Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/0.4
4. Intermezzo: kavelruil in en buiten het notariaat
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS471269:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Art. 85 lid 1 (slot) Wet inrichting landelijk gebied (hierna tevens: WILG).
Art. 85 lid 5 WILG.
Zie in gelijke zin grenspost 1, hfdst. II, onderdeel B.6.
Een constatering die overigens eveneens geheel opgaat voor de kennis binnen het notariaat van het agrarisch recht in het algemeen.
Vaak kleinere en middelgrote ‘dorpskantoren’, gelegen binnen of zeer dicht in de buurt van een agrarisch gebied.
Anno 2012 telt de vereniging 116 leden, verdeeld over 100 notariskantoren in den lande, aldus de voorzitter van de VASN, Joost Verploegen, in een interview met de Boerderij, zie: ‘Ook bij notarissen komt ‘t niet meer aanwaaien’, in: Boerderij nr. 8, 20 november 2012. Volgens de door de KNB gepubliceerde feiten en cijfers, zie http://www.knb.nl/de-notaris/feiten-en-djfers, datum inzage 18 december 2012, zijn er anno juli 2012 1401 notarissen, 1785 kandidaat-notarissen in dienstbetrekking en 55 kandidaat-notarissen in maatschap. Van alle (kandidaat-)notarissen in Nederland is derhalve slechts 3,6% lid van de VASN. Daarbij is nog niet eens rekening gehouden met het feit dat tot de 116 VASN-leden een flink aantal notarisklerken behoort
Hierna tevens: KNB.
Het predicaat ‘agri-notaris’ wordt gevoerd door een notariskantoor waarbij een of meerdere personen werken die gespecialiseerd zijn in agrarisch recht en die gevoel hebben voor de agrarische praktijk, aldus http://www.vasn.nl/home/wat-doet-de~agri~notaris/cDU2419_WAT-DOET-DE-AGRI-NOTARIS.aspx, datum inzage 18 december 2012.
Dat regelmatige ‘bijspijkering’ van de vergaarde kennis noodzakelijk is blijkt bijv. uit CA Hazeu, H.J. Silvis, Juridisering in de agrosector, Verkenning van een veelkoppig fenomeen, Rapport 2011-007, LEI Wageningen UR, Den Haag 2011.
Feitelijke en praktische kennis over kavelruil is overigens breder aanwezig. Denk hierbij aan de diverse agrarische makelaars en rentmeesters en de (provinciale) kavelruilstichtingen. Zie tevens J.P.M. Vermeulen, Kavelruil in Nederland, niet gepubliceerd, scriptie Vakgroep Cultuurtechniek Landbouwhogeschool Wageningen 1984, p. 39 e.v., die de voorlichting over kavelruil door diverse instanties beschrijft. Ten slotte pleiten S. Gloudemans, A. Hoogeveen, W. Rienks, Kavelruil ontrafeld. Een studie naar kavelruil in de praktijk, leeronderzoek Ctt september 1994, p. 13 voor de inzet van organisaties met dergelijke praktische kennis, die een markt kunnen creëren waarin zij de ‘kenniskloof naar de doelgroepen overbruggen.
De Vereniging voor Agrarisch Recht is een forum voor iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met landbouw en recht. Doel is belangstelling te wekken voor, en het bevorderen van, de wetenschappelijke en praktische beoefening van het agrarisch recht. Dit gebeurt door studiedagen, discussiebijeenkomsten, excursies en andere activiteiten te organiseren en door publicaties te verzorgen over actuele thema’s. De vereniging telt momenteel circa 300 leden, aldus http://www.verenigingagrarischrecht.nl/, datum inzage 18 december 2012.
Het Instituut voor Agrarisch Recht, opgericht in 1993, houdt zich bezig met de ‘bevordering van de beoefening van het agrarisch recht’. Het agrarisch recht is van groot belang, zowel voor de landbouwbedrijven, de bedrijven die daarmee te maken hebben, bijv. de in deze sector werkzame dienstverleners, als voor de overheid, aldus http://www.iar.nl/nliaralg_l.htm, datum inzage 18 december 2012.
De Vereniging van Agrarisch Recht advocaten stelt zich ten doel het bevorderen van de deskundige beroepsuitoefening door advocaten van het agrarisch recht. Daaronder wordt verstaan het recht betreffende de exploitatie van het landelijk gebied en de primaire en secundaire productie- en handelsbedrijven. De vereniging tracht haar doel te bereiken door het organiseren van opleidingen en studiebijeenkomsten en het verlenen van medewerking aan dergelijke activiteiten. Bovendien tracht zij de onderlinge uitwisseling van informatie te bevorderen. Tot lid van de vereniging worden toegelaten advocaten die door kennis en ervaring over aantoonbare deskundigheid beschikken op het gebied van het agrarisch recht, aldus http://www.vvara.nl/algemeen.php, datum inzage 18 december 2012.
