Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.5.3:11.4.5.3 Ontwikkelingskosten
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.5.3
11.4.5.3 Ontwikkelingskosten
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258626:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten tweede, DWU bestaat uit een voorwerp dat door de koper gratis of tegen verminderde prijs aan de fabrikant van de ingevoerde goederen ter beschikking wordt gesteld. De koper kan het voorwerp zelf vervaardigen of een derde partij daarvoor inschakelen. In elk van die situaties zullen de ontwikkelingskosten – met in achtneming van artikel 136, leden 4 en 5, UDWU – in aanmerking genomen moeten worden. Indien de koper de voorwerpen vervaardigt, is de waarde van de voorwerpen gelijk aan de kosten van de vervaardiging. Naar mijn mening zullen daarbij de ontwikkelingskosten die aan het voorwerp kunnen worden toegerekend in aanmerking moeten worden genomen, waarbij aangesloten moet worden bij de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen. Indien het voorwerp wordt vervaardigd door een derde partij zullen de ontwikkelingskosten in de regel besloten liggen in de aankoopprijs en worden de ontwikkelingskosten die de derde partij beloopt om die reden automatisch in aanmerking genomen worden bij de waardering van de toelevering. In voorkomende gevallen wordt door de koper aan de derde partij ontwerpmateriaal ter beschikking gesteld voor de vervaardiging van de voorwerpen. Ik meen dat in dat geval de aankoopprijs moet worden vermeerderd met de ontwikkelingskosten die naar redelijkheid, aan de omstandigheid aangepaste wijze en met inachtneming van de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen aan de vervaardigde voorwerpen kunnen worden toegerekend. Dit is billijk en komt de neutraliteit van het stelsel ten goede, omdat hiermee een gelijk speelveld wordt gecreëerd ten opzichte van de situatie dat de koper de voorwerpen zelf vervaardigd. De CPB is getuige HQ 544192 een andere zienswijze toegedaan.1 De CBP stelt dat indien de ontwerpmaterialen gratis ter beschikking worden gesteld aan de derde partij, dit een dienst betreft waarvan de waarde niet in de aankoopprijs van het vervaardigde voorwerp thuishoren. Zoals in de hoofdtekst aangegeven, ben ik het daar niet mij eens, omdat dit een ongelijk speelveld oplevert tussen de situatie dat de koper zelf het voorwerp vervaardigd en wanneer hij dit door een derde laat doen waarbij de koper aan de derde gratis of tegen verminderde prijs ontwerpmaterialen levert. HQ 544192 is ook niet in overeenstemming met Commentary 24.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO, omdat daarin is opgenomen dat ook de kosten van de gratis ter beschikking gestelde goederen en diensten ter vervaardiging van de toeleveringen in aanmerking genomen moeten worden bij het waarderen van de voorwerpen zoals bedoeld in artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten tweede, DWU.2