Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/Tabel 2.1:Tabel 2.1 Wet- en regelgeving personentoetsingen Nederlandse financiële sector per 1/6/2020
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/Tabel 2.1
Tabel 2.1 Wet- en regelgeving personentoetsingen Nederlandse financiële sector per 1/6/2020
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268380:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Hoofdstuk 7, par. 7.3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toezichthouder1
Beleidsbepalers en mede- beleidsbepalers2
Dagelijks beleidsbepalers (subgroep van de beleidsbepalers)3
Interne toezichthouders4
Houders van interne controlefuncties/ tweede echelon5
Houders van een gekwalificeerde deelneming6
AFM:7
Beleggingsonderneming8
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets, uitgevoerd door DNB9
Beheerder van een icbe10
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets, uitgevoerd door DNB11
Beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij12
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Betrouwbaarheid13
Maatschappij voor collectieve belegging in effecten, bewaarder, financiëledienstverlener (adviseurs en bemiddelaars), pensioenbewaarder14
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Datarapporteringsdienstverlener15
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Centrale effectenbewaarinstelling (CSD)16
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Betrouwbaarheid1
Ontheffinghouders in de zin van 4:3, vierde lid Wft18
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Marktexploitant19
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Betrouwbaarheid en deskundigheid20
Beheerder van een benchmark21
-
-
-
-
-
NB: (OOB-)-accountantsorganisatie22
-
Betrouwbaarheid,23 en bij OOB- kantoren ook geschiktheid24
Betrouwbaarheid25 en bij OOB-kantoren ook geschiktheid26
-
Betrouwbaarheid27
DNB:28
Minder significante banken29
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid30
Reputatietoets, uitgevoerd door de ECB31
Verzekeraar32
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid33
Reputatietoets34
Verzekeringsholding35
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid36
-
Vertegenwoordiger van in 3:47 Wft bedoelde verzekeraar37
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Entiteit voor risico- acceptatie38
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets39
Kredietunie40
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid41
-
Betaalinstelling, elektronischgeldinstelling42
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets43
Afwikkelonderneming44
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets45
Centrale tegenpartij46
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Reputatietoets47
Clearinginstelling48
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Wisselinstelling49
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Houder van een ontheffing als bedoeld in 3:5, vierde lid Wft50
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid
-
-
Inkomende bijkantoren51
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid52
Betrouwbaarheid en geschiktheid53
Betrouwbaarheid en geschiktheid54
-
Premiepensioeninstelling55
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid56
Reputatietoets57
(Beroeps-)pensioenfondsen58
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid59
-
Trustkantoren60
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Betrouwbaarheid
Aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele en fiduciaire valuta en aanbieders van een bewaarportemonnee Wwft61
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
Betrouwbaarheid
ECB:62
Banken63
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Reputatietoets64
(Gemengde) financiële holding65
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid66
-
ESMA:67
Ratingsbureaus68
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Niet duidelijk
Betrouwbaarheid en geschiktheid69
-
Transactieregisters70
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Niet duidelijk
-
Securitisatieregisters en “derde partijen”71
Betrouwbaarheid en geschiktheid
Betrouwbaarheid en geschiktheid
-
-
Bedoeld is de toezichthouder die het toetsingsbesluit neemt. Dit laat de samenwerking tussen verschillende toezichthouders bij het uitvoeren van het toetsingsonderzoek en de voorbereiding van het toetsingsbesluit onverlet.
Beleidsbepalers en mede-beleidsbepalers: dit zijn normaal gesproken de (statutair) bestuurders/directieleden, plus de personen die buiten de gebruikelijke juridische structuren vallen maar die wel substantiële invloed uitoefenen op het beleid of de besluitvorming gericht op de langetermijnstrategie van financiële onderneming, zoals meerderheidsaandeelhouders. In de Wtt 2018 wordt met “personen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen” gedoeld op bestuurders, commissarissen of (mede)beleidsbepalers. In de Pw en Wvb wordt de term medebeleidsbepalers gebruikt voor leden van een raad van toezicht en de leden van het belanghebbendenorgaan. Zie nader: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10.1.
Dagelijks beleidsbepalers: (statutair) bestuurders/directieleden, en de personen die buiten de gebruikelijke juridische structuren vallen maar die wel zodanige invloed hebben dat zij feitelijk het dagelijks beleid bepalen. Dagelijks beleidsbepalers zijn ook altijd beleidsbepalers. Zie nader: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10.2.
