Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.7.3
3.7.3 Enige cijfers
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS601887:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het betreft de stand op 20 december 2005. Het centrale GLO-register is te raadplegen op <http://www.hmcourts-service.gov.uk/cms/150.htm>. In vijf van de zaken was niets opgemerkt over de aard van de vorderingen, namelijk in nr. 5, 25, 27, 37, 41. Deze zijn dan ook niet meegenomen in deze 'evaluatie'.
Namelijk in zaken nr. 4, 8, 18 (regres), 21, 28, 38, 40, 49, 50, 51.
Namelijk in zaken nr. 2, 3, 6, 7, 9, 14, 24, 29, 48.
Zie zaken nr. 2001, 10, 12, 13, 16, 19, 20, 23, 30, 33, 35, 39, 43, 45, 46.
Nr. 1, 1A, 11, 15, 17, 22, 22A, 26, 31, 32, 36, 42, 44, 47.
De cijfers werden besproken door M. Mildred op het seminar `Multi-Party Litigation in Comparative Perspective', dat plaatsvond op 27 juni 2005 in Londen op initiatief van BIICL (the British Institute of International and Comparative Law). Het overzicht was opgesteld door de CLS in maart 2005 in het kader van 'Freedom to information disclosure' ten behoeve van APIL (the Association of Personal Injury Lawyers: <http://www.apil.com/index.php>).
Deze conclusie kan worden getrokken na een vergelijking met het overzicht van multi-party acties dat men bij Hodges 2001, p. 304 aantreft.
Op de site van de Engelse Court Services staan de zaken vermeld, waarin een GLO is uitgevaardigd. Momenteel gaat het om ruim 50 zaken.1 In slechts een relatief klein aantal (circa 9) wordt letselschade geclaimd als gevolg van gebrekkige (medische) producten,2 de grootste groep multi-party acties in het pre-Woolf tijdperk. Immateriële schade en letselschade wordt in circa 10 zaken op diverse andere gronden geclaimd, onder andere als gevolg van een vliegtuigongeluk en voor mislukte vakantiereizen.3 In 15 zaken wordt zuivere vermogensschade gevorderd op verschillende gronden en voor verschillende vormen van contractuele tekortkomingen.4 Er lijkt voorts sprake te zijn van een zekere 'trend' in acties tegen Engelse (kost)scholen voor gesteld misbruik en mishandeling5 van pupillen. Maar liefst 14 van de aanhangige zaken gaan daarover. Dit laatste is niet verwonderlijk gelet op de prioriteit die door de CLS wordt gegeven aan de bescherming van de belangen van kinderen. Voor die acties is het rondkrijgen van de financiering (via een toevoeging) kennelijk gemakkelijker.
Daarnaast heeft de CLS enige cijfers bekend gemaakt over de totale en de netto kosten van een multi-party actie over de afgelopen vijftien jaar (september 1989 september 2004). Onder de totale kosten worden verstaan de partijkosten afhankelijk van de uitkomst van de actie en de kosten van de gefinancierde rechtsbijstand. Onder netto kosten verstaat men de kosten voor de gefinancierde rechtsbijstand alleen. De CLS deelt de multi-party acties in drie categorieën in: major, medium en minor multi party acties, afhankelijk van de schatting van hun verwachte totale kosten. De cijfers die zijn opgesteld voor 'business planning and policy development' hebben slechts betrekking op de eerste twee categorieën. De kosten die gemoeid zijn geweest met de behandeling van multi-party acties worden door de CLS beschouwd als 'excessief' .6 De totale kosten van de 'major multi-party' acties hebben de £ 5 miljoen overschreden, terwijl de cijfers bij de 'medium multi-party' acties tussen £ 250.000 en £ 5 miljoen liggen. Een verschil tussen de twee overzichten is dat de tweede lijst (van medium multi-party acties) langer is en dat waarschijnlijk minimaal drie van de meest kostbare multi-party acties van voor de Woolf-reforms dateren.7
Aan dit overzicht kan echter weinig betekenis worden toegekend voor wat betreft het effect van de hervormingen van de CPR, omdat het een totaal overzicht betreft van alle acties van september 1989-september 2004. Dat wil zeggen van vóór en van na de invoering van de CPR. Bekend is dat de afhandeling van (ook multi-party) civiele acties in het pre-Woolf tijdperk heel kostbaar was en dat mede daardoor het financieringsstelsel ook grondig herzien is. Het zou juist interessant zijn om over een vergelijkend overzicht te beschikken van de pre- en post-Woolf acties. Men kan echter wel constateren dat multi-party acties in absolute zin kostbaar zijn.