Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.7.6:8.7.6 Conclusie
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.7.6
8.7.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186740:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
594. Het doel van besluitvorming door middel van een klassensysteem is dat alleen stemmen tegen elkaar worden gewogen van schuldeisers die vanuit soortgelijke posities besluiten voor of tegen het akkoord te stemmen. Daarom moeten de klassen zodanig worden gevormd dat die bestaan uit schuldeisers met een vergelijkbare positie met en zonder het akkoord.
De positie van een schuldeiser als er geen akkoord tot stand komt wordt grotendeels bepaald door de rang van zijn verhaalsrecht. Daarom vormen de klassen van de rangorde doorgaans de klassen bij de besluitvorming over het akkoord. Dit betekent dat voor algemeen achtergestelde schuldeisers een afzonderlijke klasse moet worden gevormd bij de besluitvorming over het akkoord. Als er meerdere klassen van algemeen achtergestelde schuldeisers zijn moeten die ieder in een eigen klasse worden ingedeeld.
De indeling van specifiek achtergestelde schuldeisers in klassen ligt gecompliceerder omdat een specifieke achterstelling geen nieuwe klasse in de rangorde schept. Daardoor hangt het effect van de achterstelling niet alleen af van de totale executie-opbrengst, maar ook, nog meer dan bij een algemene achterstelling, van de onderlinge verhouding van de bedragen van de junior- en de seniorvordering. Als uitgangspunt kan gelden dat de juniorvordering, de seniorvordering en de vordering van de schuldeiser die buiten de achterstelling staat allemaal in aparte klassen worden geplaatst. Dat kan anders zijn in gevallen waarin de specifieke achterstelling nauwelijks invloed heeft op de verdeling van de executie-opbrengst. Dat is bijvoorbeeld het geval als de executie-opbrengst naar verwachting zo laag is dat geen van de achtergestelde schuldeisers een uitkering kan verwachten of als de juniorvordering vergeleken met de seniorvordering zo laag is dat de achterstelling geen significant verschil maakt. In dergelijke gevallen geeft de plaatsing in afzonderlijke klassen de juniorschuldeiser of de seniorschuldeiser onevenredig veel zeggenschap omdat hij daardoor in zijn eentje de stemuitslag van zijn klasse kan bepalen. De indeling van schuldeisers in de verschillende klassen is dus maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Dat geldt in het bijzonder bij specifieke achterstellingen.
Bij de klassenindeling moet ook recht worden gedaan aan overeenkomsten van achterstelling waarbij de schuldenaar niet is betrokken omdat ook die overeenkomsten de positie en belangen van de schuldeisers bepalen. Dat geldt zowel voor overeenkomsten tussen schuldeisers die de rang van de vorderingen wijzigen als voor overeenkomsten die een doorstortplicht scheppen. De schuldenaar kan daarmee echter geen rekening houden als hij niet tijdig van die overeenkomsten op de hoogte is. Het ligt op de weg van de junior en de senior om de schuldenaar daarover te informeren.
Andere oneigenlijke achterstellingen dan doorstortplichten beïnvloeden de klassenindeling niet of nauwelijks. Overeenkomstige toepassing van de verificatiebepalingen uit faillissement en surseance leidt ertoe dat schuldeisers van vorderingen onder tijdsbepaling of voorwaarde mogen meestemmen met de concurrente schuldeisers voor een bedrag dat overeenstemt met de contante waarde van hun vordering.