Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/12.4.2:12.4.2 Inkoop en intrekking van beschermingsprefs door bmvk
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/12.4.2
12.4.2 Inkoop en intrekking van beschermingsprefs door bmvk
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351961:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 2.4.7 onder b, respectievelijk paragraaf 2.4.5 onder f.
Vgl. Kamerstukken II 1978/1979, 15 304, nr. 3, p. 15, waarin de minister stelt dat bmvk’s aan alle regels voor nv’s zijn onderworpen.
Over het onderscheid tussen bmvk’s die in courante waarden beleggen en bmvk’s die in incourante waarde beleggen paragraaf 6.5.2.
Anders dan bij een “gewone” nv hoeft een bmvk de motieven niet in haar jaarrekening te vermelden; art. 2:401 lid 3 BW jo art. 2:378 lid 3 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 6.5 ben ik ingegaan op de uitgifte van beschermingsaandelen door de beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal (bmvk). Bekende voorbeelden van bmvk’s die beschermingsaandelen hebben uitgegeven zijn Wereldhave (beschermingsprefs) en Rodamco North America (gewone beschermingsaandelen).1 In deze paragraaf ga ik in op de beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs bij bmvk’s.
Voor bmvk’s geldt dat de verzetprocedure van art. 2:100 BW niet van toepassing is indien wettig door de bmvk verkregen eigen aandelen worden ingetrokken.2 Wil de verzetprocedure niet van toepassing zijn op een bmvk, dan zal de bmvk de beschermingsprefs derhalve eerst zelf moeten verkrijgen.
Op de verkrijging van eigen aandelen door een bmvk zijn afwijkende voorschriften van toepassing. Ingevolge art. 2:98 lid 8 BW zijn de leden 2 tot en met 4 van dat artikel niet van toepassing op een bmvk die eigen aandelen verwerft. Dit betekent het volgende.
Anders dan bij een “gewone” nv is het bestuur van de bmvk zonder machtiging van de algemene vergadering bevoegd om tot verkrijging van eigen aandelen te besluiten. Naar mijn mening geldt hier dat het bestuur bij dat besluit rekening moeten houden met de algemene regels van vennootschapsrecht, zoals daar zijn de redelijkheid en billijkheid, het gelijkheidsbeginsel, de wettelijke opdracht aan de bestuurders om zich bij de vervulling van hun taken te richten op het vennootschappelijk belang3 en de regels van behoorlijk bestuur.4 Zo kan het besluit tot verkrijging van eigen aandelen door een bmvk vernietigbaar zijn op de voet van art. 2:15 BW. Wel geldt dat bij het besluit over het algemeen andere maatstaven zullen gelden dan die gelden bij besluiten tot verkrijging van eigen aandelen in een “gewone” nv. Het doel van een bmvk is immers het beleggen van haar vermogen op een zodanig manier dat de risico’s daarvan worden gespreid teneinde haar aandeelhouders in de opbrengst te doen delen. De aandeelhouders worden in deze beperkte doelomschrijving met zo veel woorden als direct belanghebbenden genoemd. Zeker bij een bmvk die in courante waarden belegt, zal het bestuur met weinig andere stakeholders te maken hebben.5 De motieven voor verkrijging van aandelen verschillen al naargelang sprake is van een “gewone” nv, of een bmvk. Bij een “gewone” nv vormen het verhogen van de winst per aandeel of het ondersteunen van de beurskoers veelal een motief voor de inkoop.6 Bij een bmvk is het motief primair te voldoen aan het (grote) aanbod van aandelen in haar kapitaal en dus om in te spelen op de vraag en aanbod in de markt.7 In lijn met hetgeen ik in paragraaf 6.5.5 heb gesteld over de uitgiftebevoegdheid van het bestuur van een bmvk, meen ik dat indien het bestuur van de bmvk van mening is dat de uitgifte van de beschermingsprefs niet langer door de RNA-norm wordt gerechtvaardigd, het op legitieme gronden tot verkrijging van de beschermingsprefs kan besluiten. Het bestuur kan met andere woorden de inkoopbevoegdheid aanwenden voor de verkrijging van de beschermingsprefs.
Niet is vereist dat de verkrijgingsprijs van de te verkrijgen beschermingsprefs ten laste van het vrij uitkeerbare deel van het eigen vermogen van de bmvk moet worden gebracht. De verkrijging van de beschermingsprefs door de bmvk wordt aldus niet beperkt door kapitaalbeschermingsregels.
Niet van toepassing is het op de beurs-nv van toepassing zijnde voorschrift dat tot maximaal 50% van het geplaatste kapitaal eigen aandelen kunnen worden verkregen. Wel geldt op grond van art. 2:98 lid 8 BW dat het bij derden geplaatste aandelenkapitaal ten minste een tiende van het maatschappelijk kapitaal van de bmvk moet bedragen. Het bedrag van het maatschappelijk kapitaal in de statuten van de bmvk moet aldus niet te hoog worden gesteld.
Voor de verkrijging van beschermingsprefs door de bmvk gelden derhalve flexibelere regels dan voor de verkrijging van beschermingsprefs door een “gewone” nv. Het verbod om niet-volgestorte aandelen te verkrijgen geldt wel voor de bmvk. Zoals ik hiervoor al aangaf, brengt een volledige volstorting van de beschermingsprefs een zwaardere financieringslast voor de stichting met zich mee. Om de lasten te verminderen, zou de lening vlak voor de verkrijging van de beschermingsprefs door de bmvk moeten worden verstrekt. Zodoende hoeft de bmvk voor korte duur te lenen en derhalve niet lang rente te betalen.
Wordt gekozen voor een directe intrekking van de beschermingsprefs – dus zonder een tussentijdse inkoop – dan kan geen beroep gedaan worden op de vereenvoudigde regeling van art. 2:100 BW en is de procedure dientengevolge gelijk aan die bij een “gewone” nv.