Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.4.7
8.5.4.7 Leegstand
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291631:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Onder een ‘juridisch’ gebruiker versta ik: een gebruiker die gerechtigd is tot het feitelijk gebruik van het gebouw met een verblijfsfunctie, zoals een eigenaar, beperkt gerechtigde of huurder.
M.D.J. van der Wulp, ‘Platoonse leegte’, BtwBrief 2014/21, p. 7 en M. van der Wulp, ‘Voorgenomen gebruik en gebruik voor een voornemen’, BtwBrief 2018/36, p. 3.
M. van der Wulp, ‘Voorgenomen gebruik en gebruik voor een voornemen’, BtwBrief 2018/36, p. 3.
Bijl, noot bij HR 13 juni 2014, nr. 13/00282, BNB 2014/197 en M. van der Wulp, ‘Voorgenomen gebruik en gebruik voor een voornemen’, BtwBrief 2018/36, p. 3.
Leegstand is naar mijn mening te omschrijven als: de afwezigheid van daadwerkelijk gebruik van een gebouw met een verblijfsfunctie of een gedeelte daarvan door een ‘juridisch’ gebruiker1 die niet inherent is aan de wijze van exploitatie.2 Voor de vraag wanneer sprake is van een gebouw of een gedeelte daarvan zij verwezen naar de paragrafen 5.4.2 en 5.4.3. Leegstand van een onroerend investeringsgoed kan zich op twee momenten voordoen: vóór of na de ingebruikneming. In het eerste geval wordt gesproken van aanvangsleegstand en in het tweede geval van tussentijdse leegstand.3 Bij aanvangsleegstand wordt het recht op aftrek bepaald op basis van het voorgenomen gebruik. Is sprake van voorgenomen gebruik voor belaste handelingen, dan mag de belastingdienst eisen dat de belastingplichtige dit voorgenomen gebruik onderbouwt met objectieve gegevens.4 Wijkt het daadwerkelijke gebruik af van het voorgenomen gebruik, dan hangt het van de aanvang van de herzieningsperiode (zie paragraaf 8.5.4.4) af of dit gebruik leidt tot een volledige herziening van de toegepaste aftrek op grond van de algemene herzieningsregeling (aanvang herzieningsperiode op het moment van ingebruikneming) of een gespreide herziening van de toegepaste aftrek op grond van de bijzondere herzieningsregeling voor onroerende investeringsgoederen (aanvang herzieningsperiode op moment van verwerving of vervaardiging). Bij tussentijdse leegstand die plaatsvindt gedurende de herzieningsperiode rijst de vraag hoe bepaald moet worden of in de leegstandsperiode sprake is van wijziging in het recht op aftrek als bedoeld in art. 185 Btw-richtlijn. In het Imofloresmira-arrest is het Hof van Justitie op die vraag ingegaan.
8.5.4.7.1 Imofloresmira-arrest8.5.4.7.2 Wanneer is voorgenomen gebruik voor belaste handelingen aannemelijk?8.5.4.7.3 Aansluiting bij voorgenomen gebruik wenselijk?