“Interne toezichthouders”: degenen die belast zijn met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, doorgaans een raad van commissarissen of een raad van toezicht. Hieronder worden ook de interne toezichthouders begrepen die in de Pw en de Wvb worden aangeduid als medebeleidsbepalers. Zie nader: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10.3.
Met het begrip houders van interne controlefuncties wordt gedoeld op de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitoefening van de risicomanagement-functie, interne audit-, compliance- of de actuariële functie. De term tweede echelon ziet op de personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bank, kredietunie, verzekeraar, verzekeringsholding, (gemengde) financiële holding en bepaalde inkomende bijkantoren, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden. Hieronder worden de houders van de interne controlefuncties begrepen, en bijvoorbeeld ook het hoofd van de afdeling vermogensbeheer, het hoofd juridische zaken of de persoon die verantwoordelijk is voor het aannemen van mensen die risicovolle transacties zullen verrichten. Zie nader: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10.4 en 1.10.5. In de tabel zijn uitsluitend de toetsingen vermeld waarbij tevens in een toezichthouder-toets is voorzien (zie hierover nader Hoofdstuk 4).
Houders van een gekwalificeerde deelneming: houders van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in art. 1:1 Wft, art. 1, eerste lid Wtt, art. 1, eerste lid onder b Wwft of art. 2, onder 20 van de EMIR-verordening. In beginsel betreft het personen met een direct of indirect aandelenbelang of stemrechten van 10% of meer. Zie nader: Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10.6.
Bij AFM-instellingen wordt de betrouwbaarheid getoetst op basis van art. 4:10 Wft en art. 12 t/m 16 en bijbehorende Bijlage C BGfo Wft en de geschiktheid op basis van art. 4:9, eerste lid Wft en Beleidsregel Geschiktheid (“AFM-regime”), tenzij anders aangegeven.
AFM-regime plus de Richtsnoeren voor het beoordelen van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie (ESMA71-99-598 EBA/GL/2017/12, 21/03/2018), hierna “de Richtsnoeren van EBA en ESMA 2017”. De Wft stelt geen eisen aan leden van het tweede echelon, maar CRR-beleggingsondernemingen dienen zich wel te houden aan de Richtsnoeren van EBA en ESMA 2017 en de daarin opgenomen bepalingen over de betrouwbaarheid en geschiktheid van medewerkers met een sleutelfunctie, zie art. 7 jo Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 21 van deze Richtsnoeren. Met invoering van de IFD-Richtlijn en de IFR-Verordening zullen de grootste beleggingsondernemingen kwalificeren als kredietinstellingen en geldt voor hen het bankenregime, inclusief ECB-toezicht. Mede met het oog hierop worden de richtsnoeren momenteel herzien (verwachte inwerkingtreding: 26 juni 2021).
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector van 20 december 2016, JC/GL/2016/01 (“Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016”). De toets wordt uitgevoerd door DNB.
AFM-regime.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft. De Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016 zijn niet van toepassing. De toets wordt uitgevoerd door DNB.
AFM-regime en, voor beheerders van beleggingsinstellingen, art. 21 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012. Uit deze verordening vloeien geen aanvullende eisen voort.
Art. 2:67, tweede lid en jo art. 2:68, tweede lid Wft (houders van een gekwalificeerde deelneming in een beheerder van een beleggingsinstelling) en art. 2:65, aanhef en onderdeel b jo art. 2:68, tweede lid Wft (houders van een gekwalificeerde deelneming in een beleggingsmaatschappij zonder aparte beheerder).
AFM-regime.
AFM-regime plus de ESMA-Richtsnoeren inzake het leidinggevend orgaan van marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten van 19 december 2017 (ESMA70-154-271). Het toezicht op datarapporteringsdienstverleners gaat per 1/1/2022 over naar ESMA.
