Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.2.4.1:II.5.2.4.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.2.4.1
II.5.2.4.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623196:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo’n erfdeel kan bijvoorbeeld in de estateplanningspraktijk uitkomst bieden als alternatief voor het afvullegaat. Vgl. Van Ewijk & Schoenmaker 2006, p. 11-12.
Zie ook paragraaf 4.6.4.3 waarin ik betoogde dat voor de opvatting van het bepaaldheidsvereiste niet gekeken moet worden naar de algemene vormvoorschriften, maar naar de vereisten ten aanzien van de inhoud van iedere soort uiterste wilsbeschikking ofwel naar hun materiële aard.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Of het is toegestaan om een erfstelling te maken met daarin een variabel erfdeel ofwel een erfdeel waarvan de omvang later kan worden bepaald door bijvoorbeeld de erfgenamen,1 hangt af van de vraag welk bepaaldheidsvereiste geldt ten aanzien van de erfdelen. Hiervoor is mijns inziens eveneens de materiële aard van de erfstelling richtinggevend.2 In paragraaf 5.2.1 kwam deze materiële aard reeds naar voren. De erfstelling is een uiterste wilsbeschikking krachtens welke de erflater aan een of meer daarbij aangewezen personen zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin nalaat (art. 4:115 BW). Erflater zal dus in ieder geval minimaal een aandeel in zijn nalatenschap moeten nalaten, om ervoor te zorgen dat hij een erfstelling maakt. Hij kan het zodoende niet aan een ander overlaten om het erfdeel na zijn overlijden bijvoorbeeld op 0 ‘te zetten’ en daarmee indirect erfgenamen van de erfopvolging uit te sluiten of anders gezegd erfgenamen indirect te onterven. Dit zou ook enigszins afstuiten op het vereiste van onmiddellijke identificeerbaarheid dat in art. 4:115 BW besloten ligt (paragraaf 5.2.2.1). Erflater dient een minimaal erfdeel te noemen, zoals bijvoorbeeld 1/100. Kan dit erfdeel na erflaters overlijden door een vertrouwenspersoon naar diens oordeel worden ‘opgehoogd’ naar bijvoorbeeld 99/100? Op deze vraag ga ik in de hierna volgende subparagrafen in. Ik sta allereerst stil bij de onmiddellijke opvolging, ofwel de opvolging van rechtswege. Zoals we in de vorige paragraaf zagen (paragraaf 5.2.2), brengt deze onmiddellijke opvolging met zich dat op het moment dat de nalatenschap openvalt de identiteit van de ingestelde erfgenamen onmiddellijk duidelijk moet zijn. Ofwel: de identiteit van de testamentaire erfgenamen moet volledig kunnen worden bepaald aan de hand van de uiterste wil én de op het ogenblik van het overlijden van de erflater bestaande omstandigheden. Dit wordt tot uitdrukking gebracht met de woorden ‘daarbij aangewezen’. Deze woorden hebben evenwel slechts betrekking op personen (het subject van de verkrijging), of anders gezegd op de ingestelde erfgenamen. Geldt er ook een ‘onmiddellijkheids’-vereiste ten aanzien van de erfdelen?