Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.5
4.5 VSW-voorstel: van staatsinrichting naar ’democratie en organisatie’ 1970
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977447:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
VSW, De Staatsburgerlijke en maatschappelijke vorming van onze jeugd in het v.o., 1970.
Brief van het VOS-bestuur over de ministeriële circulaire AVO 70-7, 30 januari 1970.
Ibid., p. 1.
Ibid., p. 1.
Ibid., p. 1.
Brief van het VSW-bestuur van februari 1970, NGL-blad, 1970, p. 1112.
Ibid., p. 1112.
Brief van het VSW-bestuur van 2 maart 1970, Ibid., p. 1112.
Dat geschiedt bij ministeriële circulaire van 20 oktober 1970 A.V.O.70-64, onder 1.
Ibid., p. 1112.
Onderzoek van de jaarlijks bij het ministerie ingezonden staten van lessenverdeling kan duidelijkheid geven over de dubbelbevoegden voor Staatsinrichting en Geschiedenis.
Kleio 1970, 10.
VSW: ‘democratie en organisatie’ in plaats van staatsinrichting
De VSW bepleit de vastlegging van staatsburgerlijke vorming in de Wvo en de hernoeming van staatsinrichting als ‘democratie en organisatie’.1 De V.O.S. acht het voornemen om de bevoegdheid geschiedenis te verbreden een middel om ‘juristen en MO-Staatsinrichtingleraren uit het onderwijs te verwijderen’. In aansluiting hierop stelt zij: ‘Met deze opzet ziet men de staatssecretaris zijn ondoordachte voornemen voltooien aan de akte MO-Geschiedenis bevoegdheid te verbinden voor geschiedenis en staatsinrichting zonder enige opleiding of applicatie.2 Onbevoegdheid kan het onderwijs slechts schaden. Bovendien worden geschiedenis en staatsinrichting en economische wetenschappen en recht alsdan door één leraar gegeven en het valt te raden door wie. Het is onze ervaring, ondanks de bevoegdheid van juristen voor recht en staatsinrichting, deze geen uren te geven’, stelt de VSW.3
‘Ernstigste discriminatie´ van leraren staatsinrichting
De VSW ziet ‘de ernstigste discriminatie van bevoegdheden en bevoegden, namelijk van de juristen en leraren MO-Staatsinrichting, […], als voltooid’. Daarnaast is ten overvloede aan ‘de juristen die economie verplicht in het kandidaatsexamen hebben en daarna het keuzevak economie hebben gedaan, bevoegdheid ontnomen […] op vwo’. De brief van de V.O.S. sluit met de VSW-stelling dat ‘deze anti-juristen-actie nog gedragen kan worden, als dit niet samengaat met onvoldoende eenzijdige maatschappelijke vorming’.4 Het ministerie reageert op Sneeps filippica met:
Leraren staatsinrichting zijn urenleraren zonder volledige weektaak,
Ze zijn niet pedagogisch-didactisch geschoold,
Leraren MO-Staatsinrichting hebben geen interesse in de school,
Juristen kunnen naar het mbo/hbo.
Als commentaar geeft de VSW (punt 3): ‘Een wrange grap. Er waren weinig uren en geschiedenisleraren ontnemen sinds 1967 zonder enige scholing in staatsinrichting hun (en van juristen) de uren’ en (punt 4): ‘Dit is een erkenning van het feit dat juristen en MO-leraren opzettelijk de school uitgewerkt zijn’.5
VSW: geïntegreerde kolom staatsinrichting, recht, maatschappijleer
De VSW richt zich begin 1970 op gezag van de werkgroepen democratie en organisatie, en recht en maatschappijleer tot de staatssecretaris met het verzoek om de geïntegreerde kolom van de vakken staatsinrichting (4-vwo), recht (5-vwo) en maatschappijleer (6-vwo) in te voeren.6 Zij wil hierdoor de staatsburgerlijke vorming ‘die nergens zozeer is weggedrukt’ inrichten.7 Het bestuur wendt zich, gezien de curriculumposities van de vakken staatsinrichting en recht, in 1970 opnieuw tot de staatssecretaris, maar nu over het ‘uitdrijven van hiertoe bij uitstek opgeleide juristen en leraren MO-Staatsinrichting […] om deze te vervangen door tot nu toe onbevoegden’.8 Hem is dringend verzocht de leraren met de bevoegdheid MO-Geschiedenis niet bevoegd te verklaren voor staatsinrichting.9 Immers ‘het bevoegd verklaren is de jure en de facto een schending van het Academisch Statuut (AS) 1921 en in strijd met de antwoorden van de minister in de Kamer die zich, dit wetende, zeker anders had opgesteld.10 Ook de VGN richt zich tot de staatssecretaris over de bevoegdverklaring, waarvan met erkentelijkheid is kennisgenomen. Over bijscholing voor staatsinrichting (van historici)11 is in Kleio in 1969 verwezen naar het VGN-advies (Cie-Geschiedenisonderwijs voor experimenteerscholen.12