyens de ses ambitions' te geven.2 Een autonome uitleg van de vele begrippen uit de richtlijn ligt voor de hand.3 Open normen verschaffen nationale lidstaten echter een grote beoordelinsvrijheid en perken volgens Roth de autonome uitlegbevoegdheid van het Hof in. 4 De vraag is hoe het HvJ dit zelf ziet. In zijn rechtspraak met betrekking tot de Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn OB) is het Hof nogal terughoudend (par. 2.9.2 en het Hofstetter-arrest). Het zou met het oog op de harmonisatiedoelstelling onwenselijk zijn, wanneer de bal net als in het Hofstetter-arrest zou worden teruggespeeld naar de verwijzende rechter.5 De in het kader van de minimum harmonisatie geuite bezwaren tegen de autonome uitleg van open normen zijn, naar ik meen, minder gegrond in het kader van de maximale harmonisatie.
Vooralsnog geeft het Hof antwoord op de gestelde vragen zonder de open normen nader te concretiseren en de nationale rechter ten opzichte van de richtlijn aanvullende gezichtspunten aan te reiken.6 Het Hof onderstreept het feitelijke karakter van de toetsing aan de open normen en de daarmee gepaard gaande rechterlijke discretieruimte. De eerste uitspraken met betrekking tot de Richtlijn OHP betreffen de verenigbaarheid van nationale verbodsbepalingen hiermee. Het Hof spoort de rechter aan om bij de toetsing van voorheen naar nationaal recht verboden praktijken aan de open normen rekening te houden met 'de specifieke omstandigheden van het concrete geval'7 (zonder een indicatie te geven om welke omstandigheden het mag gaan en hoe deze tegen elkaar zouden moeten worden afgewogen). Het Hof heeft in de eerste prejudiciële procedure met betrekking tot de uitleg van een open norm — de misleidende omissie in geval van een uitnodiging tot aankoop, deze norm van weinig strakke contouren voorzien. De nationale rechter krijgt in Ving Sverige, vanuit het oogpunt van de maximale harmonisatie, erg veel manoeuvreerruimte.8 Voor een eenvormige toepassing van art. 7 lid 4 richtlijn zal deze uitspraak niet zorgen.
Er is, gelet op de vele in dit hoofdstuk uiteengezette onduidelijkheden in de richtlijn, met het oog op de harmonisatie in de praktijk, behoefte aan duidelijke sturing door het HvJ. De hoeveelheid onduidelijke normen en termen is echter zo groot dat er, al zou het aantal vragen inderdaad sterk toenemen, ook niet te veel van de uniformerende rol van de EU-rechtspraak mag worden verwacht.