Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/55
55 De introductie van nieuwe prestatiemaatstaven
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371383:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De eenvoud van opties draagt bij aan de populariteit van deze vorm van bezoldiging. Voor het meten van de prestatie is immers geen complexe berekening nodig. Men kan de marktwaarde van de aandelen iedere dag opzoeken. Hierdoor wordt de mogelijkheid van manipulatie van de maatstaf door de bestuurders beperkt. Crystal 1991a, p. 216. Dat opties niet zo ideaal bleken te zijn als toen gedacht zou later pijnlijk duidelijk worden, zie randnummer 124.
Een ‘bull market’ betekent een aanhoudende opwaartse trend van de aandelenmarkten. De tegenhanger van een bull market is een ‘bear market’.
Crystal 1991a, p. 215/216.
Deze conclusie wordt breder gedragen tijdens de jaren ’70 en begin jaren ’80 met als hoogtepunt een artikel op de voorpagina van BusinessWeek, getiteld: ‘The Death of Equities’. Enkele maanden na het verschijnen van dit artikel van 13 augustus 1979 zou de Dow Jones weer een stijging inzetten en in één opwaartse beweging richting de 3000 punten gaan. Zie voor het artikel in BusinessWeek (met editor’s note waarin de inhoud van het artikel wordt gerechtvaardigd door het in die tijdsgeest te plaatsen): https://www.businessweek.com/stories/1979-08-13/the-death-of-equitiesbusinessweek-business-news-stock-market-and-financial-advice (laatst bezocht op 17 december 2013).
Ondernemingen hadden ervoor kunnen kiezen om de ‘bear market’ die volgde uit te zitten en door te gaan met het toekennen van opties. Bestuurders zouden een tijd lang geen extra variabele beloning ontvangen, maar de looptijd van toegekende opties duurt 10 jaar en geen enkele ‘bear market’, zelfs die na de Great Depression niet, heeft langer geduurd dan 10 jaar.
Ondernemingen gaan op zoek naar nieuwe maatstaven om minder afhankelijk te worden van ‘onvoorspelbare’ aandelenkoersen. Een van de eerste favoriete nieuwe maatstaven is ‘growth in earnings per share’. Aan de beloningsconsultants wordt opdracht gegeven om deze nieuwe variabele beloningsplannen in snel tempo te ontwerpen en binnen het bestaande beloningskader van de onderneming in te passen. Om dit te kunnen bewerkstelligen is het noodzakelijk dat iemand de economische waarde van de nieuwe plannen berekent, evenals de economische waarde van de variabele beloningsvormen die op dat moment nog gehanteerd werden, zoals de optieplannen. De beloningsconsultants grossierden in het werk en werden binnen korte tijd een onmisbare adviseur voor ondernemingen. Crystal 1991, p. 216/217.
De bezoldigingsconsultant heeft nog een andere belangrijke invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de samenstelling van de bezoldiging van bestuurders. De toegenomen aandacht voor bezoldiging zorgt begin jaren ’70 voor een herijking van de wijze waarop variabele beloning wordt toegekend. Naast het belonen met opties wordt op zoek gegaan naar andere manieren om de waarde van de bestuurder te meten. Aanleiding hiervoor is een verlies van vertrouwen van de ondernemingsleiding in de efficiënte werking van de aandelenmarkt.
Hoewel de daadwerkelijke reden voor het invoeren van opties vanaf de jaren ’50 veelal voortkomt uit de wens een bestuurder zo belastinggunstig mogelijk te belonen, worden dergelijke optieplannen jegens de aandeelhouders gerechtvaardigd door te stellen dat gekozen is voor het belonen met opties om zodoende de bestuurdersbeloningen te koppelen aan het belang van de aandeelhouder. Aangezien aandeelhouders primair gebaat zijn bij een positieve ontwikkeling van de aandelenkoers, ligt het voor de hand bestuurders te belonen voor stijgende aandelenkoersen. Opties zijn op het eerste gezicht hiervoor het ideale instrument.1
In de jaren ’50-’70 kennen de Verenigde Staten de langstdurende bullmarket uit hun geschiedenis.2 In die periode neemt het belonen van bestuurders met opties een vlucht. Deze bullmarket, in combinatie met de mogelijkheid opties te herprijzen en onder de aandelenkoers uit te geven, zorgt ervoor dat de daadwerkelijke reden voor het invoeren van opties (belastingvoordeel) en de rechtvaardiging voor de invoering jegens de aandeelhouders (alignment of interest) in elkaars verlengde liggen. Bestuurders maken zich in deze periode dan ook weinig zorgen over hun bezoldiging. Zij ontvangen, naast een redelijk vast salaris, opties op de aandelen van hun onderneming die door de stijgende aandelenprijzen voldoende inkomsten genereren.3
Als de aandelenmarkt in de jaren ’70 in elkaar stort terwijl de mogelijkheden tot het herprijzen van de opties beperkt zijn, lopen reden en rechtvaardiging echter uiteen. Bestuurders zien hun variabele beloning opdrogen door de dalende aandelenkoersen en verliezen hun vertrouwen in de efficiënte werking van de aandelenmarkt. Ontevreden over de gang van zaken wordt afstand genomen van de beroemde woorden van J.P. Morgan dat aandelenkoersen nu eenmaal stijgen en dalen. Geconcludeerd wordt dat de aandelenmarkten hun voorspellend vermogen over de waarde van de onderneming hebben verloren.4 Daarbij wordt tevens geageerd tegen een belangrijke consequentie van de rechtvaardiging voor het bezoldigen met opties, namelijk dat als de aandelenkoers gelijk blijft of daalt de bestuurder geen beloning verdient.5
Inspelend op de gedachte dat de aandelenmarkten onbetrouwbaar zijn geworden, overtuigen diverse consultants bestuurders ervan dat de reden dat zij niet dezelfde inkomsten ontvangen als voorheen niet zozeer ligt aan de inzet en prestaties van de bestuurders, maar eerder aan het feit dat de verkeerde maatstaven gebruikt worden om hun prestaties te meten. De aandelenkoers wordt immers niet alleen beïnvloed door het handelen van de bestuurder, maar is ook onderhevig aan externe factoren. Het duurt niet lang voordat bestuurders overtuigd raken van deze argumenten. Aan de beloningsconsultants wordt gevraagd onderzoek te doen naar het toepassen van variabele beloning, hetgeen leidt tot de introductie van nieuwe prestatiemaatstaven zoals ‘growth in earnings per share’ (hierna: EPS). Hierdoor verschuift de wijze waarop risico’s verdeeld worden over de bestuurders, de aandeelhouders en de overige stakeholders. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat de band tussen de beloning van de bestuurders en de prestatie die in het belang is van de aandeelhouders – de aandelenkoers en het dividend – zou verzwakken.6
Het aantrekken van de aandelenkoersen zorgt ervoor dat de optie populair blijft als beloningsmiddel. De bereidheid om te belonen op basis van andere maatstaven om de prestatie van een onderneming (lees: bestuurder) te meten is dan echter volledig geaccepteerd, waardoor de variabele beloning van bestuurders meer geïsoleerd raakt van aandelenkoersen.