Art. 27, eerste, vierde en zesde lid CSD-Verordening en art. 13 van de CSD- Gedelegeerde Verordening. De verordening spreekt over “geschikte leden die als voldoende betrouwbaar bekendstaan en een passende combinatie van vaardigheden, ervaring en kennis van de entiteit en van de markt hebben”, in deze tabel vertaald als betrouwbaar en geschikt. Of interne toezichthouders in een dualistisch bestuursmodel aan de betrouwbaarheids- en geschiktheidseisen dienen te voldoen is niet duidelijk, zie art. 2, eerste lid onder 46 van de CSD-Verordening. Aandeelhouders van de CSD en personen die in een positie verkeren om direct of indirect zeggenschap over het management van de CSD uit te oefenen dienen geschikt (suitable) te zijn om voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering van de CSD te zorgen. De Europese noch Nederlandse wetgever geeft een toelichting bij dit begrip. Verwacht mag worden dat deze personen aan in ieder geval een betrouwbaarheidstoets onderworpen dienen te worden.
Art. 27, zesde lid CSD-Verordening en art. 13, derde lid van de CSD-Gedelegeerde Verordening. Aandeelhouders van de CSD en personen die in een positie verkeren om direct of indirect zeggenschap over het management van de CSD uit te oefenen dienen geschikt (suitable) te zijn om voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering van de CSD te zorgen. De Europese noch Nederlandse wetgever geeft een toelichting bij dit begrip. Verwacht mag worden dat deze personen aan in ieder geval een betrouwbaarheidstoets onderworpen dienen te worden.
Art. 2 en 2a BGfo Wft.
Art. 5:29, eerste en tweede lid Wft en Beleidsregel Geschiktheid en ESMA- Richtsnoeren inzake het leidinggevend orgaan van marktexploitanten en aanbieders van datarapporteringsdiensten van 19 december 2017 (ESMA70-154-271).
Art. 5:32d Wft en de Beleidslijn verklaring van geen bezwaar gekwalificeerde deelneming in een marktexploitant ex artikel 5:32d Wft. De Minister van Financiën heeft zijn bevoegdheid tot het verlenen van de vvgb gemandateerd aan de AFM (Stcrt. 2008, 27). De deskundigheidseis geldt alleen wanneer de aanvrager daadwerkelijk invloed kan hebben of heeft op (het beleid van) de gereglementeerde markt.
Verordening (EU) 2016/1011 (Benchmark-Verordening) introduceert een vergunning/ registratieplicht en doorlopend toezicht voor beheerders van benchmarks. In personentoetsingen is niet voorzien. Met ingang van 1/1/2022 komen bepaalde cruciale benchmarks onder rechtstreeks toezicht te staan van ESMA.
Deze organisaties vallen buiten het bereik van dit proefschrift maar worden hier voor de volledigheid vermeld.
Art. 15, eerste lid Wta en art. 5, eerste lid, Besluit toezicht accountantsorganisaties en Beleidsregel 06-01 inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede) beleidsbepalers van accountantsorganisaties. Het betreft personen die het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie zullen bepalen of medebepalen. Hieronder vallen volgens de toelichting zowel bestuurders als leden van raden van commissarissen. Volgens de Beleidsregel gaat het voorts om andere personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding van een accountantsorganisatie en om personen die meer dan vijftig procent van de stemrechtenen/of het kapitaal houden in een accountantsorganisatie.
Art. 16, derde en vierde lid Wta, art. 5, tweede en derde lid Besluit toezicht accountantsorganisaties en Beleidsregel geschiktheid Wta van 1 november 2017.
Art. 15, eerste lid Wta en art. 5, eerste lid, Besluit toezicht accountantsorganisaties en Beleidsregel 06-01 inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede) beleidsbepalers van accountantsorganisaties.
Art. 16, vijfde lid, Wta, art. 5, vierde lid Besluit toezicht accountantsorganisaties en Beleidsregel geschiktheid Wta.
Art. 15, eerste lid Wta en art. 5, eerste lid, Besluit toezicht accountantsorganisaties en Beleidsregel 06-01 inzake de betrouwbaarheidstoetsing van (kandidaat)(mede) beleidsbepalers van accountantsorganisaties (personen die meer dan vijftig procent van de stemrechten/of het kapitaal houden in een accountantsorganisatie).
Bij DNB-instellingen wordt de betrouwbaarheid getoetst op basis van art. 3:9 Wft en art. 5 t/m 9 en bijbehorende Bijlage A Bpr Wft en de geschiktheid op basis van art. 3:8, eerste lid Wft en Beleidsregel Geschiktheid (hierna: “het DNB-regime”), tenzij anders aangegeven.
