Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/3.5.7.3
3.5.7.3 Moet de vennootschap reageren op geruchten in de markt?
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655944:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over deze kwestie uitgebreid het (enigszins gedateerde) artikel Sheffey 1982. Zie hierover ook Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.19[2]; Coffee, Sale & Whitehead 2021, p. 1058-1059. Zie hierover in de Nederlandse literatuur Hoff 2011, p. 32-33.
Zie onder meer de uitspraken Raab v. General Physics Corp. 4 F.3d 286, 288-289 (4th Cir. 1993); State Teachers Retirement Bd. v. Fluor Corp., 654 F.2d 843, 850-851 (2d Cir. 1981); Elkind v. Liggett & Myers, Inc., 635 F.2d 156, 162-163 (2d Cir. 1980); Eisenstadt v. Centel Corporation, 113 F.3d 738, 744 (7th Cir. 1997).
Zie in dit verband onder meer de uitspraak Basic v. Levinson, 485 U. S. 224, 231-241 (1988).
Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.19[2].
Vgl. Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.19[2].
In het verlengde van de vraag of op de vennootschap een duty to correct of duty to update rust, speelt ook de vraag wat de vennootschap moet doen wanneer zij wordt geconfronteerd met geruchten die in de markt over haar (financiële positie, strategie, eventuele fusie- of overnameplannen, etc.) circuleren.1 Wordt de vennootschap geacht op dergelijke geruchten te reageren en moet zij eventuele onjuistheden corrigeren of mag zij stilzwijgend toekijken en zich van ieder commentaar onthouden?
Op grond van de rechtspraak mag er in beginsel van worden uitgegaan dat de vennootschap niet verplicht is op geruchten te reageren, zolang de geruchten niet van de vennootschap zelf (of van personen voor wie zij verantwoordelijk is) afkomstig zijn en/of door haar (of personen voor wie zij verantwoordelijk is) in de hand zijn gewerkt.2 Dit geldt ongeacht of de geruchten juist dan wel onjuist zijn. Besluit de vennootschap echter om haar moverende redenen toch op de geruchten te reageren, dan moet haar reactie juist en volledig zijn.3 Zij kiest er dan immers zelf voor om met een publieke mededeling naar buiten te treden, waardoor (het misleidingsverbod van) SEC-regel 10b-5 onverminderd op deze mededeling van toepassing is. Overigens heeft dit als consequentie dat in de nabije toekomst de verplichting kan ontstaan de aanvankelijke reactie te corrigeren en/of up-to-date te houden (ik verwijs naar mijn analyse in de vorige paragraaf). Het voorgaande impliceert dat in de situatie waarin de vennootschap wordt geconfronteerd met geruchten die in de markt over haar circuleren, zij in beginsel twee mogelijkheden heeft.4 Ofwel zij kiest ervoor openheid van zaken te geven en – al naar gelang het gerucht juist dan wel onjuist is – het gerucht te bevestigen dan wel te ontkennen, en zo nodig aan te vullen en/of te corrigeren. Ofwel zij onthoudt zich van commentaar en volstaat met het doen van een zogenoemde ‘no comment’ mededeling. In het laatste geval doet zij er verstandig aan de mededeling kracht bij te zetten met een verwijzing naar een eventueel bestaande ‘no comment policy’.
Op het uitgangspunt dat de vennootschap niet verplicht is inhoudelijk op geruchten te reageren, bestaan in beginsel twee uitzonderingen. In de eerste plaats is dat de situatie waarin de geruchten op enige wijze door de vennootschap zelf (of door personen voor wie zij verantwoordelijk is) in de hand zijn gewerkt (er is bijvoorbeeld bepaalde vertrouwelijke informatie gelekt) en hierdoor een misleidend beeld is ontstaan dan wel dreigt te ontstaan.5 In dat geval is het namelijk aan de vennootschap zelf te wijten dat (een deel van) het beleggende publiek op het verkeerde been wordt gezet (althans, kan dit haar in ieder geval worden toegerekend), zodat van haar kan worden verwacht onverwijld met een inhoudelijke reactie naar buiten te treden. Zij mag in dat geval dus niet volstaan met een simpele ‘no comment’ reactie. De tweede situatie waarin van de vennootschap kan worden verwacht inhoudelijk op de geruchten te reageren, is het geval waarin zij met geruchten wordt geconfronteerd rondom het tijdstip waarop zij informatie moet publiceren krachtens (één van) de reguliere publicatieverplichtingen (denk bijvoorbeeld aan de (half)jaarlijkse financiële verslaggeving). Zou de vennootschap in de aanstonds te publiceren mededeling de kwestie waarop de geruchten betrekking hebben namelijk volledig negeren, dan wel over deze kwestie geen openheid van zaken geven, dan bestaat het reële gevaar dat de desbetreffende mededeling hierdoor een misleidend karakter krijgt.