Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.7.2
11.7.2 Drie rechtvaardigingsgronden voor de invoering van speciale regels
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576417:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld HvJ EG 1 juni 1999, zaak C-126/97 (Eco Swiss/Benetton), jur. 1999, p.1-3055, NJ 2000, 339, m.nt. HJS onder HR 25 februari 2000, NJ 2000, 340, r.o. 36.
Eilmansberger 2007, p. 443. Zie ook Commission Staff Working Paper, Annex to the Green Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2005) 1732, § 13.
Aldus ook Eilmansberger 2007, p. 443.
Van Boom 2007, p. 988-991.
Zie ook Van Lierop & Pijnacker Hordijk 2007, p. 100.
Eilmansberger 2007, p. 443. Zie ook Commission Staff Working Paper, Annex to the Green Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2005) 1732, § 45.
Zie ook Van Lierop & Pijnacker Hordijk 2007, p. 100.
Er zijn drie redenen of rechtvaardigingsgronden te noemen om, ondanks bovenstaande vragen en kanttekeningen, toch voorstander te zijn van de invoering van speciale regels ter verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht. In de eerste plaats vormen de artikelen 81 EG en 82 EG volgens het HvJ EG fundamentele bepalingen die onontbeerlijk zijn voor de vervulling van de taken van de Gemeenschap en in het bijzonder voor de werking van de interne markt.1 In de tweede plaats schiet de bestuursrechtelijke handhaving door de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten tekort als gevolg van de beperkte opsporings- en handhavingscapaciteit en het daarmee gepaard gaande prioriteringsbeleid.2 Offensieve privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht is gewenst om het handhavingstekort aan te vullen. In de derde plaats zijn mededingingszaken erg complex en kostbaar.3
Het feit dat de artikelen 81 EG en 82 EG fundamentele bepalingen zijn die onontbeerlijk zijn voor de vervulling van de taken van de Gemeenschap en in het bijzonder voor de werking van de interne markt, kan een rechtvaardiging vormen voor de aanname van bijzondere wetgeving. De handhaving van de artikelen 81 EG en 82 EG is van groot belang gelet op de betekenis van deze regels voor de werking van de interne markt. De privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht kan een belangrijke rol spelen bij de aanvulling van het handhavingstekort. Voor een grotere rol van het privaatrecht bij de handhaving van mededingingsrecht kan worden aangesloten bij de door Van Boom voorgestelde drie wegen naar innovatie van effectuerend handhaven in het privaatrecht.4 In de eerste plaats het nadrukkelijk kijken naar schadevergoeding als effectuerend instrument in plaats van compenserend instrument (schadevergoeding als ex post prikkel voor ex ante naleving). In de tweede plaats het stimuleren van collectieve acties (niet alleen verbods- en gebodsacties maar ook het vorderen van schadevergoeding of winstafdracht) en in de derde plaats het stimuleren van ex ante handhaving (zoals tijdige verbods- en gebodsacties). Deze drie wegen naar innovatie kunnen door de aanname van bijzondere wetgeving worden gecreëerd.
Het feit dat mededingingszaken erg complex en kostbaar zijn, hangt samen met de constatering dat het materiële mededingingsrecht niet altijd duidelijk is uitgekristalliseerd en dat in bepaalde gevallen een ingewikkelde economische beoordeling is vereist.5 De materiële mededingingsrechtelijke normen blijven soms (te) vaag waardoor het risico op een kostbare verloren civielrechtelijke procedure zwaarder weegt dan het mogelijke voordeel dat bij winst van de procedure wordt behaald.6 Voor een succesvolle privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht is helderheid over de materiële mededingingsrechte norm dan ook van groot belang. Alleen de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten, de nationale rechters, het GvEA EG en uiteindelijk het HvJ EG kunnen voldoende helderheid en richting verschaffen over de inhoud van de materiële mededingingsrechtelijke norm. Deze hindernis kan dan ook niet worden weggenomen door speciale wetgeving, die gericht is op de stimulering van het instellen van vorderingen tot verkrijging van schadevergoeding wegens een schending van het mededingingsrecht.7 Wel zal de hindernis voor de gelaedeerde(n) makkelijker te nemen zijn indien sprake is van gunstigere voorwaarden. Die gunstigere voorwaarden kunnen door de aanname van bijzondere wetgeving worden gecreëerd.