DNB neemt de toetsingsbesluiten bij minder significante banken, behalve als de toetsing plaatsvindt in het kader van vergunningverlening of aanvraag van een vvgb. In die gevallen wordt het besluit genomen door de ECB. DNB voert de toetsingen uit op basis van het DNB-regime, plus de Richtsnoeren van EBA en ESMA 2017 en de EBA-Richtsnoeren inzake interne governance van 21 maart 2018 (EBA/GL/2017/11). Beide richtsnoeren worden momenteel herzien (verwachte inwerkingtreding: 26 juni 2021).
Art. 3:9, eerste lid, Wft (“tweede echelon”). Hieronder worden ook de houders van interne controlefuncties begrepen. DNB toetst in beginsel slechts de betrouwbaarheid van deze personen.
De ECB voert de reputatietoets uit op basis van art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016.
DNB-regime plus art. 273, tweede, derde en vierde lid van de Uitvoeringsverordening Solvabiliteit II 2014 en de EIOPA-Richtsnoeren voor het governancesysteem (EIOPA-BoS-14/253 NL).
Art. 3:9, eerste lid, Wft (“tweede echelon”). Hieronder worden ook de houders van interne controlefuncties begrepen. DNB toetst in beginsel slechts de betrouwbaarheid van deze personen.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016.
Art. 3:271 en 272 Wft en de Beleidsregel Geschiktheid.
Art. 3:271 en 272 Wft (“tweede echelon”). Hieronder worden ook de houders van interne controlefuncties begrepen. DNB toetst in beginsel slechts de betrouwbaarheid van deze personen.
DNB-regime (art. 3:47, achtste lid Wft).
DNB-regime plus art. 273, derde lid en 322, eerste lid van de Uitvoeringsverordening Solvabiliteit II.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft, art. 323, eerste lid van de Uitvoeringsverordening Solvabiliteit II en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016.
DNB-regime.
Art. 3:9, eerste lid, Wft (“tweede echelon”). Hieronder worden ook de houders van interne controlefuncties begrepen. DNB toetst in beginsel slechts de betrouwbaarheid van deze personen.
DNB-regime plus EBA Guidelines on the information to be provided for the authorisation of payment institutions and e-money institutions and for the registration of account information service providers under Article 5(5) of Directive (EU) 2015/2366 (Guidelines on authorisation and registration under PSD 2), EBA/GL/2017/09, 8 november 2017.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft, met uitzondering van een betaalinstelling die uitsluitend rekeninginformatiediensten aanbiedt (Kamerstukken I, 2017/18, 34 813, A, art. 1, onder W). De Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016 zijn niet van toepassing.
DNB-regime.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft. De Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016 zijn niet van toepassing.
Art. 2 onder 29 jo 27, eerste en tweede lid EMIR-Verordening, art. 9 van de EMIR- Uitvoeringsverordening 2019 en de Beleidsregel Geschiktheid. De Verordening spreekt van “een goede reputatie en passende ervaring op het gebied van financiële diensten, risicobeheer en clearingdiensten”, in deze tabel vertaald als betrouwbaar en geschikt. Systeemrelevante centrale tegenpartijen uit derde landen staan onder rechtstreeks toezicht van ESMA.
Art. 30, tweede lid en art. 32, eerste lid onder a EMIR-Verordening en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016.
DNB-regime. Ook de UBO’s van wisselinstellingen dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de Vierde Anti-witwasrichtlijn, zoals gewijzigd bij de Vijfde Anti-witwasrichtlijn.
DNB-regime. Ook de UBO’s (uiteindelijk belanghebbenden) van wisselinstellingen dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de gewijzigde Vierde Anti-witwasrichtlijn.
Art. 28, eerste lid e.v. en de bij art. 30 behorende Bijlage bij het Besluit reikwijdtebepalingen Wft.
DNB-regime (art. 3:11- 3:14a Wft). Het betreft inkomende bijkantoren van banken uit derde landen (art. 3:11 Wft), van levens- of schadeverzekeraars uit derde landen (art. 3:12 Wft; hieronder vallen niet de verzekeraars met beperkte risico-omvang), van wisselinstellingen uit een aangewezen staat (art. 3:12a Wft; uitsluitend een betrouw baarheidstoets, geen toetsing van leden van het tweede echelon); van clearinginstellingen, entiteiten voor risico-acceptatie en herverzekeraars uit niet-aangewezen staten (art. 3:13 Wft; uitsluitend voor de laatste groep gelden de eisen ook voor leden van het tweede echelon), van afwikkelondernemingen uit een niet-aangewezen staat (art. 3:13a Wft), van verzekeraars met beperkte risico-omvang uit een niet-aangewezen staat (art. 3:14 Wft) en van wisselininstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat (art. 3:14a Wft; uitsluitend een betrouwbaarheidstoets, geen toetsing van leden van het tweede echelon).
