Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/5.3.1
5.3.1 Geen rang tussen obligatoire rechten
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS391806:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Mugdan I, p 506.
Dat meerdere vorderingsrechten tot een werkelijke collisie leiden, wordt volgens de wetgevingsgeschiedenis uitgesloten door ‘das Wesen der obligatorischen Willensherrschaft’. Niet het vorderingsrecht, maar het belang dat de schuldeisers heeft bij de voldoening van zijn vordering kan in conflict raken. Zie Mugdan I, p. 506.
Mugdan I, p. 506.
Zie § 883 lid 3 BGB. De positie van de koper ten behoeve van wie een tweede Vormerkung is ingeschreven strookt met die van een schuldeiser met een tweede Pfändungspfandrecht. Ze sluiten weliswaar de overige concurrenten uit, maar staan op grond van de prioriteitsregel achter bij de koper met een oudere Vormerkung c.q. de eerder executerende schuldeiser.
De strikte scheiding tussen het zakenrecht en het verbintenissenrecht die de wetgever aan het privaatrecht ten grondslag legde, brengt mee dat voor de toepassing van goederenrechtelijke uitgangspunten – waaronder de prior-temporeregel – geen ruimte is in het verbintenissenrecht:
‘Darf der Schuldner, der durch nach einander abgeschlossene Verträge die Verbindlichkeit übernommen hat, denselben Gegenstand verschiedenen Personen zu übertragen, keinem der Forderungsberechtigten gegenüber sich darauf berufen, dass er aus einem ältere oder jüngeren Vertrage Anderen verplichtet sei, […].’1
Ten aanzien van meerdere met elkaar colliderende verbintenisrechtelijke aanspraken bestaat geen rangorde.2 Het BGB hecht geen belang aan de anciënniteit van de vorderingen.3 Pas als een schuldeiser de Einzelzwangsvollstreckung inzet door tot beslaglegging over te gaan verkrijgt hij een versterkte positie ten opzichte van zijn concurrenten. Het uitgangspunt van de wetgever ten aanzien van een verbintenisrechtelijke aanspraak is dat de positie van de schuldeiser afhankelijk is van het te gelde maken van zijn aanspraak.4 Schuldeisers staan in geen enkele rechtsbetrekking tot elkaar en hoeven dan ook geen rekening met elkaar te houden. Pas als wordt overgegaan tot beslaglegging kan van een verhouding tot andere schuldeisers worden gesproken.
In het vergelijkbare geval van een dubbele verkoop komt evenmin aan de koper met een ouder leveringsrecht een sterker recht toe dan aan de koper die nadien dezelfde koop is aangegaan. Een koper van een registergoed kan evenwel door actie te ondernemen zijn recht veiligstellen en daarmee zijn concurrenten uitsluiten. De Vormerkung biedt hem de mogelijkheid om de verkrijging van het goed te waarborgen. De overdracht aan een ander nadat een Vormerkung is ingeschreven is immers jegens de eerst gerechtigde unwirksam.5 Meerdere Vormerkungen verhouden zich ingevolge § 879 BGB tot elkaar naar het moment van registratie.6