Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.2.5:10.2.5 Tussenconclusie
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.2.5
10.2.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS414686:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de bovenstaande analyse van het begrip specialiteit blijkt dat een meerderheid in de hedendaagse literatuur het specialiteitsbeginsel op dezelfde wijze als bij de totstandkoming van het Burgerlijk Wetboek van 1838 (en de Franse Code civil van 1804) uitlegt, dat wil zeggen als het vereiste dat registergoederen afzonderlijk moeten worden aangeduid in de transportakte of hypotheekakte (of andere vestigingsakte).1 Daarnaast wordt de term specialiteit soms gebruikt om de begrippen bepaaldheid of individualiteit aan te duiden, maar het zou de discussie over deze begrippen ten goede komen als zij terminologisch van specialiteit worden onderscheiden.2 De begrippen specialiteit, bepaaldheid, individualiteit en individualisering hangen weliswaar met elkaar samen en lijken soms op elkaar, maar het zijn verschillende begrippen met elk een andere inhoud.
Verder blijkt uit de bovenstaande interpretaties van het specialiteitsbeginsel niet van een behoefte aan de herinvoering van generale zekerheid op onroerende zaken. Kennelijk kan de bancaire wereld voldoende uit de voeten met de huidige regeling van het hypotheekrecht.3