Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/7.4.2
7.4.2 Geheugen
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180286:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
C. Huijsman, Theorieën en vormen van het dubbel boekhouden, ’s-Gravenhage: G. Delwel 1919, vierde verbeterde en vermeerderde druk, p. 64.
H.J. van der Schroeff, ‘Aan welke eisen moet de administratie voldoen ter vervulling van haar functies in het bedrijf?’, Preadvies Accountantsdag, 6 October 1951, De Accountant, orgaan van het Nederlands Instituut van Accountants, 58e jaargang, nr. 1, september 1951, p. 8.
J. Rutgers, Openlegging en overlegging van boekhouding (diss. Groningen), Zwolle: Uitgevers-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink 1949, p. 23.
H.J. van der Schroeff, ‘Aan welke eisen moet de administratie voldoen ter vervulling van haar functies in het bedrijf?’, Preadvies Accountantsdag, 6 October 1951, De Accountant, orgaan van het Nederlands Instituut van Accountants, 58e jaargang, nr. 1, september 1951, p. 8, N.J. Polak, Is een algemeene inrichtingsleer bestaanbaar?, Inleiding voor den veertienden accountantsdag van het Nederlandsch Instituut van Accountants op 30 september 1922, raadpleegbaar via http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/ref/collection/nib/id/388, p. 9 e.v.
Zie paragraaf 1.2.1.
M. van Overeem, Leerboek van het enkel boekhouden, Utrecht: H. Honig 1921, zevende herziene druk, p. 3 en 4.
“[h]et doel der boekhouding is het schrijven van de geschiedenis der zaak.”1
Een van de oudste redenen voor het voeren van een administratie is het maken van aantekeningen om het geheugen te hulp te komen.2 Niet alleen is het menselijk geheugen niet onfeilbaar3 maar in een onderneming van enige omvang is de capaciteit van het menselijk geheugen onvoldoende om alle feiten, die relevant zijn om de rechten en verplichtingen te kunnen kennen, betrouwbaar te onthouden en te kunnen reproduceren. Bij de oudste vormen van koopmansboekhoudingen uit de veertiende eeuw ging het hierbij om de vermogensrechtelijke verhouding ten opzichte van derden, meer in het bijzonder de debiteurenpositie van de onderneming.4 Dit is ook terug te vinden in de tekst van artikel 6 WvK uit 1838, waar de nadruk lag op het aantekenen van inschulden en schulden door de koopman.5 Van Overeem verwoordde dit als volgt:6
“Hoe zou hij [de koopman] zonder nauwkeurige aanteekeningen kunnen weten van wie hij nog geld te vorderen had wegens gedane leveranties, wie hem geheel, wie hem gedeeltelijk betaald had, welke bedragen hij aan zijn leveranciers was schuldig gebleven, welke goederen hij afgeleverd had en welke nog geleverd moesten worden! Zijn geheugen zou hem daarbij al spoedig in den steek laten. Behalve dus om te voldoen aan de wettelijke bepalingen, eischt ook het eigenbelang van den koopman, dat hij boek houdt.”