Het C.E.D.R., opgericht in 1957, is de enige pan-Europese organisatie die advocaten en andere professionals, geïnteresseerd in het agrarisch recht in al haar aspecten, aldus http://www.cedr.org/, datum inzage 18 december 2012.
De geringe aandacht in de juridische praktijk is opmerkelijk, gezien het feit dat de juridisering in de agrosector de laatste jaren enkel toeneemt Zie CA Hazeu, H.J. Silvis, Juridisering in de agrosector.
Zie de literatuurlijst voor een uitgebreid overzicht. A. de Leeuw, De agrarische ruilverkaveling, p. 4 wijst overigens op het tijdschrift ‘De Ruilverkavelingsbode’, een tijdschrift dat van 1961-1970 is uitgegeven. Helaas heeft er nimmer een ‘Kavelruilkrant’ of een tijdschrift van dergelijke strekking bestaan.
Ik verwijs [wederom] naar de bijgevoegde literatuurlijst.
A.J.M. Keizer, Kavelruil nader beschouwd, scriptiereeks Instituut voor Agrarisch Recht nr. 4, J.P.M. Vermeulen, Kavelruil in Nederland en J.W.A. Rheinfeld, Kavelruil: ruilen zonder huilen.
Wel zijn er een tweetal proefschriften over ruilverkaveling in brede zin verdedigd, namelijk: G.M. Andela, Kneedbaar landschap, kneedbaar volk en S. van den Bergh, Verdeeld land. Beide proefschriften zijn vanuit een (rechts)historische inslag geschreven.
Of, om in landinrichtingstermen te spreken ‘slecht verkaveld’.
De – helaas onvermijdelijke – consequentie van de dun gezaaide literatuur op wetenschappelijk terrein is dat in voetnoten op meerdere plaatsen verwezen zal worden naar dezelfde bronnen.
De titel van deze proeve bevat niet toevalligerwijs een variant op het artikel van B.F. Preller, ‘Grenzen aan kavelruil’, in: JBN 2002/59. Een hommage derhalve aan het brein achter de juridische aspecten van kavelruil in Nederland. Preller is door zijn jarenlange lidmaatschap van de agrarische commissie van de KNB en zijn vele publicaties in het JBN, FBN en de Notafax/Notamail, min of meer vereenzelvigd met het begrip kavelruil. Overigens heeft hij in 2005 de grenzen van de kavelruil nogmaals opgezocht. Zie B.F. Preller, ‘Kavelruil kent zijn grenzen’, in: JBN 2005/1 en B.F. Preller, ‘De bestuursrechter trekt de grenzen van kavelruil scherper’, in: JBN 2005/44.
Zie het jurisprudentie-overzicht aan het slot van dit onderzoek.
HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1262. Zie tevens J.W.A. Rheinfeld, De ene kavelruil is de andere niet, in: FBN 2013/13, alsmede J.W.A. Rheinfeld, ‘De ene kavelruil is de andere niet’, in: Notarisklerk 2013/7-8. De bij dit arrest behorende conclusie van A-G Wattel is door mij becommentarieerd in: NTFR 2012/2634.
Met name regionale kranten (de Stentor, Twentsche Courant Tubantia, de Gelderlander), de tijdschriften Nieuwe Oogst en de Boerderij, publicaties en de websites van de DLG en het Kadaster, de website www.boerenbusiness.nl en de diverse websites van (provinciale) kavelruilstichtingen (zoals www.kavelruilflevoland.nl en www.cko.nl)
Zie in dit kader het artikel ‘Natuur voor kavelruil?’, te vinden op http://www.boerenbusiness.nl/artikel/item/10621166/Natuur-voor-kavelruil, datum inzage 20 december 2012, alsmede P.G de Wolff, ‘Relatienotabeleid en landinrichting’, in: Agrarisch recht 1984/6, p. 219. Zie tevens G.M. Andela, Kneedbaar landschap, kneedbaar volk, p. 68, waar gesteld wordt dat de landbouwsector zich direct op de economische belangen van het landschap richt, terwijl natuurbeschermers zich vooral inzetten voor de natuurwetenschappelijke, esthetische en culturele waarden. Zie ten slotte H. Buiter, J. Korsten, Land in aanleg, p. 44, waar te lezen is dat de weerstand van natuurbeschermende organisaties tegen het fenomeen ‘ruilverkaveling’ al sinds eind jaren ‘40 van de vorige eeuw aanwezig is.
Elke kavelruil kent een ‘notariële finale’. Het is namelijk vereist dat de akte van verdeling, als sluitstuk van de kavelruil, notarieel wordt verleden, 1 waarna de notaris zorgdraagt voor de (eveneens vereiste) inschrijving van de kavelruilakte in de openbare registers.2 Deze eis brengt met zich dat in de praktijk de aan de verdelingsakte voorafgaande kavelruilovereenkomst zeer vaak ook door middel van notariële tussenkomst tot stand komt. De notaris is zodoende vaak van begin tot eind bij de kavelruil betrokken.3 Ook commercieel gezien is de kavelruil een interessant werkgebied voor de (enigszins) in agrarisch recht geïnteresseerde notaris. Ik verwijs in dit verband graag naar de beschouwingen, opgenomen in grenspost 1, hoofdstuk lil, onderdeel D. Het belang van voldoende kennis in het notariaat met betrekking tot de kavelruil is dus zeer groot. Helaas leert de ervaring dat deze kennis binnen het notariaat zeer dun gezaaid is:4 slechts enkele specialisten binnen in het agrarisch recht gespecialiseerde kantoren5 wagen zich op dit terrein.
