Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.5.2.3.2
2.5.2.3.2 Te stellen termijn
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652135:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 11 mei 2021 (r.o. 3.16; dictum), ARO 2021/101 (Holding Inbetween Ham); OK 25 juni 2021 (r.o. 2.2; dictum), ARO 2021/110 (FLEXible HR Service).
Zie bijv. OK 18 juli 2018 (r.o. 3.54), JOR 2018/303, m.nt. D.J.F.F.M. Duynstee (Eneco); OK 14 april 2020 (dictum), JOR 2020/257, m.nt. F. Eikelboom (Apotheek Schiemond).
Het dictum in OK 26 juli 2018, JOR 2018/275, m.nt. S.M. Bartman (SNS) wijkt op dit punt af van de tekst in r.o. 3.132 – een kennelijke schrijffout (art. 31 lid 1 Rv)? Zie ook Broere 2018, p. 660-661.
Anders Hermans 2017, p. 166-167, die voor kleinere enquêtes een standaardtermijn van veertien dagen voorstelt. Voor grotere en inquisitoire enquêtes stelt Hermans een minimumtermijn van vier weken voor, tenzij reeds een eerste onderzoeksbudget door de Ondernemingskamer is vastgesteld. Voor dat laatste geval stelt Hermans een minimumtermijn van zes weken na zekerheidstelling voor het onderzoeksbudget voor. Hermans maakt overigens niet duidelijk wat grotere van kleinere enquêtes onderscheidt. Zie over de inquisitoire enquête Hermans 2003, p. 116-117; Hermans 2017, p. 12-13.
In de praktijk blijkt de Ondernemingskamer de onderzoeker verschillende termijnen te gunnen voor het opstellen van een begroting. Doorgaans gaat het daarbij om een termijn van zes weken1 of twee maanden,2 lopende vanaf de datum van de beschikking waarbij de onderzoeker wordt aangewezen. In een enkel geval, SNS, lijkt die termijn te lopen per de datum waarin de enquête wordt gelast.3
Mijns inziens hoeft de Ondernemingskamer niet iedere onderzoeker evenveel tijd te gunnen voor het opstellen van een begroting. De ervaring van de onderzoeker en de geschatte omvang en complexiteit van de enquête kunnen verschillende termijnen voor het opstellen van een begroting rechtvaardigen.4