Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/0.1
1. Grond is emotie/van ruilen komt huilen
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS474931:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
W. Coster, De Overijsselse geschiedenis in meer dan 100 verhalen, Amsterdam: Uitgeverij Van Gennep 2005, p. 283-284. Zie tevens uitgebreid H. Buiter, J. Korsten, De Dienst Landelijk Gebied en de inrichting van het platteland, Zutphen: Walburg Pers 2006, p. 77 e.v. Zie ten slotte S. van den Bergh, Verdeeld land. Een geschiedenis van de ruilverkavelingen in Nederland vanuit lokaal perspectief 1890-1985 (diss. 2004), Groningen/Wageningen 2004, p. 179
Het betrof dr. H.H. Schoemaker.
Een wat minder subtiele variant op deze stelling is: je kunt beter aan een boer zijn vrouw komen dan aan zijn grond’ of, wat neutraler: ‘kom je de boer aan zijn grond, dan kom je aan hemzelf.’ Of, zoals de Duitsers zeggen: ‘Hände weg von meinem Land.’ Zie K. Wingerter, Vortrag Flurbereinigungsrecht beim Deutschen Bauernverband e.V., Berlin 18 oktober 2012, niet gepubliceerd, p. 2.
B.H. Slicher van Bath, Boerenvrijheid, B.H. Slicher van Bath, Boerenvrijheid (oratie 13 november 1948), Groningen: B. Wolters 1948, p. 21 noemt de binding aan de bodem niet een romantische ‘Blut und Boden’ verbondenheid, maar een harde noodzaak: er kon slechts geruild of betaald worden met de opbrengst van het land en indien deze opbrengst niet toereikend is of ontbreekt, kon de boer alleen zijn arbeid aanbieden of het land zelf. Er is volgens de auteur dus meer sprake van een ‘verstandshuwelijk’ tussen boer en grond.
Vaak is de naam van de familie ook genoemd naar de betreffende boerderij (bijv. erve Beemink te Losser, zie http://www.boerderijenlandschap.nl/projecten/erve-beemink-9, datum inzage 12 augustus 2012). Zie voor een overzicht van hoeven in Twente en de Hof waaronder zij ressorteerden P.G. Aalbers, Het einde van de horigheid in Twente en Oost-Gelderland 1795-1850, Zutphen: De Walburg Pers 1979, bijlage 1 t/m 7
B.H. Slicher van Bath, De agrarische geschiedenis van West-Europa 500-1850, Het Spectrum: Utrecht 1960, p. 42, stelt dat deze binding aan de grond een gevolg is van de hoforganisatie, die gold sinds de vroege middeleeuwen (ca. 500 – ca. 1150 n. Chr.). Zie over het hofstelsel uitgebreid W.H.J. Massink, Hoorige rechten in Twenthe, p. 9-32. Binnen het hofstelsel golden wetten, krachtens welke de grootgrondbezitters verantwoordelijk werden gesteld voor de inning van de belasting en de levering van soldaten uit de personen die onder hun gezag woonden. Daardoor ontstond een sterke binding met de grond. Dat deze binding soms ook geforceerd werd, blijkt uit B.H. Slicher van Bath, De agrarische geschiedenis vanWest-Europa 500-1850, p. 174, waarin beschreven wordt dat al vóór 1410 in Oost-Pruisen geregeld was dat een boer het erf niet mocht verlaten, tenzij er een opvolger was.
A. de Leeuw, De agrarische ruilverkaveling, Antwerpen: De Sikkel 1957, p. 325 verwoordt het als volgt: ‘De ruilverlmveling wordt (…) heftig bekampt ‘
Overigens was het resultaat van de rellen in Tubbergen dat, doordat velen niet op de stemming kwamen opdagen (slechts 27 van de 2936 stemgerechtigden brachten hun stem uit), het ruilverkavelingsplan met overweldigende meerderheid (2926 stemmen ‘voor’ en 12 stemmen tegen) werd aangenomen. De omstandigheden waaronder dit gebeurde, leidden er echter toe dat er niet tot uitvoering van het project werd overgegaan, zo is te lezen op http://www.historischcentrumoverijssel.nl/hcoroot/hoofdnavigatie/het_verhaal_over/De+Wilde+Deerne/Mini-tentoonstelling/Boeren-opstand+in+Tubbergen+(1971)htm, datum inzage 18 december 2012. De rellen waren tevens aanleiding tot aanpassing van de (destijds geldende) Ruilverkavelingswet 1954. Niet toevalligerwijs vond eveneens in 1971 de introductie van de kavelruil plaats: een goed getimed alternatief voor de ‘beladen’ ruilverkaveling derhalve? Geen vreemde gedachte als men bedenkt dat de ruilverkaveling in Nederland als gevolg van de schermutselingen in Tubbergen bijna geheel tot stilstand kwam, aldus H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 17. Zie nader grenspost 1, hfdst. I, onderdeel F.6.
Vlaamse Raad 1981/1982, stuk 83, nr. 1, p. 3.
Of, om in de ‘WILG-termen’ te spreken, de herverkaveling als maatregel voor de inrichting van het landelijke gebied, zie art. 17 lid 2 sub b jo. art. 42 WILG.
Naast de veelgehoorde bezwaren van een logge, trage procedure en de ingrijpende gevolgen van een ruilverkaveling voor het dagelijks leven in het betrokken gebied (wijzigingen in de manier waarop landbouw bedreven werd, verplaatsing van boerderijen en het in het kader van de ruilverkaveling ter discussie stellen van het huishouden, het sociale leven en opvolgingskwesties). Zie S. van den Bergh, Verdeeld land, p. 4.
Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat voor het realiseren van gestelde doelen door de decentrale overheden wettelijke herverkaveling vele malen effectiever is dan vrijwillige kavelruil, zie http :// www.kadaster.nl/wmdow.html?inhoud=/index_frames.html%3Finhoud%3D/nieuws-bericht.asp%253Fld%253D1286%2526Id_Categorie%253D6 , datum inzage 21 oktober 2012.
Volgens de Dienst landelijk Gebied duurt het hele proces vanaf het inrichtingsplan tot en met de uitvoering en aktepassering circa vier jaar, zie http://www.dienstlandelijkgebied.nl/onderwerpen/grond/grond/dossier/wettelijke-herverkaveling, datum inzage 24 augustus 2012. Ter vergelijking: een kavelruiltraject kan binnen een periode van een half tot drie jaar worden doorlopen, zie R. Bouwmeester, ‘Verkavelingspuzzel is af bij laatste stukje’, in: Nieuwe Oogst 28 juli 2011, p. 10.
Hierna tevens: DLG.
Aldus de DLG op zijn website: http://www.dienstlandelijkgebied.nl/onderwerpen/grond/grond/dossier/wettelijke-herverkaveling, datum inzage 20 december 2012.
“Het dorp Tubbergen lijkt op 21 december 1971 wel een slagveld. Er moet gestemd worden over een ruilverkaveling waar veel boeren faliekant op tegen zijn. (….) Gedurende enkele uren leek Tubbergen een dorp in burgeroorlog, een slagveld, waar agressie en vernielzucht hoogtij vierden.”1
Een gemolesteerd Gedeputeerde Statenlid, 2 rotte eieren, een brandbom, charges van de ME: treffender kan de juistheid van de (boeren)wijsheid ‘grond is emotie’ bijna niet worden geïllustreerd.3 De ‘boerenopstand’ van 1971 toont aan dat grond voor een boer vaak meer betekent dan een productiemiddel, benodigd voor bijvoorbeeld het verbouwen van gewassen of het weiden van vee.4 Grond is, zeker bij familiebedrijven die al generaties lang op een bepaalde locatie gevestigd zijn, 5 sterk verknocht aan het boerenbedrijf6. Een verregaande inbreuk op grondeigendom, zoals een (dwingende) ruilverkaveling, roept dan ook vaak emoties op.7 En dat niet alleen in Tubbergen…8
Ook de Vlaamse Raad is zich terdege bewust van deze emotionele dimensie van landinrichting, getuige de navolgende woorden:
“(…) oude bomen verplant men nu eenmaal niet. Dit gezegde is hier “letterlijk” even toepasbaar als “figuurlijk”. Een landbouwer houdt traditiegetrouw van zijn grond. Ook al zou dit voor jonge boeren minder zwaar zijn. toch mag dit gevoelselement niet vertrappeld worden.”9
Een tegenstander van de inzet van ruilverkaveling als landinrichtingsinstrument10 zou uit het hiervoor omschreven Tubbergse tafereel kunnen concluderen dat, naast de spreuk ‘grond is emotie’, ook het gezegde ‘van ruilen komt huilen’ van toepassing is en dat dit reden te meer is11 om zeer terughoudend te zijn in de inzet van ruilverkaveling in Nederland. Mijns inziens is dit een ongenuanceerde en ondoordachte conclusie.12Natuurlijk moet er uitgebreid aandacht geschonken worden aan de emotionele facetten van een ruilverkavelingsproces en moeten de betrokken partijen frequent en op adequate wijze worden geïnformeerd en gehoord, zodat ieder zijn of haar standpunten en emoties kan uiten. Sterker nog: voordat wordt ‘gegrepen’ naar het middel ruilverkaveling dient te worden onderzocht of een op vrijwilligheid gebaseerde ingreep in het landelijk gebied mogelijk is.’Eerst kavelruil, dan (pas) ruilverkaveling’ luidt derhalve het devies. Maar op enig moment zal, als vrijwilligheid niet tot de gewenste resultaten leidt, de ratio moeten worden gevolgd en zal een onwillige, enkel uit emoties handelende partij op enigerlei wijze gedwongen moeten kunnen worden tot medewerking aan een ruilverkavelingsproject. Individuele belangen, hoe terecht en begrijpelijk ook, zullen in voorkomende gevallen moeten wijken voor een groter belang, zijnde bijvoorbeeld de inrichting van het landelijk gebied als geheel, natuurontwikkeling, recreatie of cultuurhistorie. Bovendien is het instrument ruilverkaveling gedurende de jaren, mede door de uitgebreide praktijkervaring, aangepast en verfijnd en heeft het zich ontwikkeld tot een redelijk geolied, soepel werkend instrument, waarmee in een relatief korte tijdsspanne13 door inzet van de expertise van onder meer de Dienst Landelijk Gebied14 en het Kadaster, functiewijzigingen en doelen voor het landelijk gebied kunnen worden gerealiseerd.15 De overheid toont met de evolutie van de ruilverkaveling aan dat men geleerd heeft van de (soms pijnlijke) lessen uit het verleden. Ruilen zonder (al te veel) huilen is binnen een ruilverkavelingsproces, wanneer kavelruil niet mogelijk blijkt, dus wel degelijk mogelijk, waarbij tevens oprechte aandacht aan de (al dan niet met de in de ruiling betrokken gronden samenhangende) emoties van de betrokken partijen wordt geschonken.