Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld
Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.4:5.4 Afronding
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.4
5.4 Afronding
Documentgegevens:
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285427:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de vergelijking van art. 67 AWR met art. 2:5 Awb centraal. Deze vergelijking is van belang voor de beantwoording van de derde onderzoeksvraag. Bij de invoering van de Awb in 1994 is in art. 2:5 Awb een voor het gehele openbaar bestuur geldende, algemene geheimhoudingsverplichting opgenomen ten aanzien van vertrouwelijke gegevens waarmee het bestuur bij het uitvoeren van zijn taak te maken krijgt. Deze geheimhoudingsbepaling heeft een aanvullend karakter en is niet van toepassing voor zover reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt. Een aanpassing van art. 2:5 Awb, waarbij de term geheimhoudingsplicht wordt aangepast naar de term geheimhoudingsregime (de hoofdregel én de hierop geformuleerde uitzonderingen en ontheffingen), zou naar mijn mening de lading beter dekken. Aan de hand van de vijf elementen die voor de fiscale geheimhoudingsplicht van belang zijn, heb ik beide bepalingen met elkaar vergeleken. Hieruit bleek dat er enkele opvallende verschillen tussen beide bepalingen zijn. De overeenkomsten en verschillen zet ik hierna kort op een rij:
De doelstellingen
De doelstellingen van art. 2:5 Awb zijn anders dan die van art. 67 AWR. Art. 2:5 Awb is uitsluitend gericht op het beschermen van de belangen van burgers en bedrijven, maar niet de belangen van het bestuursorgaan. Art. 67 AWR beoogt echter mede het belang van de Belastingdienst te beschermen.
De onderworpen subjecten
De reikwijdte van de aan art. 2:5 Awb onderworpen subjecten komt inhoudelijk grotendeels overeen met de huidige drie categorieën van de aan art. 67 AWR onderworpen subjecten. Toch zijn er enkele verschillen. Een niet aan een ‘instelling’ verbonden deskundige (de natuurlijk persoon) is altijd onderworpen aan art. 67 AWR, maar lijkt echter buiten de Awb-boot te vallen omdat de band met de ‘instelling’ ontbreekt. Het verdient mijns inziens aanbeveling deze lacune in de Awb op te vullen. Een principiëler verschil is dat bij het verstrekken van fiscale gegevens aan niet bij de uitvoering van de belastingwet betrokken ambtsdragers de fiscale geheimhoudingsbepaling overgaat op de ontvangende partij. Onder art. 2:5 Awb wordt het eigen geheimhoudingsregime van de ontvangende ambtsdrager van toepassing.
Het object van de geheimhouding
Art. 2:5 Awb heeft een aanvullend karakter. Aangezien art. 67 AWR uitsluitend ziet op informatie over de persoon of zaken van een ander is in zoverre de reikwijdte van de Awb-bepaling breder. De geheimhoudingsplicht van art. 2:5 Awb is echter niet absoluut geformuleerd. Dit komt tot uiting doordat in de wettekst het subjectieve element van het ‘vertrouwelijke karakter’ naar voren komt. In de huidige fiscale bepaling is dit subjectieve element volledig geëlimineerd. Dit zorgt voor een aantal verschillen in het object van de geheimhouding: als eerste noem ik het tijdsverloop. Het object van de fiscale geheimhouding verandert niet door tijdsverloop. Het tweede verschil is de openbaar bekende gegevens; deze ontberen het vertrouwelijke karakter van art. 2:5 Awb. Het derde onderscheid is de instemming van de betrokkene die eveneens het vertrouwelijke karakter van gegevens ontneemt. De beslissing of gegevens, waarop art. 67 AWR betrekking heeft, bekend mogen worden gemaakt berust niet bij de persoon om wiens gegevens het gaat. Een vierde onderscheid wordt zichtbaar bij niet-herleidbare gegevens. Deze zijn aan te merken als het object van de fiscale geheimhouding, maar vallen niet per definitie onder de reikwijdte van art. 2:5 Awb.
De (fiscale) afbakening
Art. 67, eerste lid, AWR bepaalt dat de inspecteur de fiscale informatie niet verder bekend mag maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of de invordering van enige rijksbelasting. Hoewel de afbakening van art. 2:5 Awb anders is gedefinieerd is er inhoudelijk geen verschil.
De uitzonderingen en ontheffingen
In zowel art. 67 AWR als art. 2:5 Awb is, hoewel anders geredigeerd, bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt ingeval enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplicht. Het verstrekken van fiscale gegevens aan betrokkenen zelf zou onder het Awb-regime ruimer zijn dan art. 67, tweede lid, onderdeel c, AWR omdat het vertrouwelijke karakter ontbreekt. Zowel de ministeriële regeling van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 als de ontheffingsmogelijkheid van art. 67, derde lid, AWR creëren aanvullende rechten voor de Minister van Financiën. Art. 2:5 Awb is derhalve op dit punt veel stringenter.
Tot slot heb ik in dit hoofdstuk stilgestaan bij de geheimhoudingsbepalingen die gedurende de parlementaire behandeling van art. 2:5 Awb aan de orde zijn gekomen en wegens hun specifieke karakter eveneens niet zijn vervangen door de algemene geheimhoudingsbepaling van art. 2:5 Awb. Hierbij ben ik tevens ingegaan op de ontwikkelingen met betrekking tot die geheimhoudingsbepalingen die zich sindsdien hebben voorgedaan. Een nadere beschouwing van deze stringentere bepalingen gaf mij inzicht in hetgeen als stringenter werd gezien en heeft gediend als inspiratiebron voor enkele voorgestelde wijzigingen van art. 67 AWR in Deel II van deze studie (Hoofdstuk 6 tot en met Hoofdstuk 10).