Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.3.4:10.4.3.4 Kanttekeningen
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.3.4
10.4.3.4 Kanttekeningen
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575234:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Basedow 2007, p. 250.
Basedow 2007, p. 251.
Verordening 1206/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, PbEG 44 2001, L 174/1. Zie Basedow 2007, p. 251 en de daar vermelde literatuur.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nog steeds dient de kanttekening te worden geplaatst dat er bij mededingingsrechtelijke overtredingen met een grensoverschrijdend karakter (artikel 6 lid 3 sub a en sub b Rome il-vo) sprake kan zijn van versnippering van het toepasselijke recht (zie ook § 10.4.4).
De eiser kan op grond van de regels van de rechterlijke bevoegdheid in de EEX-Vo zijn vordering aanhangig maken bij de rechter van de woonplaats van de schender van het mededingingsrecht (forum rei, artikel 2 EEX-vo), de rechter van de plaats waar de mededingingsbeperkende overeenkomst of gedraging is afgesproken of het mededingingsbeperkende besluit is genomen (het Handlungsort, artikel 5 EEX-vo) of de rechter van de plaats waar de mededingingsbeperkende effecten zich voordoen (het Erfolgsort, artikel 5 EEX-vo). Bij deze laatste optie wordt de eiser wel beperkt door de grenzen zoals die door het HvJ EG in Shevill zijn gesteld. De rechter van het Erfolgsort is volgens de Shevill uitspraak slechts bevoegd om kennis te nemen van de vordering van de in dat land geleden (ingetreden) schade.
Indien de vordering aanhangig wordt gemaakt bij het forum rei of het Handlungsort en de markt in meerdere landen beïnvloed wordt, zullen op grond van artikel 6 lid 3 sub a Rome 11-VO meerdere rechtsstelsels van toepassing zijn op de vordering van de gelaedeerde tot verkrijging van vergoeding van de schade die in meerdere landen is geleden. Om te voorkomen dat meerdere rechtsstelsels van toepassing zijn kan de eiser een beroep doen op artikel 6 lid 3 sub b Rome H-vo. Ingeval de eiser schadevergoeding eist bij het forum rei en de markt in verschillende landen beïnvloed wordt, kan de eiser er namelijk op grond van artikel 6 lid 3 sub b Rome II-VO voor kiezen zijn vordering te gronden op het recht van de rechter van de woonplaats van de laedens (lex fori laedentis), mits de markt in die lidstaat een van de markten is die rechtstreeks en aanzienlijk beïnvloed worden door de beperking van de mededinging waaruit de niet-contractuele verbintenis voortvloeit waarop de vordering is gebaseerd.
Het kan een voordeel zijn dat maar één rechtsstelsel van toepassing is op de vordering tot verkrijging van schadevergoeding (artikel 6 lid 3 sub b Rome H-vo). Desondanks kan het voor de gelaedeerde soms verstandiger zijn om aparte schadevergoedingsacties in te stellen in de verschillende landen waar de schade is geleden. Indien de gelaedeerde op grond van het recht van de rechter van de woonplaats van de laedens schadevergoeding eist bij het forum rei en de vordering omvat schade die in verschillende landen is geleden kunnen zich namelijk de nodige problemen voordoen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de problemen op het gebied van het bewijs van de schade die is ontstaan in de verschillende landen.1 Zo wijst Basedow op het feit dat het voor de berekening van de geleden schade nodig kan zijn marktonderzoek te laten uitvoeren in de verschillende nationale markten.2 Tevens kan het voor het bewijs nodig zijn documenten te verkrijgen die in verschillende landen zijn gelokaliseerd (deze documenten dienen vervolgens weer vertaald te worden in de officiële taal van de geadieerde rechter). Ondanks het bestaan van Verordening 1206/2001 (EG-bewijsverordening) bestaan er dan ook nog steeds de nodige verschillen tussen de lidstaten in de nationale stelsels van burgerlijk procesrecht.3
Indien de laedens schade heeft veroorzaakt in 27 lidstaten van de EU zou het, ondanks de Rome II-VO, in de praktijk nog steeds zo kunnen zijn dat er door de gelaedeerden 27 procedures tot verkrijging van schadevergoeding moeten worden ingesteld in 27 verschillende lidstaten. Zowel voor de laedens, de gelaedeerden als de rechterlijke macht is dat vanuit het oogpunt van een efficiënte afwikkeling van mededingingsschade geen ideale uitkomst.