De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.3.2.5:3.2.3.2.5 Causaliteit
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.3.2.5
3.2.3.2.5 Causaliteit
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652422:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitgebreid Asser/Sieburgh 6-II 2021/50 e.v.
Zie ook HR 27 september 2000 (r.o. 4.2), NJ 2000/653; JOR 2000/217, m.nt. M. Brink (Gucci).
HR 18 april 2003 (r.o. 3.13; 3.21), NJ 2003/286, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2003/110, m.nt. J.M. Blanco Fernández (RNA).
Vgl. Klaassen 2002, p. 99.
Vgl. De Groot 2004b, p. 13-14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen de geleden schade en de onrechtmatige gedraging moet een causaal verband bestaan. Aan de hand van het condicio sine qua non-vereiste dient te worden nagegaan of de onrechtmatige gedraging de noodzakelijke voorwaarde is voor het ontstaan van de schade. Is dat het geval, dan bestaat in beginsel recht op een volledige schadevergoeding. Mogelijk is echter dat de veroorzaakte schade de onderzoeker, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en de schade, redelijkerwijs niet als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (art. 6:98 BW).1
Schendt de onderzoeker zijn geheimhoudingsverplichting (art. 2:351 lid 3 BW), dan kan causaliteit waarschijnlijk vrij eenvoudig worden aangenomen. Wordt het onderzoek onvoldoende gedegen ingericht of neemt de onderzoeker een onvoldoende onpartijdige houding in, dan kunnen vragen over causaliteit wellicht eerder opkomen: aan het condicio sine qua non-vereiste wordt dan mogelijk niet voldaan. Doet de onderzoeker onjuiste uitlatingen die niet worden gedragen door een voldoende gedegen onderzoek, dan kan dit tot een voor een bij de enquêteprocedure betrokken partij nadelige beschikking van de Ondernemingskamer leiden. Het is echter de Ondernemingskamer die de beschikking geeft, en haar oordeel daarbij baseert op het onderzoeksverslag.2 De Ondernemingskamer mag daarbij bovendien mede acht mag slaan op hetgeen voorts in de procedure wordt gesteld en blijkt.3 Daarbij komt dat de schade zich mogelijk pas manifesteert als de Ondernemingskamer besluit tot openbaarmaking van het onderzoeksverslag. Een en ander kan de vraag oproepen in hoeverre causaal verband bestaat tussen de onjuiste, onzorgvuldige uitlatingen in het onderzoeksverslag en de uitkomst van de enquêteprocedure.4
Benoemt de Ondernemingskamer meer onderzoekers en handelt één van hen toerekenbaar onrechtmatig, dan heeft dat mijns inziens niet ook de aansprakelijkheid van de andere onderzoekers tot gevolg. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad betreft immers een persoonlijke aansprakelijkheid.
Met name bij de mogelijke aansprakelijkheid van de onderzoeker als gevolg van de uitvoering van het onderzoek kan een rol zijn weggelegd voor het leerstuk van eigen schuld (art. 6:101 BW). Procespartijen kunnen door de onderzoeker bij de uitvoering van het onderzoek gemaakte fouten vaak eerder dan bij een aansprakelijkstelling al onder de aandacht brengen.5 Art. 2:351 lid 4 BW biedt hen immers een mogelijkheid bij de raadsheer-commissaris op te komen tegen de wijze waarop de onderzoeker het onderzoek uitvoert. Ook kan eerder worden verzocht de onderzoeker te vervangen. Worden deze correctiemechanismen niet aangewend, dan kan dit mogelijk worden uitgelegd als eigen schuld. Beperking van de schade was dan immers mogelijk.