Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.1:4.1 Inleiding
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625377:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Hammerstein 1977, p. 78.
Vgl. Hammerstein 1977, p. 86: 'De grondslag blijft de billijkheid ook hier, maar anders dan bij personele subrogatie kan men de billijkheid niet als dwingend argument gebruiken voor een constructie die ook zakenrechtelijke gevolgen heeft.'
Zie ook Sagaert 2003, p. 116.
Zie hiervoor hfd. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
95.
Het doel van zaaksvervanging is in het vorige hoofdstuk duidelijk naar voren gekomen. Het gaat om behoud van vermogensevenwicht door de bescherming van bestaande aanspraken, ondanks de wijziging in de goederen waarop zij betrekking hebben. Dit leidt tot de vraag hoe dit te bereiken is binnen het kader van het goederenrechtelijke systeem. Deze vraag naar de methode van de vervanging staat in dit hoofdstuk centraal, met andere woorden: hoe bewerkstelligt zaaksvervanging dat de rechtsverhoudingen zoals die bestaan tussen diverse, tot één goed gerechtigden, worden voortgezet ten opzichte van een vervangend goed?
Om zaaksvervanging een bruikbare rechtsfiguur te laten zijn, is het noodzakelijk zicht te hebben op de wijze waarop zaaksvervanging tot handhaving van beschermenswaardige rechtsposities leidt. Vereist is dat deze methode past in het goederenrechtelijke rechtsstelsel. De vergelijking met ongerechtvaardigde verrijking, die voor de ratio zinvol was, kan ons hierbij niet meer van dienst zijn.1 Goederenrechtelijke methoden en het goederenrechtelijke systeem wijken hiervoor te zeer af van hun verbintenisrechtelijke tegenhangers.2 Wel wordt nagegaan in hoeverre de in paragraaf 3.2 aangehaalde theorieën licht werpen op de methode van zaaksvervanging. Daarna wordt de in paragraaf 1.6 gemaakte keuze voor de benadering van zaaksvervanging als het van rechtswege toekennen van een nieuw recht, verder onderzocht door zaaksvervanging te vergelijken met originaire wijzen van verkrijging. Deze vergelijking is zinvol, omdat bij voldoende overeenkomsten met zaaksvervanging, dit het uitgangspunt ondersteunt dat zaaksvervanging een originaire verkrijging inhoudt. Hieraan kan vervolgens de conclusie worden verbonden dat zaaksvervanging in technisch opzicht past binnen het goederenrechtelijke systeem. De systematische inpassing biedt tevens een uitgangspunt om de wijze van rechtsverkrijging door zaaksvervanging te duiden. Dit gebeurt in paragraaf 4.4. De verhouding tussen de rechtsfiguren zaaksvervanging en vertegenwoordiging staat centraal in de op een na laatste paragraaf van dit hoofdstuk. Gekeken wordt of deze rechtsfiguur een alternatieve verklaring biedt ten aanzien van de wijze waarop zaaksvervanging tot behoud van aanspraken leidt.
Ratio en methode moeten samen zorgen voor een duidelijk afgebakend begrip van zaaksvervanging. Op deze wijze is de rechtsonzekerheid tot een minimum beperkt en wordt zaaksvervanging een bruikbare rechtsfiguur.3 Om de complexiteit niet onnodig te vergroten, wordt in dit hoofdstuk geabstraheerd van problemen, die samenhangen met bijvoorbeeld de individualiseerbaarheid van de betrokken goederen.4