Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.6.4.1
6.6.4.1 Degene die beroeps- of bedrijfsmatig handelt
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS300400:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1991/92, 21202, 8, p. 3. Zo werd het voorbeeld gegeven van A die B met een aansteker een vuurtje wil verschaffen voor diens sigaret. Er ontstaat een steekvlam en B raakt gewond. A zou gelet op de kanalisering naar de producent niet op grond van art. 6:173 (lid 2) voor de schade aansprakelijk zijn, wel ex art. 6:175 wegens schade door gas als gevaarlijke stof. Zie ookKamerstukken II 1991/92, 21202, 9, p. 7.
Handelingen II 1992/93, 31, p. 2323- 2325; Handelingen II 1992/93, 52, p. 3780-3782, alsmedeKamerstukken II 1992/93, 21202, 14, p. 2-3.
Kamerstukken II 1992/93, 21202, 15, p. 1-2.
Kamerstukken II 1992/93, 21202, 15, p. 1-2. Zie par. 7.2.2 over de uitbreiding van de enkele term ‘gebruik’ naar ‘gebruik of onder zich hebben’.
Kamerstukken II 1992/93, 21202, 15, p. 1-2.
Vgl. ook de afbakening tussen lid 1 en 2 van art. 6:170. Zie voor een bespreking par. 6.6.2.
Zie over de bedoelde aanpassing van lid 1 van art. 6:175 ook Bauw 2015, p. 49, die aangeeft dat deze tot gevolg heeft dat de aansprakelijkheid van de ‘particuliere bezitter of gebruiker’ van gevaarlijke stoffen niet onder de reikwijdte van art. 6:175 valt. Het artikel beoogt de aansprakelijkheid te leggen bij de ‘professionele gebruiker’, aldus Lankhorst, T&C BW (2017), commentaar op art. 6:175, aant. 4.
Kamerstukken II 1992/93, 21202, 15, p. 2, bevestigd in Kamerstukken I 1993/94, 21202, 99c, p. 1.
In het kader van de introductie van art. 6:181 lid 3 werd door de minister geen specifieke toelichting op deze bepaling zelf gegeven. Verwezen werd naar de toelichting op art. 6:175, waarvan lid 3 van art. 6:181 als gezegd een uitwerking vormt in geval van de terbeschikkingstelling van gevaarlijke stoffen.1 Wanneer zodoende te rade wordt gegaan bij de totstandkoming van en toelichting op het in 1995 ingevoerde art. 6:175, blijkt voor zover in dit verband relevant het volgende. In de Aanvullingswet 1995 werd aanvankelijk (wederom) voorgesteld de aansprakelijkheid op grond van art. 6:175 lid 1 in verbinding met art. 6:181 – overeenkomstig het reeds voor roerende zaken, opstallen en dieren in 1992 ingevoerde systeem van art. 6:173, 174, 179 jo. 181 – te leggen op de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker. Tijdens de parlementaire behandeling van de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen kwam de positie van de particuliere bezitter echter onder druk te staan.2 De Tweede Kamer vond deze aansprakelijkheid, uit angst voor een te diep ingrijpen in de privésfeer,3 gekoppeld aan alleen het bezit te ver gaan.4 Om hieraan tegemoet te komen, heeft de minister de aansprakelijkheid van art. 6:175 lid 1 vervolgens beperkt tot degene die in de uitoefening van zijn ‘beroep of bedrijf’ een gevaarlijke stof gebruikt of onder zich heeft. In een afzonderlijke zin werd daaraan in art. 6:175 lid 1 nog toegevoegd dat onder degene die een ‘bedrijf’ uitoefent mede wordt begrepen ‘elke rechtspersoon’ die een gevaarlijke stof in de uitoefening van haar taak gebruikt of onder zich heeft.5 Deze aangepaste redactie van art. 6:175 lid 1 werd als volgt toegelicht:
‘De wijzigingen strekken ertoe de aansprakelijkheid van de bezitter van de in de artikel 175 bedoelde stoffen te laten vervallen teneinde te voorkomen dat ook de natuurlijke persoon die niet in beroep of bedrijf handelt, als bezitter, aansprakelijk zou kunnen worden gesteld.’6
Hier treffen we dus eveneens de maatstaf ‘de natuurlijke persoon die niet beroeps- of bedrijfsmatig handelt’ aan.7 De uitsluiting van deze persoon maakt duidelijk dat lid 1 van art. 6:175 betrekking heeft op iedere rechtspersoon é n ieder natuurlijk persoon, mits beroeps- of bedrijfsmatig handelend. En ook hier wordt daarmee beoogd onderscheid te maken tussen de professionele sfeer en de – buiten de aansprakelijkheid van art. 6:175 lid 1 gehouden – particuliere c.q. privésfeer.8 Art. 6:175 lid 1 heeft door middel van de maatstaf ‘beroep of bedrijf’ derhalve betrekking op iedere professional die een gevaarlijke stof gebruikt of onder zich heeft. De toelichting vermeldt in lijn hiermee nog dat in de context van art. 6:175 lid 1 bij de term ‘beroep’ concreet gedacht kan worden aan een gevaarlijke stof in handen van een apotheker of apotheekhoudende arts, alsmede dat onder ‘elke rechtspersoon’ ook de overheid valt.9