Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/E:E Voorstel van wijziging van het Eindexamenbesluit W.V.O.
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/E
E Voorstel van wijziging van het Eindexamenbesluit W.V.O.
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977076:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.19 (atheneum/gymnasium/havo) Besluit.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel I
Wijziging van Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o-v.b.o. Artikel 7 leden 1-3 Examenprogramma: De vakken burgerschap en rechtswetenschap hieronder begrepen.
Wijziging van artikel 7 Expr maakt een (centraal schriftelijk) examen in de vakken burgerschap en rechtswetenschap mogelijk.
Toelichting
Na de invoering van de vakken doet zich de vraag voor naar de wenselijkheid als examenvak. Ieder vak kent een programma van toetsing en afsluiting voor het school- en centraal schriftelijk examen. De exameneisen zijn af te leiden van de doelbepalingen en blijven beperkt tot de toetsbare onderdelen.
Met het examineren van de cognitieve en sociale vaardigheden heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) inmiddels de nodige ervaring opgedaan, maar de toetsing van democratische houdingen verkeert nog in een pril ontwikkelstadium. Voor het verkrijgen van de nodige burgerschapskennis en -inzicht verdient het de voorkeur meer productief dan reproductief te toetsen. Het vermijden van al te feitelijke vragen dient voorop te blijven staan. Naast een productief kennis-, inzicht- en vaardighedendeel maakt een profielwerkstuk onderdeel uit van het examen.
De Wvo opent de mogelijkheid schooleigen vakken te verplichten in het vrije deel van elk profiel. Het schoolbestuur stelt de omvang en inhoud vast. Voor deze vakken wordt in de regel door de minister geen landelijke (eindtermen in) examenprogramma's vastgesteld, hoewel het - met instemming van de minister - examenvakken zijn, als ze op vwo 440 nsl en op havo 320 nsl hebben (artikel 2.21 Wvo).1