In dit kader vervult de Vereniging voor Agrarisch Specialisten in het Notariaat (VASN) een nuttige, zelfs onmisbare functie.6 Als zelfstandige specialistenvereniging en opvolger van de in 2002 afgeschafte agrarische commissie van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie7 bundelt de vereniging alle aangesloten ‘agri-notarissen’8 en borgt zij door middel van scholingen de kennis van het agrarisch recht bij haar leden.9 Kavelruil is dikwijls een van de onderwerpen op de scholingsagenda.
Ook buiten het notariaat is de (juridische) kennis van het agrarisch recht in het algemeen en van kavelruil in het bijzonder dun gezaaid en sterk geconcentreerd.10 De Vereniging voor Agrarisch Recht (VAR), 11 het Instituut voor Agrarisch Recht (1AR), 12 de Vereniging van Agrarisch Recht advocaten (VvARa)13 en het Comité Européen de Droit Rural (C.E.D.R.)14 zijn de belangrijkste organisaties die buiten het notariaat actief zijn op het gebied van kennisdeling, -behoud en -ontwikkeling op agrarisch-juridisch terrein.15
De dunne spreiding en de concentratie van de kennis over kavelruil hebben logischerwijs ook hun weerslag op de beschikbare literatuur: er zijn geen juridische handboeken (specifiek) over kavelruil beschikbaar. De in kavelruil geïnteresseerde jurist zal zijn toevlucht moeten nemen tot artikelen die van tijd tot tijd verschijnen in diverse juridische vakbladen.16 Daarnaast zijn (er) in diverse (hand)boeken, zowel op civielrechtelijk als op fiscaal gebied hoofdstukken en paragrafen aan kavelruil gewijd, 17 maar van een structurele warme aandacht voor de kavelruil is binnen de juridische literatuur beslist geen sprake. Dezelfde trend ziet men op wetenschappelijk terrein: er is – voor zover mij bekend – slechts een drietal scripties18 verschenen en er is – tot op heden – geen enkele dissertatie (specifiek) over kavelruil beschikbaar.19 Een proeve, volledig gewijd aan de kavelruil, is derhalve een novum te noemen. Ik begeef mij daarbij op wetenschappelijk behoorlijk onontgonnen20 terrein.21 Gelukkig kan ik bij dit onderzoek volop gebruikmaken van de kennis en kunde van drie ‘coryfeeën’ op kavelruilgebied, te weten de heren Preller, 22 Bruil, en Verduijn. Deze deskundigen zorgen er al jarenlang voor dat de kavelruil niet uit het civielrechtelijke en fiscale straatbeeld verdwijnt. Zonder hun niet-aflatende inzet en vakkennis zou ik sterk de indruk krijgen een roepende in de (juridische) woestijn te zijn.
Een blik op de gepubliceerde rechtspraak over kavelruil levert eenzelfde beeld op: het aantal uitspraken is gering en beperkt zich vooral tot rechtspraak in eerste aanleg over feitelijkheden.23 De Hoge Raad heeft zich tot op heden slechts eenmaal, in 2013, (inhoudelijk) uitgelaten over de kavelruil.24
Buiten de juridische wereld geniet de kavelruil zo nu en dan de warme aandacht van journalisten, 25 Deze publicaties zijn niet direct van belang voor de civielrechtelijke en fiscale bestudering van de kavelruil, maar zijn vooral politiek en maatschappelijk gekleurd. Toch zijn dergelijke artikelen van grote waarde voor een onderzoek naar de grenzen van kavelruil, aangezien het politieke en het maatschappelijke draagvlak van kavelruil mede het succes van het landinrichtingsinstrument bepalen. Ook het delicate evenwicht en de soms voelbare spanning tussen landbouw en natuur26 zijn in dit kader interessante fenomenen.
Concluderend kan gezegd worden dat er nog een flinke slag te slaan is om de kavelruil ‘in de spotlights’ te krijgen en te houden en om de civielrechtelijke en fiscale kennis te behouden en waar mogelijk uit te breiden en te versterken, zowel in als buiten het notariaat, De kavelruil verdient deze warme belangstelling mijns inziens zeer zeker. Ook de niet-agrarisch geïnteresseerde jurist zal, door de ‘exotische’ kavelruil te doorgronden, kennis opdoen die toepasbaar is op andere (ook niet-agrarische) deelgebieden van het civiele en fiscale recht, zodat het belang van de bestudering van de kavelruil ook voor de niet-agrarisch rechtelijk geschoolde lezer aanwezig is.