Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.4.4.2:5.4.4.2 Aansprakelijkheid noch indemniteit
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.4.4.2
5.4.4.2 Aansprakelijkheid noch indemniteit
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook de regering in de Nota n.a.v. het Verslag bij de Wet dualisering gemeentebestuur (TK 27751 nr. 6, p. 40).
Zie bijvoorbeeld, Van Loenen-II (1934), p. 1046 e.v., Oppenheim-I (1928), p. 486 e.v. en Bool (1930), p. 536 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel een gedeeltelijke terugkeer naar de persoonlijke aansprakelijkheid een legitieme wens is, mag uit het bovenstaande blijken dat hiertoe geen juridische noodzaak bestaat. Dat maakt de keuze tussen aansprakelijkheid of politieke sanctiemechanismen uiteindelijk een politieke keuze.1 Nu de wetgever uitdrukkelijk heeft gekozen voor afschaffing van de persoonlijke aansprakelijkheid, lijkt het zinvoller de aandacht te richten op de beantwoording van de vraag of binnen de parameters van die keuze kan worden gekomen tot een bevredigender oplossing dan de huidige.
Mijns inziens is dat mogelijk door de indemniteitsprocedure (art. 198 lid 2 t/m 4, de laatste volzin, art. 200 en gedeelten van art. 201) af te schaffen zonder daarvoor iets in de plaats te laten komen. Het motto daarbij is: ieder het zijne. In de systematiek die na de verdwijning van de indemniteitsprocedure overblijft, velt de deskundige en onafhankelijke accountant — eventueel aangewezen en aangestuurd door gedeputeerde staten — een rechtmatigheidsoordeel en wordt de politieke oordeelsvorming overgelaten aan de raad. Dit werkt als volgt: op grond van de jaarrekening en het accountantsoordeel legt het college verantwoording af aan de raad. De verplichte vaststelling van de jaarrekening zorgt ervoor dat de leden van het college gedéchargeerd worden, waardoor mogelijke aansprakelijkheid kan worden afgewend. Aan de hand van die verantwoording kan de raad als politiek orgaan echter steeds besluiten tot politieke sancties. Het rechtmatigheidsoordeel wordt hierdoor nagenoeg volledig bij de raad weggehaald. De raad beslist immers niet over de rechtmatigheid van fmanciële handelingen, maar over de politieke duiding die moet worden gegeven aan eventueel gebleken onrechtmatigheden. De openbare bevindingen van de accountant maken publieke verantwoording mogelijk en kunnen toezichthoudende overheden bovendien zodanig inzicht verschaffen in het financiële reilen en zeilen, dat eventueel noodzakelijk geachte juridische vervolgstappen in hun — van de gemeenteraad onafhankelijke — handen ligt. Tussenkomst van de raad is hiervoor niet noodzakelijk.
Het lijkt tamelijk radicaal het rechtmatigheidsoordeel uit de comptabele verantwoording te halen. Toch moet niet worden vergeten dat deze oplossing op zichzelf goed aansluit bij de in art. 197 lid 1 Gemeentewet neergelegde kern van de comptabele verantwoording. De versterkte nadruk op de rechtmatigheid van het overheidsbestuur is van belang, maar behoeft niet zo ver te gaan dat wordt vergeten dat het bij comptabele verantwoording naar de tekst van de gemeentewet niet gaat om het afleggen van rekening en verantwoording, maar om het afleggen van politieke verantwoording onder overlegging van de jaarrekening, het jaarverslag en de stukken van de accountant. Dit op het eerste gezicht semantische onderscheid is van oudsher van belang. Decennialang is het immers de Ontvanger geweest die de primaire verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid droeg. Hij legde rekening af aan het college, dat op zijn beurt verantwoording aflegde aan de gemeenteraad.2 Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen rechtmatigheidstoetsing bestond — er bestond immers een regeling met betrekking tot persoonlijke aansprakelijkheid — maar dit heeft nooit de hoofdmoot van de comptabele verantwoording gevormd. Met het wegnemen van de mogelijkheid van persoonlijke aansprakelijkheid voegt een eigen rechtmatigheidsonderzoek van de raad — naast dat van de accountant — bovendien niet bijzonder veel meer toe.
De keuze voor décharge als enige manier om aansprakelijkheid af te wenden, is allesbehalve radicaal. Zoals hierboven reeds aangetoond, vervult décharge deze functie ook onder de huidige regeling al in een zeer groot gedeelte van de gevallen.