Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/9.4.3
9.4.3 Suggesties voor nader onderzoek
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268434:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 59-63 Financial Services and Markets Act 2000 en de nadere toelichting in het hoofdstuk FIT van het PRA Rulebook en het FCA Handbook.
Zie onder meer Policy Statement 15/18 van de Prudential Regulatory Authority en http://www.prarulebook.co.uk/rulebook/Content/Part/212475/11-12-2019#212475).
Zie FCA: The Senior Managers and Certification Regime: Guide for FCA solo-regulated firms, juli 2019.
De ECB hint zelf ook op een meer proportionele benadering van de personentoetsingen, zie ECB, Opinion on amendments to the Union framework for capital requirements of credit institutions and investment firms, 8 november 2017 (CON/2017/46), p. 9.
Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op het in het Verenigd Koninkrijk ontwikkelde Senior Management & Certification Regime (SM&CR ).1 Dit regime bestaat uit drie onderdelen, te weten i) het Senior Managers-regime, ii) het Certification-regime, en iii) de zogenaamde Conduct rules. Onder de Senior Managers worden naast dagelijks beleidsbepalers en (bepaalde) interne toezichthouders ook leden van het tweede echelon begrepen, zoals de houders van interne controlefuncties (de verantwoordelijken voor de risicomanagement functie, interne audit, compliance of de actuariële functie) en hoofden van “key business areas”, zoals het hoofd Kapitaalmarkten of het hoofd Retailmarkten. Deze personen worden steeds door de betrokken toezichthouders getoetst.
Personen die zich in een positie bevinden waarin zij aanzienlijke schade kunnen toebrengen aan de instelling of aan de belangen van klanten (maar niet kwalificeren als Senior Managers) worden beschouwd als “key risk taking employees”. Ook deze personen dienen geschikt en betrouwbaar te zijn. Instellingen dienen dit echter zelf te controleren en deze personen te certificeren (Certification Regime). Tot slot zijn op alle medewerkers die zich bezighouden met de financiële dienstverlening de Conduct rules van toepassing. Deze regels hebben betrekking op integer en zorgvuldig handelen (“to act with integrity and due skill, care and diligence”) en op het betrachten van openheid jegens de (financiële) toezichthouders. Instellingen dienen zelf toe te zien op de naleving van deze regels, en schendingen aan de toezichthouders te melden.2
Het SM&CR werd oorspronkelijk ingevoerd voor banken, maar is per 10 december 2018 uitgebreid naar alle verzekeraars en herverzekeraars. Sinds 9 december 2019 is het regime eveneens van toepassing op de ongeveer 47.000 instellingen die uitsluitend onder toezicht staan van de FCA, zoals bijvoorbeeld beleggingsinstellingen.
Het SM&CR lijkt hiermee een aantrekkelijk voorbeeld van een cross-sectorale regeling, waarbij de beoordeling van de geschiktheid en betrouwbaarheid van alle bij een financiële instelling betrokken relevante personen en medewerkers aan een proportioneel regime wordt onderworpen. Een nadere bestudering van het SM&CR zou tot interessante gezichtspunten kunnen leiden en concrete voorstellen om het Europese (en Nederlandse) stelsel van tweede echelon-toetsingen te verbeteren, mogelijk in combinatie met aanpassingen in de Nederlandse regelgeving omtrent de bankierseed en bancair tuchtrecht (zie hoofdstuk 9, paragraaf 9.8.3).
Daarnaast laat het SM&CR ruimte voor een risico-gebaseerde toetsingssystematiek. Aan de instellingen kunnen verschillende eisen worden gesteld, afhankelijk van de omvang en aard van de betreffende instelling. De FCA plaatst de instellingen in drie categorieën: Limited, Core en Enhance en past haar toezichtinspanningen daarop aan.3 Een dergelijk cross-sectoraal maar proportioneel systeem van personentoetsingen zou wellicht ook de druk op de ECB bij het uitvoeren van de (vele) personentoetsingen kunnen verlichten.4