Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.7.4.1:9.7.4.1 Onderdeel a: verkoop aan in de Europese Unie gevestigde koper
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.7.4.1
9.7.4.1 Onderdeel a: verkoop aan in de Europese Unie gevestigde koper
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258589:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorbeeld dat schematisch is weergegeven in figuur 9.14 koopt een in Nederland gevestigde gecentraliseerde inkoopentiteit (onderdeel 1.4.3.4) goederen aan van een in China gevestigde leverancier, die de goederen daaropvolgend verkoopt aan zijn in Duitsland gevestigde groepsmaatschappij. De verkopen vinden plaats voordat de goederen fysiek het douanegebied van de Europese Unie hebben bereikt. Voor de toepassing van het ‘koper in de EU’-concept moet voor het identificeren van de relevante verkooptransactie op basis van artikel 5, lid 42, onderdeel a, DWU primair worden aangesloten bij de verkoop tussen een niet in de EU-gevestigde verkoper en een in de EU-gevestigde koper. In het onderhavige voorbeeld betreft dit de verkooptransactie tussen de leverancier en de gecentraliseerde inkoopentiteit.
Figuur 9.14 – Buy-sell model
Indien de gecentraliseerde inkoopentiteit niet in de Europese Unie is gevestigd, wordt op basis van artikel 5, lid 42, onderdeel a, DWU aangesloten bij de verkooptransactie tussen de gecentraliseerde inkoopentiteit en de in Duitsland gevestigde groepsmaatschappij. Indien ook de groepsmaatschappij niet in de Europese Unie is gevestigd, kan onderdeel a geen toepassing vinden. De douanewaarde wordt dan bepaald op basis van de verkooptransactie tussen de gecentraliseerde inkoopentiteit en de groepsmaatschappij. De grondslag daarvoor betreft artikel 5, lid 42, onderdeel b, DWU voor zover de groepsmaatschappij de goederen gebruikt voor eigen gebruik of exploitatie. Indien de groepsmaatschappij de goederen heeft bestemd voor wederverkoop, maar nog geen in de Europese Unie gevestigde koper heeft gevonden voordat hij zelf de goederen heeft aangekocht, vindt onderdeel c van artikel 5, lid 42, DWU toepassing.