Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/5.3.2
5.3.2 Verzakelijkte obligatoire rechten
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS387090:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Mugdan III, p. 565. De tweede commissie voerde de nodige theoretische gronden aan tegen de invoering van de Vormerkung. De meerderheid zag uiteindelijk een dringende behoefte aan de invoering van de Vormerkung die reeds in meerdere Duitse staten als rechtsfiguur erkend werd.
Het toepassingsgebied van de Vormerkung is ruimer dan naar Nederlands recht. Ingevolge art. 7:3 BW kan alleen de koop worden ingeschreven in de registers. Vgl. § 883 BGB, waaruit volgt dat een Vormerkung kan worden ingeschreven ‘zur Sicherung des Anspruchs auf Einräumung oder Aufhebung eines Rechts an einem Grundstück oder an einem das Grundstück belastenden Recht oder auf Änderung des Inhalts oder des Ranges eines solchen Rechts’.
Zie Weber 2015, p. 185 met rechtspraakverwijzing, Baur-Stürner 2009, p. 267 en 268 en Westermann-Gursky-Eickmann 2011, p. 679 en 680.
Zie MünchKomm/Kohler § 879 Rn 9.
Zie voor een overzicht van goederenrechtelijke rechten Baur-Stürner 2009, p. 31.
Zie Baur-Stürner 2009, p. 3
Het voert te ver om alle rechten te verkennen omdat ze behalve in het BGB – ik wijs nog op §746 BGB – ook in speciale wetten voorkomen. Daarnaast vormen deze rechten geen principiële afwijking van het systeem, maar komen voort uit de gedachte om bepaalde rechtsbetrekkingen te beschermen of te versterken. Zie in dit kader Canaris 1978, p. 392-426.
Zie voor het goederenrechtelijke karakter van de positie van de huurder Baur-Stürner 2009, p 393-399.
Zie § 566 BGB: ‘Kauf bricht nicht Miete.’ Vgl. art. 7:226 BW.
Met het versterken van een verbintenisrechtelijke aanspraak – ofwel door aan de executerende schuldeiser een pandrecht toe te kennen, dan wel door de Vormerkung mogelijk te maken – verkrijgt een obligatoir recht een zekere goederenrechtelijke werking.
Hoewel de wetgever zich realiseerde dat de Vormerkung slecht past in het systeem, werd de invoering van deze uit het ALR afkomstige rechtsfiguur noodzakelijk geacht ter bescherming van het recht van de koper op levering van een onroerende zaak.1 Het gevaar bestaat namelijk dat de verkoper van een onroerende zaak in de tijd tussen de koop en de registratie in het Grundbuch – pas na registratie gaat immers de eigendom over de op de koper – dezelfde zaak aan een ander overdraagt. De oorspronkelijke koper heeft dan slechts een verbintenisrechtelijke aanspraak op de verkoper. Het goederenrechtelijke gevolg van de eigendomsverkrijging door een latere koper is onomkeerbaar. Om die reden is het mogelijk gemaakt dat de koper zijn aanspraak op de verkrijging van de zaak op grond van § 883 BGB in het Grundbuch doet inschrijven, waarna hij zijn recht op levering kan tegenwerpen aan latere verkrijgers of anderszins goederenrechtelijk gerechtigden.2 De Vormerkung neemt vanwege haar inschrijving in het Grundbuch conform de hoofdregel van § 879 BGB rang in naar het moment van registratie. Daarmee is het vraagstuk of de koper met de Vormerkung wordt beschermd tegen een overdracht aan een ander onderworpen aan de prioriteitsregel. Aangezien eigendomsverkrijging in het Grundbuch in een andere afdeling wordt geregistreerd (afdeling I) dan de Vormerkung (afdeling II), komt de rangorde tot stand aan de hand van het hierboven besproken Tempusprinzip.
De Vormerkung laat zich in het systeem van het privaatrecht niet als zuiver obligatoir noch als zuiver goederenrechtelijk recht kwalificeren. Na de Vormerkung verrichte beschikkingshandelingen zijn alleen unwirksam jegens de koper wiens recht door de Vormerkung wordt beschermd. De verkoper is na inschrijving van de Vormerkung niet beschikkingsonbevoegd geworden. Daarentegen kan de koper zijn recht op levering wel aan derden tegenwerpen.3 In navolging van de rechtspraak wordt in de literatuur de Vormerkung veeleer als een recht sui generis aangemerkt.4
Een andere rechtsfiguur waarmee toekomstige veranderingen in de goederenrechtelijke status van een goed kunnen worden veiliggesteld is het dingliche Vorkaufsrecht.5 Deze met een optie vergelijkbare figuur moet worden ingeschreven in het Grundbuch en heeft ten opzichte van derden dezelfde werking als de Vormerkung.6 Een obligatoir recht tot koop is daarmee in zijn verhouding tot goederenrechtelijke aanspraken op eigendomsverkrijging eveneens aan de toepassing van de prioriteitsregel onderhevig.7
De Vormerkung en het dingliche Vorkaufsrecht worden in de literatuur geschaard onder de zogenoemde Erwerbsrechte (verkrijgingsrechten).8 Ze mogen dan naar hun aard niet als zuiver goederenrechtelijk recht zijn te kwalificeren, ze hebben wel een wettelijke basis waardoor wordt vastgehouden aan het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten, de zogenoemde numerus clausus, in Duitsland ook wel Typenzwang genoemd.9 Toch komen daarnaast in het BGB nog enkele obligatoire rechten voor die goederenrechtelijke eigenschappen vertonen.10 Bij wijze van voorbeeld kan de positie van de huurder worden genoemd.11 Het adagium ‘koop breekt geen huur ’ dat ook naar Duits recht geldt, kent aan de huurder niet alleen een recht ten opzichte van de verhuurder toe, maar ook ten opzichte van opvolgende eigenaren van de zaak.12 De vraag of hij aanspraak kan blijven maken op het huurgenot wordt beantwoord aan de hand van de prioriteitsregel. Als het recht van de huurder eerder is ontstaan dan het eigendomsrecht van de eigenaar van de zaak, mag hij in beginsel zijn rechten blijven uitoefenen.