Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.2
6.2 Doelstelling fiscale vermogensopstelling en de commerciële jaarrekening
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351661:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 2:362 Burgerlijk Wetboek.
Rapport van de Commissie ter bestudering van de verhouding tussen goed koopmansgebruik en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, Geschrift nr. 189 van de Vereniging voor Belastingwetenschap, blz. 44, Kluwer, Deventer 1992.
Ta.p., blz. 356-360.
P.M. van der Zanden, Goed koopmansgebruik en normen voor de jaarrekening, MAB, september 1991, blz. 426-434.
'Maatschappelijk aanvaardbare normen voor de jaarrekening en goed koopmansgebruik.' Van dit proefschrift is een handelseditie verschenen bij Kluwer Bedrijfswetenschappen te Deventer, 1991.
HR 23 september 1992, nr. 28 155, BNB 1993/ 160 met noot van N.H. de Vries, FED 1992/ 861 met noot van Th.S. IJsselmuiden.
De functie van een commerciële balans is een andere dan die van een fiscale. De commerciële balans beoogt samen met de toelichting een getrouwe weergave te zijn van de grootte van het vermogen en de samenstelling in actief- en passiefposten'1. De fiscale balans daarentegen is slechts een hulpmiddel bij het opsplitsen van de totaalwinst in `jaarmoten' (zoals bedoeld in art. 7 en 9 Wet IB 1964). Vanuit dit onderscheid dient de afwaarderingsproblematiek dan ook te worden bezien.
Blijkens het rapport van de Vereniging voor Belastingwetenschap 'Verhouding tussen goed koopmansgebruik en maatschappelijk aanvaardbare normen' 2 kunnen tot de doelstellingen van de commerciële jaarrekening worden gerekend:
het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde beheer en beleid; — het bepalen van de omvang van de voor uitkering vatbare winst;
het leveren van een bijdrage aan kapitaal- en vermogensbescherming;
het verschaffen van informatie aan derden ten behoeve van beslissingen over het verstrekken van arbeid en/of kapitaal of het aangaan van commerciële relaties.
Tevens — maar dat spreekt in wezen voor zich — is een doelstelling van de commerciële jaarrekening eveneens het voldoen aan een wettelijke verplichting.3
Polak4 ziet niets in de commerciële balans als doel om op enig moment een beeld te geven van de vermogenstoestand van de onderneming. Daarvoor acht hij het proces van waarderen ter bepaling van de balansposities, veel te subjectief. Zijns inziens is het enige doel van een commerciële balans, het fungeren als middel om te bepalen hoeveel winst er voor uitdeling aan de winstgerechtigden beschikbaar is. Kort samengevat komt het erop neer dat de balans als instrument dient in het kader van winstbepaling en winstverdeling.
Afgezien van de diverse doelstellingen van de commerciële jaarrekening is het de vraag of er een uniforme, gemeenschappelijke doelstelling van de jaarrekening (zowel fiscaal als commercieel) bestaat. Of anders uitgedrukt: Zou er niet sprake kunnen zijn van een soort gezamenlijk vertrekpunt voor zowel de fiscale als de commerciële jaarrekening, waarna beiden eventueel weer hun eigen weg kunnen gaan? Van der Zanden5 geeft hierop een bevestigend antwoord. Hij omschrijft de gemeenschappelijke doelstelling van de jaarrekening als 'het bepalen van het vermogensaccres dat voor fiscus en aandeelhouders beschikbaar komt en dat eventueel aan de vennootschap verbonden moet blijven als zekerheid voor de schuldeisers en voor andere derden die met de onderneming verbonden zijn'. In zijn proefschrift6 komt hij tot de conclusie dat het mogelijk moet zijn tot harmonisatie van de grondslagen voor de jaarrekening en de fiscale vermogensopstelling te komen. Dit zou te bereiken zijn door één jaarrekening samen te stellen op historische kostprijsgrondslag en een drietal overzichten te verstrekken waarin extra informatie wordt gegeven voor respectievelijk:
aandeelhouders, beleggers enzovoorts,
de fiscus en
kapitaalbeschermingsdoeleinden.
Zoals uit HR 23 september 19927 afgeleid moet worden, heeft de Hoge Raad een congruentie tussen de fiscale en de commerciële jaarrekening afgewezen en daarmee op dit punt de visie van Van der Zanden verworpen.