Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/F:F Voorstel van wijziging van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/F
F Voorstel van wijziging van het Inrichtingsbesluit W.V.O.
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977339:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wijziging van het Inrichtingsbesluit W.V.O.1:
In artikel 2.44 Wvo (gymnasium en atheneum):
Het gemeenschappelijk deel van elk profiel omvat de volgende vakken met de daarbij vermelde normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
artikel 2.44: maatschappijleer wijzigen in burgerschap 120
Het vrije deel van elk profiel in het gymnasium en atheneum kan omvatten:
artikel 2.44: toevoegen 3'. rechtswetenschap 440
artikel 2.44: door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programmaonderdelen: rechtswetenschap 440 hieronder begrepen
Artikel 2.44 Wvo (havo):
Het gemeenschappelijk deel van elk profiel omvat de volgende vakken met de daarbij vermelde
normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
artikel 2.44: maatschappijleer wijzigen in burgerschap 120
Het vrije deel van elk profiel in het h.a.v.o. kan omvatten:
3' rechtswetenschap 320
artikel 2.44: door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programmaonderdelen: rechtswetenschap 320 hieronder begrepen.
Toelichting
Artikel 2.44 (vwo/havo) Inrichtingsbesluit W.V.O. wordt gewijzigd voor de invoering van het verplichte vak burgerschap in het algemene deel van elk profiel en de invoering van het keuzevak rechtswetenschap in het vrije deel van elk profiel. De doorlopende leerlijn krijgt invulling in het vak burgerschap. Het keuzevak rechtswetenschap is daaraan complementair.
De invoering van het vak burgerschap op vmbo vraagt burgerschapsvormende aspecten van aardrijkskunde, geschiedenis en economie aan dit vak te relateren. Op gelijke wijze zijn in de maatschappelijke profielen en het vrije deel van elk profiel de doelen van geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen en economie te relateren aan burgerschap. De doelen geschiedenis en burgerschap zijn alsdan in de doelbepalingen, kerndoelen en eindtermen af te bakenen voor een schooleigen programma van toetsing en afsluiting PTA.
De parlementaire geschiedenis maakt als geschiedenis van de staatsinrichting onderdeel uit van geschiedenis, evenals de politieke besluitvorming bij maatschappijleer. Overigens betekent onderbrenging van burgerschapsvorming in vakken als burgerschap niet dat geschiedenis door de connexiteit van onderwerpen burgerschapsthemas onbehandeld kan laten of minder aandacht kan geven. Het veronderstelt juist een scherpe afbakening van de curricula als in het voorgaande betoogd.
De lespraktijk vraagt om intersectionele programmatische afspraken en nakoming. Nochtans blijft het geboden de programmering in een protocol vast te leggen op school- en sectieniveau. De connexiteit en overlap van burgerschap met aardrijkskunde en economie vragen hier minder om dan met geschiedenis.
Het curriculum burgerschap is cross-curriculair (vakoverstijgend) in te richten en bestaat uit de kennis van de democratische rechtsstaat en de structuur en (sub)cultuur van de plurale samenleving. Een paar voorbeelden mogen dit verduidelijken. Bij geschiedenis komt de ontwikkeling van de parlementaire democratie als regeringsvorm aan bod, bij burgerschap de sociaalpolitieke context en bij democratie & organisatie de institutionele en organisatorische aspecten. Een ander voorbeeld vormt de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat bij het vak geschiedenis, de (constitutionele) betekenis van de democratische rechtsstaat in wisselwerking met de plurale samenleving bij het vak burgerschap.
Concluderend is het bijbrengen van de kennis van de democratie, de maatschappij en het staatsbestel bij de vakken geschiedenis en staatsinrichting, en maatschappijleer ondergebracht.2 Tot 1990 is de trias politica3 en daarna de politieke kringloop van Easton4 de ruggengraat van staatsinrichting. De staatssecretaris is -gezien de aanvankelijk uiteenlopende adviezen over de vastlegging van de politieke kringloop als kerncurriculum- bij de besluitvorming niet over één nacht ijs gegaan. Van alle betrokken instanties is positief advies ingewonnen over de curriculumwijziging in voormelde zin.
Voor de toeleiding tot democratisch (staats)burgerschap is het bijbrengen van kennis op zich niet toereikend. Er is meer nodig, vooral voor het oefenen binnen de grenzen van artikel 23 Grondwet en de democratische rechtsstaat van democratische vaardigheden. Deze zijn als doel van burgerschapsvorming even primerend, maar meer identiteitsgevoelig (Bildung) als de kennis van de democratie en de staatsorganisatie. Burgerschapsvorming dient behalve het leren van (de beginselen van) de democratische rechtsstaat en plurale samenleving, inzicht en vaardigheden óók issue awareness, op te roepen.