Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/4.2.2.2:4.2.2.2 Verkleinde partijautonomie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/4.2.2.2
4.2.2.2 Verkleinde partijautonomie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501083:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een stap onder volledige partijautonomie zonder aantasting van gemaakte afspraken wordt de situatie gezien waarin (proces)partijen in beginsel de vrijheid hebben om afspraken te maken en hierin enkel beperkt worden door (semi)dwingende wetsbepalingen.1 Als zij hebben nagelaten over bepaalde punten een afspraak te maken en voor die onderwerpen bestaat regelend recht, dan vult dit regelende recht de lacune in. Ofwel: partijen kunnen zich beroepen op gemaakte afspraken en concrete rechten en verplichtingen uit de wet (niet volledige partijautonomie). Hier is sprake van gemiddelde ruimte voor de partijen omdat hun afspraken niet worden aangetast, maar, als er een conflictsituatie is, zij ook niet (meer) de ruimte hebben de leemtes zelf in te vullen.
In paragraaf 3.2.4.1 is in dit kader de precontractuele fase aan bod gekomen, met de kanttekening dat, als het gaat om de derde fase (terugtrekking uit de onderhandelingen is onaanvaardbaar zonder volledige schadevergoeding), het toekennen van een dergelijke vordering plaatsvindt volgens de terughoudende toets van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De open norm ‘redelijkheid en billijkheid’ beperkt derhalve met betrekking tot de precontractuele fase de contractsvrijheid van partijen, met name waar het de tweede (waar volgens onder meer Ruygvoorn2 sprake kan zijn van een onrechtmatige daad indien een contractspartij de onderhandelingen afbreekt) en derde fase betreft. Dat betekent dat sprake is van een inperking van de ruimte voor partijen.