Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.6.6.1
9.6.6.1 Algemeen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574062:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie Bos 1999, p. 139.
HvJEG 14 december 1995, zaak C-312/93 (Peterbroeck), Jur. 1995, p. 1-4599 en HvJ EG 14 december 1995, gevoegde zaken C-430/93 en C-431/93 (Van Schijndel en Van Veen), Jur. 1995, p. 1-4705. Zie ook NJ 1997, 116 m.nt. P.J. Slot en HJS onder HR 22 december 1995, NJ 1997, 118 en HR 21 maart 1997, NJ 1998, 207 m.nt. HJS (Eco Swiss/Benetton).
HvJ EG 14 december 1995, zaak C-312/93 (Peterbroeck), Jur. 1995, p. 1-4599 en HvJ EG 14 december 1995, gevoegde zaken C-430/93 en C-431/93 (Van Schijndel en Van Veen), Jur. 1995, p. 1-4705.
HvJ EG 27 juni 2000, gevoegde zaken C-240/98 t/m C-244/98 (Océano), jur. 2000, p.1-4941, NJ 2000, 730.
HvJ EG 21 november 2002, zaak C-473/00 (Cofidis), Jur. 2002, p.1-10875, NJ 2003, 703 m.nt. MRM.
HvJ EG 26 oktober 2006, zaak C-168/05 (Mostaza Claro), Jur. 2006, p. 1-10421, NJ 2007, 201 m.nt. MRM.
De rechter kan tevens ambtshalve partijen opdragen getuigenbewijs te leveren. Bos is van mening dat de rechter de plicht heeft om ambtshalve getuigenbewijs op te dragen aan partijen nu het Europees mededingingsrecht naar zijn mening van openbare orde is.1 Zoals ik reeds heb beschreven in § 5.5 ligt dit genuanceerder en kan naar mijn mening ook geen plicht voor de rechter worden aangenomen om ambtshalve getuigenbewijs op te dragen aan partijen. Het gemeenschapsrecht verplicht de nationale rechter er tenslotte niet toe, ambtshalve een rechtsgrond in het geding te brengen ontleend aan schending van gemeenschapsbepalingen, wanneer hij voor het onderzoek van dat middel de hem passende lijdelijkheid zou moeten verzaken door buiten de rechtsstrijd van partijen te treden en zich te baseren op andere feiten en omstandigheden dan die welke de partij die bij de toepassing belang heeft, aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.2 Zie verder mijn bespreking in § 5.5 (in het bijzonder § 5.5.6) van de arresten Van Schijndel,3 Océano4, Cofidis5 en Mostaza Claro.6