Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/463
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 3 onder B jo. art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet) en medeplegen diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311 lid 1 Sr). Dubbel verstek. Had hof tot inhoudelijke behandeling van zaak moeten overgaan, omdat in eerste aanleg een schending van behoorlijke procesorde heeft plaatsgevonden, nu dagvaardingstermijn van art. 265 lid 1 Sv niet in acht is genomen? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/464.
HR 17-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:428
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/01206
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:428, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:8, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑01‑2026
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 3 onder B jo. art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet) en medeplegen diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311 lid 1 Sr). Dubbel verstek. Had hof tot inhoudelijke behandeling van zaak moeten overgaan, omdat in eerste aanleg een schending van behoorlijke procesorde heeft plaatsgevonden, nu dagvaardingstermijn van art. 265 lid 1 Sv niet in acht is genomen? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.