Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.8.1
4.8.1 ”Impliciete” afscheidingsrechten
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644949:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
NvW, art. 3.9.4.8b, Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 819; Zie Beekhuis, Opstall-bundel (1972), p. 13 e.v.
Behoudens eventuele contractuele afspraken.
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192 (Zalco/Glencore). Zie ook hierboven: §4.5.3.
Een nieuw afscheidingsrecht ontstaat uiteraard als door vermenging een nieuw zakelijk recht ontstaan is, bijvoorbeeld een pandrecht. Zie: HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192 (Zalco/Glencore).
TM, art. 5.2.14, Parl. Gesch. BW Boek 5, p. 112-113; TM, art. 6.4.3.1., Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 831; Zie ook art. 6:103 BW; HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1786, r.o. 3.3.2 e.v.; Asser/Sieburgh 6-II 2021/21.
Een impliciet afscheidingsrecht is verdisconteerd in een ander recht waarmee de zaak kan worden opgeëist. De zakelijke rechten hebben een recht van afscheiding in zich. Zo kan de eigenaar met de revindicatie vorderen dat zijn zaak wordt losgemaakt van de zaak waaraan deze vast zit.1 Hij kan zijn schilderij, dat hij heeft uitgeleend, opeisen waardoor het van de muur moet worden gehaald. Zonnepanelen van de één die op een dak zijn geplaatst van het huis van de ander zonder dat ze bestanddelen daarvan zijn geworden, kunnen door de eigenaar worden opgeëist met de revindicatie.2 Door de revindicatie in te stellen vordert de eigenaar mede afscheiding van de panelen. Hetzelfde kan een vruchtgebruiker, een pandhouder en een hypotheekhouder doen als hun zaken zijn verbonden met andere zaken. Zolang de zakelijke rechten bestaan, kunnen de zakelijk gerechtigden afscheiding vorderen. Zij kunnen hun zaken afscheiden, maar dit hoeven zij uiteraard niet te doen. De pandhouder die een pandrecht heeft op een aandeel aluminium kan dit aandeel opeisen.3 Dit zal hij doorgaans alleen willen als hij een hogere opbrengst verkrijgt waarop hij zich kan verhalen. Als de schuldenaar failliet is en de curator de gehele voorraad aluminium wil verkopen, dan zal de pandhouder over het algemeen instemmen met de verkoop, mits hij zijn “aandeel” in de koopprijs verkrijgt. Zijn recht van afscheiding komt dan niet aan de oppervlakte.
Deze impliciete afscheidingsrechten houden op te bestaan als de zakelijke rechten ophouden te bestaan, aangezien ze onderdeel zijn van laatstgenoemde rechten. Gaat een zaak door natrekking of vermenging teniet, dan gaat dit afscheidingsrecht eveneens teniet.4 Een ander impliciet afscheidingsrecht kan hiervoor in de plaats komen, namelijk het recht dat verdisconteerd is in de vordering van de onrechtmatige daad, waarmee herstel in natura kan worden gevorderd.5 Zo wordt bereikt dat de natrekking ongedaan wordt gemaakt en dat de eiser de zaak herkrijgt.