Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.3.1
3.3.1 De hoofdlijnen van Titel 8.4 Awb
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS509863:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Op deze verdeling bestaat veel kritiek. Zie onder meer Hartlief 2015, p. 560-561.
ABRvS 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2081, AB 2017/411 m.nt. K.J. de Graaf, A.T. Marseille & D. Sietses, JB 2017/152 m.nt. C.N.J. Kortmann, r.o. 9.3 (Interbest).
Een vergelijkbare keuzevrijheid bestond onder het oude recht, zie HR 17 december 1999, NJ 2000/87 m.nt. A.R. Bloembergen onder NJ 2000/88, AB 2000/89 m.nt. P.J.J. van Buuren (Groningen/Raatgever).
Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1050 (Libertas Leiden) en CBb 19 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:101 (Extramurale Mondzorg).
Zie voor een vergelijking met het burgerlijk procesrecht Van Ettekoven 2014, p. 139.
Zie bijvoorbeeld CRvB 31 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3010, AB 2017/428 m.nt. M.K.G. Tjepkema (Krukje in de bibliotheek).
Op grond van artikel IV lid 1 Wns blijft op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt of een handeling die werd verricht voor het tijdstip waarop de wet voor dat besluit of die handeling in werking is getreden, het recht van toepassing zoals dat gold voor dat tijdstip.
De hoofdlijnen van de competentieverdeling van Titel 8.4 Awb bestaan in twee hoofdregels en één nuance.1 De eerste hoofdregel is dat de bestuursrechter exclusief bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek om schadevergoeding, indien de schade wordt veroorzaakt door een besluit waarover de CRvB of de HR in enige of hoogste aanleg oordelen (artikel 8:89 lid 1 Awb), en indien de schade die een vreemdeling lijdt het gevolg is van een onrechtmatig(e) besluit of handeling ten aanzien van deze vreemdeling als zodanig (artikel 71a lid 1 en artikel 72a Vw 2000). De tweede hoofdregel is dat de burgerlijke rechter bevoegd is om te oordelen over alle andere vorderingen tot vergoeding van schade die het gevolg is van een schadeoorzaak als bedoeld in artikel 8:88 Awb. Dit zijn de ‘overige gevallen’ van artikel 8:89 lid 2 Awb, waarvan bijvoorbeeld sprake is bij schade als gevolg van een besluit waarover de ABRvS (als niet-vreemdelingenrechter) of het CBb in enige of hoogste aanleg oordeelt. Deze tweede hoofdregel lijdt uitzondering indien de ‘gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000,- bedraagt’. Hierbij is de gevraagde vergoeding in het verzoekschrift beslissend, en is niet tevens vereist dat de (totale) schade een lager bedrag dan € 25.000,- beloopt of dat de verzoeker afstand heeft gedaan van zijn aanspraak op vergoeding van het meerdere.2 Verzoeken tot € 25.000,- kunnen niet alleen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter maar ook worden ingediend bij de bevoegde bestuursrechter,3 mits ter zake van de schade nog geen geding bij de burgerlijke rechter aanhangig is gemaakt. Indien de gevraagde vergoeding hoger is dan € 25.000,-4 dan wel wanneer ter zake van de schade al een procedure bij de burgerlijke rechter aanhangig is gemaakt, dan verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd (artikel 8:89 lid 2 en 3 Awb).
De bevoegde bestuursrechter wordt benaderd via een verzoekschrift.5 Een verzoekschrift kan worden ingediend zowel gedurende het (hoger) beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit als na afloop daarvan. Aan de inhoud van het verzoekschrift worden geen hoge eisen gesteld.6 Het verzoekschrift bevat ten minste een aanduiding van de schadeoorzaak, een opgave van de aard van de schade, voor zover redelijkerwijs mogelijk het bedrag van de schade en een specificatie daarvan, en de gronden van het verzoek (artikel 8:92 Awb). Voordat een verzoek kan worden ingediend bij de bestuursrechter, zal het bestuursorgaan eerst om vergoeding van schade dienen te worden verzocht (artikel 8:90 lid 2 Awb), maar alleen voor zover het verzoek aan de bestuursrechter niet hangende het (hoger) beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit wordt gedaan (artikel 8:91 lid 2 Awb). De reactie van een bestuursorgaan op een verzoek om schadevergoeding is een besluit in de zin van de Awb,7 zij het dat tegen dat besluit geen beroep (meer) kan worden ingesteld (artikel 8:4 lid 1, aanhef en onder f, Awb). De beroepsmogelijkheid ter zake van zelfstandige schadebesluiten (paragraaf 3.2.3) is dus komen te vervallen in zaken waarop Titel 8.4 Awb van toepassing is. In de plaats hiervan – en van artikel 8:73 Awb (oud) – is de verzoekschriftprocedure gekomen.
Artikel 8:88 lid 1 Awb bevat de schadeoorzaken waarop een verzoek om schadevergoeding aan de bestuursrechter kan worden gebaseerd. Op grond van dit artikellid is de bestuursrechter bevoegd om het bestuursorgaan op verzoek van een belanghebbende te veroordelen tot het vergoeden van de schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden. De schade moet het gevolg zijn van een onrechtmatig besluit (onder a), een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit (onder b), het niet tijdig nemen van een besluit (onder c) of een andere onrechtmatige handeling waarbij (kort samengevat) een (militair) ambtenaar belanghebbende is (onder d). De a- en b-categorie en hun relatie tot het verstrekken van onrechtmatige informatie worden hierna besproken in paragraaf 3.3.2 en paragraaf 3.3.3. De c-categorie is voor het onderwerp van dit boek niet relevant. De d-categorie is dat wel, maar blijft eveneens onbesproken, omdat hieromtrent bij mijn weten nog geen relevante rechtspraak is gepubliceerd. De hoeveelheid rechtspraak met betrekking tot Titel 8.4 Awb die sinds 1 juli 2013 is gepubliceerd is ook overigens beperkt. Dit heeft te maken met de eerbiedigende werking van het overgangsrecht van de Wns. Op grond van de Wns blijft het oude recht namelijk van toepassing op schadeveroorzakende handelingen die dateren van vóór 1 juli 2013.8 Deze regel heeft tot gevolg dat het aantal Titel 8.4 Awb-zaken vooralsnog geen hoge vlucht heeft genomen.9