De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.3.2.1:12.3.2.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.3.2.1
12.3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371171:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sinds de implementatie van de Overnamerichtlijn is deze bepaling ongewijzigd gebleven, met dien verstande dat ook hier niet langer wordt gesproken van de algemene vergadering van aandeelhouders. Dit is BW en Wft-breed gewijzigd – voorzover niet eerder al gedaan – middels de Wet van 18 juni 2012 tot aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, Stb. 2012/300.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Overwegende zeggenschap wordt in art. 1:1 Wft gedefinieerd als “het kunnen uitoefenen van ten minste 30 procent van de stemrechten in een algemene vergadering van een naamloze vennootschap”.1 Een belangrijke vraag is wanneer anderen dan de direct gerechtigden tot de aandelen waaraan de stemrechten zijn verbonden, stemrechten “kunnen uitoefenen”. In dat kader moet eerst worden vastgesteld of hier sprake is van een toerekeningsnorm (§ 12.3.2.2) en welke reikwijdte deze heeft (§ 12.3.2.3). Vervolgens kan worden nagegaan in welke acting in concert-situaties zij mogelijk van toepassing is (§ 12.3.2.4).