De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.1:5.12.2.1 Zorgvuldigheidsbeginsel
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.1
5.12.2.1 Zorgvuldigheidsbeginsel
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949537:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het zorgvuldigheidsbeginsel is de belangrijkste toetssteen voor zowel de burgerlijke als de bestuursrechter bij een geschil over een examen. Zoals in § 5.10.4 is beschreven kan de burgerlijke rechter immers enkel ingrijpen in de beoordeling van een examenbeslissing indien de beoordeling apert onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ook de bestuursrechter toetst, zoals uiteengezet in § 5.9.5, doorgaans voornamelijk of de beoordeling zorgvuldig, conform de voorschriften van procedurele aard, tot stand is gekomen. Gezien het beperkte toetsingskader dat zowel de bestuurs- als de burgerlijke rechter moet hanteren, is er geen ruimte om beslissingen inzake een beoordeling intensiever te toetsen. Het zorgvuldigheidsbeginsel leidt dan ook voornamelijk tot een toets of aan de procedurele voorschriften die gelden voor dat examen is voldaan.