Het inzagerecht
Einde inhoudsopgave
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2014/I:Bijlage I De artikelen 141 en 142 van de Wetboeken van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen en Aruba
Archief
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2014/I
Bijlage I De artikelen 141 en 142 van de Wetboeken van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen en Aruba
Documentgegevens:
Mr. J.R. Sijmonsma, datum 17-06-2010
- Datum
17-06-2010
- Auteur
Mr. J.R. Sijmonsma
- JCDI
JCDI:ADS450406:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede titel van boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna Rv-NA) heet ‘De wijze van procederen voor de rechter in eerste aanleg’. Afdeling 4 van die titel bevat de algemene bepalingen van bewijsrecht. Afdeling 5 betreft akten en vonnissen en wordt gevolgd door de twee hierna afgedrukte artikelen 141 en 142 die de volledige afdeling 5A vormen. Deze afdeling 5A heet ‘Overlegging van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen en het verschaffen van inlichtingen’. Afdeling 5A wordt gevolgd door afdeling 6, genaamd ‘Getuigen’.
Artikel 141
De rechter kan in de loop van een geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan een van hen de overlegging bevelen van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, die zij ingevolge de wet moeten houden, maken of bewaren.
Partijen kunnen dit weigeren indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.
De rechter beslist of die weigering gerechtvaardigd is, bij gebreke waarvan hij daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht.
Artikel 142
De rechter kan op verzoek van een der partijen aan anderen dan partijen, na deze te hebben gehoord of daartoe de gelegenheid te hebben gegeven, bevelen binnen een door de rechter te stellen termijn schriftelijk inlichtingen te verschaffen en onder hen berustende boeken. bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen over te leggen. Degene tot wie de rechter het bevel richt, is verplicht tot het verschaffen van de gevraagde inlichtingen en het overleggen van de gevraagde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen.
De rechter bepaalt, zonodig, de wijze waarop, en de voorwaarden waaronder de inlichtingen zullen worden verschaft, dan wel de boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen zullen worden overgelegd.
De rechter wijst het verzoek in elk geval af indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing der gegevens is gewaarborgd.
Het in artikel 144 omtrent het verschoningsrecht van getuigen bepaalde is van overeenkomstige toepassing, maar ook andere gewichtige redenen, waaronder een gevaar voor onevenredige schade aan zijn belangen of die van derden, kunnen een weigering rechtvaardigen.
Tegen een afwijzing van het verzoek staat geen hogere voorziening open.
Heeft de rechter het bevel gegeven, dan zijn de artikelen 152 en 152a van overeenkomstige toepassing.