Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.2:3.2.2 Ouderlijk vruchtgenot
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/3.2.2
3.2.2 Ouderlijk vruchtgenot
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859279:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Bijzondere Commissie voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek, omtrent het ontwerp van wet tot vaststelling van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (Nieuw Erfrecht) leidde dit hier wel uit af. De commissie wenste daarom te vernemen of het geen aanbeveling verdient deze bepaling in art. 4:3 BW op te nemen, Parl. Gesch. Vast. Boek 4 2002, p. 93.
Parl. Gesch. Vast. Boek 4 2002, p. 94-95.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1166.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In tegenstelling tot artikel 887 OBW wordt het ouderlijk vruchtgenot de onwaardige in artikel 4:3 BW niet uitdrukkelijk ontzegd. Hieruit kan niet worden afgeleid dat deze bepaling is vervallen.1 In de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer licht minister Polak toe dat het begrip voordeel ook het ouderlijk vruchtgenot omvat.2 Wat minister De Ruiter betreft biedt deze memorie voldoende duidelijkheid en is er geen reden artikel 4:3 BW op dit punt te expliciteren.3 De conclusie is dan ook dat het begrip voordeel in artikel 4:3 BW aldus moet worden begrepen dat het ouderlijk vruchtgenot daar ook onder valt.
3.2.2.1 Beheer3.2.2.2 Afschaffing ouderlijk vruchtgenot