Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/15.3.2:15.3.2 Keuze voor interne aansprakelijkheidsnormen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/15.3.2
15.3.2 Keuze voor interne aansprakelijkheidsnormen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS407992:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kroeze 2004.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan onder het Amerikaanse recht, worden de crediteuren van de GmbH hoofdzakelijk beschermd door interne aansprakelijkheidsnormen. De terugbetalingsverplichting vanwege ongeoorloofde uitkeringen (§ 31 GmbHG), de aansprakelijkheid van bestuurders vanwege ongeoorloofde uitkeringen (§ 43 lid 3 GmbHG), de aansprakelijkheid van bestuurders vanwege betalingen aan aandeelhouders die leiden tot faillissement (§ 64 derde zin GmbHG), de restitutieverplichting ter zake van betalingen op aandeelhoudersleningen (§ 135 InsO) en sinds 2007 ook de aansprakelijkheid van aandeelhouders vanwege onrechtmatige vermogensonttrekkingen (§ 826 BGB); zij gelden allen jegens de vennootschap. De argumenten waarmee in Duitsland de keuze voor interne aansprakelijkheidsnormen wordt onderbouwd, vertonen gelijkenis met de argumenten die in Nederland worden aangevoerd voor het uitgangspunt dat aandeelhouders hun afgeleide schade (in beginsel) niet direct van een derde kunnen vorderen.1 In zekere zin is de schade die crediteuren door ongeoorloofde vermogensonttrekkingen lijden, afgeleide schade. De schade loopt via het vermogen van de vennootschap, en de omvang van de schade is afhankelijk van het bestaan en de omvang van de vordering van de crediteur op de vennootschap. De keuze voor interne aansprakelijkheidsnormen verhindert dat aandeelhouders en bestuurders zich geconfronteerd zien met een veelheid aan vorderingen, en voorkomt tevens lastige vragen van samenloop. Het primaat ligt bij de vennootschap; feitelijk de curator.