Voor inkomende bijkantoren van wisselinstellingen (uit een aangewezen of een niet-aangewezen staat) geldt uitsluitend een betrouwbaarheidstoets (art. 3:12a Wft en 3:14a Wft).
Voor inkomende bijkantoren van wisselinstellingen (uit een aangewezen of een niet-aangewezen staat) geldt uitsluitend een betrouwbaarheidstoets (art. 3:12a Wft en 3:14a Wft).
DNB regime (“tweede echelon”). Deze eisen gelden uitsluitend voor inkomende bijkantoren van banken en van levens- of schadeverzekeraars uit derde landen (art. 3:11 en 3:12 Wft) en voor inkomende bijkantoren van herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang uit niet-aangewezen staten (art. 3:13 en 3:14 Wft).
DNB-regime.
Art. 17aa, derde lid en art. 26.01 Bpr Wft voor houders van de interne controlefunctie (interne auditfunctie) en de risicobeheerfunctie. DNB toetst de betrouwbaarheid van de houders van deze functies voorafgaand aan de benoeming en op ieder ander moment, indien daar naar haar oordeel aanleiding toe bestaat. DNB toetst de geschiktheid van deze personen, en de betrouwbaarheid en geschiktheid van de personen die uitsluitend betrokken zijn bij het vervullen van deze functies, alleen indien daar naar haar oordeel aanleiding toe bestaat.
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft. De Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016 zijn niet van toepassing.
DNB toetst de betrouwbaarheid van beleidsbepalers en medebeleidsbepalers op basis van art. 106, vierde lid, Pw en art. 110c, vierde lid, Wvb en art. 29 en 31 t/m 35 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en bijbehorende Bijlage. De geschiktheid van deze personen wordt getoetst op basis van art. 106, eerste en tweede lid Pw en art. 110c, eerste lid, Wvb en art. 29, derde lid en 30, eerste lid Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Beleidsregel Geschiktheid. Deze regimes zijn gelijk aan het Wft-regime. DNB toetst steeds de betrouwbaarheid en geschiktheid van de leden van een raad van toezicht en de leden van het belanghebbendenorgaan. Deze personen worden aangemerkt als medebeleidsbepalers. De betrouwbaarheid en geschiktheid van leden van een visitatiecommissie worden vanwege hun beperktere rol alleen getoetst als daartoe een bepaalde aanleiding bestaat (zie Kamerstukken II, 2011/12, 33 182, nr. 3, p. 35).
Art. 106, derde en vierde lid Pw en 110c, derde en vierde lid Wvp en 29, tweede lid Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Beleidsregel Geschiktheid (risicobeheerfunctie, interne auditfunctie of actuariële functie). DNB toetst de betrouwbaarheid van de houders van deze functies voorafgaand aan de benoeming en op ieder ander moment, indien daar naar haar oordeel aanleiding toe bestaat. DNB toetst de geschiktheid van deze personen, en de betrouwbaarheid en geschiktheid van de personen die uitsluitend betrokken zijn bij het vervullen van deze functies, alleen indien daar naar haar oordeel aanleiding toe bestaat.
Art. 10, tweede en derde lid, Wtt 2018 en art. 4 t/m 8 en de bij art 5 behorende Bijlage Besluit Wtt 2018 (betrouwbaarheid) en art. 10, eerste lid, Wtt 2018 en de Beleidsregel Geschiktheid (geschiktheid). Ook de UBO’s van trustkantoren dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de Vierde Anti- witwasrichtlijn, zoals gewijzigd bij de Vijfde Anti-witwasrichtlijn.
Art. 23h, tweede en vierde lid Wwft jo art. 5-9 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 (betrouwbaarheid) en art. 23h, eerste lid Wwft en de Beleidsregel Geschiktheid (geschiktheid). Ook de UBO’s van cryptodienstverleners dienen betrouwbaar en geschikt te zijn, zie art. 47, tweede lid van de Vierde Anti-witwasrichtlijn, zoals gewijzigd bij de Vijfde Anti-witwasrichtlijn.
De ECB besluit over toetsingen bij significante banken en bij (gemengde) financiële holdings gevestigd in de eurozone en over toetsingen bij significante en bij minder significante banken in het kader van een vergunningaanvraag of vvgb.
De ECB toetst de betrouwbaarheid en de geschiktheid conform het DNB-regime aangevuld met de Richtsnoeren van EBA en ESMA 2017, de EBA-Richtsnoeren inzake interne governance van 21 maart 2018 (EBA/GL/2017/11) en de ECB Gids voor beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid, bijgewerkt in mei 2018 overeenkomstig de gezamenlijk door ESMA en EBA uitgebrachte richtsnoeren inzake geschiktheid, mei 2018. Genoemde richtsnoeren worden momenteel herzien (beoogde inwerkingtreding: 26 juni 2021).
Art. 3:95, 3:99 en 3:100, eerste lid, onder a en b Wft en de Gemeenschappelijke Richtsnoeren 2016.
Art. 3:271 en 272 Wft. De ECB toetst de betrouwbaarheid en de geschiktheid conform het DNB-regime aangevuld met de Richtsnoeren van EBA en ESMA 2017, de EBA-Richtsnoeren inzake interne governance van 21 maart 2018 (EBA/ GL/2017/11) en de ECB-Gids voor beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid, bijgewerkt in mei 2018 overeenkomstig de gezamenlijk door ESMA en EBA uitgebrachte richtsnoeren inzake geschiktheid, mei 2018. Genoemde richtsnoeren worden momenteel herzien (beoogde inwerkingtreding: 26 juni 2021).
Art. 3:271 en 272 Wft (“tweede echelon”). Hieronder worden ook de houders van interne controlefuncties begrepen.
ESMA houdt direct toezicht op ratingsbureaus als bedoeld in de Verordening Ratingbureaus, transactieregisters als bedoeld in de EMIR-Verordening en Verordening 2015/2365 en op securitisatieregisters als bedoeld in de Securitisatie- Verordening. Op securitisatieregisters rust een registratieplicht. De Securitisatie- Verordening bevat tevens een vergunningplicht, inclusief toetsingseisen, voor “derde partijen” die beoordelen of securitisaties aan de in de verordening gestelde criteria voldoen.
Art. 6, tweede lid en Bijlage 1, onder A, tweede lid van de Verordening Ratingbureaus. De verordening bepaalt dat het senior management van een ratingbureau als betrouwbaar bekend staat en beschikt over voldoende beroepskwalificaties en -ervaring; zij draagt zorg voor een gezonde en zorgvuldige bedrijfsvoering van het ratingbureau. Deze eisen zijn in deze tabel vertaald als betrouwbaar en geschikt. Of ook interne toezichthouders onder het begrip “senior management” moet worden begrepen, is niet duidelijk (zie art. 3, eerste lid, onder n van de Verordening Ratingbureaus).
Art. 15, eerste lid, onder b en c van de Gedelegeerde Verordening (EU) 449/2012 van de Commissie van 21 maart 2012. Het betreft houders van interne controlefuncties en dagelijks beleidsbepalers van bijkantoren.
Art. 78, zesde lid EMIR-Verordening en art. 9 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/362 van de Commissie van 13 december 2018. Geëist wordt dat het hoger management en de leden van de raad van een transactieregister voldoende betrouwbaar en ervaren moeten zijn om de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van het transactieregister te garanderen. Deze eisen zijn in deze tabel vertaald als betrouwbaar en geschikt. Of interne toezichthouders onder de toets vallen is een lidstaat-optie. Of leden van het tweede echelon getoetst kunnen worden is niet geheel duidelijk, en afhankelijk van de interpretatie van het begrip “hoger management”. ESMA houdt op gelijke wijze toezicht op transactieregisters als bedoeld in Verordening (EU) 2015/2365, rechtspersonen die vastleggingen betreffende effectenfinancieringstransacties (securities financing transactions — SFT’s) centraal verzamelt en bewaart, zie overweging 7 en art. 9 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/359 van de Commissie van 13 december 2018.
Art. 10 van de Securitisatie-Verordening met verwijzing naar art 78 van de EMIR- Verordening (voor securitisatieregisters) en art. 28 eerste lid, onder d van de Securitisatie-Verordening en art. 2 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/ 885 van de Commissie van 5 februari 2019 (derde partijen).